Kees de jongen krijgt brug in de Jordaan

Zou het Kees Bakels zelf verbazen dat er een brug naar hem wordt vernoemd? Misschien wel niet. Kees wist immers als geen ander dat hij ,,méér was dan de andere jongens''.

Kees Bakels, scholier en dagdromer, is de 11-jarige hoofdpersoon uit het boek Kees de Jongen (1923) van de schrijver Theo Thijssen (1879-1943). Gisteren heeft het bestuur van het Amsterdamse stadsdeel Centrum besloten de brug over de Bloemgracht bij de Prinsengracht naar hem te vernoemen, vlakbij het als museum ingerichte geboortehuis van de schrijver. De brug ernaast, bij de Tweede Leliedwarsstraat, krijgt de naam van Rosa Overbeek, het wat deftige meisje waar Kees heimelijk verliefd op was.

Het plan is afkomstig van het bestuur van het Theo Thijssenmuseum. Het stadsdeelbestuur vond het een mooi initiatief dat gehonoreerd moest worden, zegt een woordvoerster van de deelgemeente. Ze weet niet wanneer de naambordjes op de bruggen worden aangebracht, maar belooft dat het ,,snel'' zal gebeuren.

Volgens Hans Stovelaar, oud-directeur van het Thijssenmuseum en vroeger hoofd gemeentelijk Bruggenonderhoud, is tweederde van de Amsterdamse bruggen naamloos. Hij vindt dat de brug bij de Reestraat zich eigenlijk beter was geweest. Daar speelt zich de sleutelscène af tussen Rosa en Kees, als zij hem drie kussen geeft – vlak naast zijn mond – terwijl ze al weten dat ze elkaar uit het oog zullen verliezen. Maar die brug was niet beschikbaar, zegt Stovelaar. ,,Die had al een naam en bovendien was het er maar eentje.''