Forse stijging van bezoek aan theaters

Eenderde van de theater- en muziekvoorstellingen in grote zalen in Nederland was in 2001 uitverkocht. 13,3 Miljoen toeschouwers bezochten een voorstelling in schouwburg of concertgebouw; dat is een stijging van 1,7 miljoen ten opzichte van 2000.

Dat blijkt uit een onderzoek dat de VSCD (Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouw Directies) onder haar 126 leden heeft gehouden. De leden van de VSCD hebben tachtig procent van de theatermarkt in handen. De VSCD telt sinds 1996 het aantal bezoekers van de grote zalen. Dit jaar onderzocht ze voor het eerst het aantal uitverkochte zalen.

In de 6.300 uitverkochte zalen (35 procent) werd vooral cabaret, musical en opera vertoond. In deze genres was ongeveer de helft van het aantal voorstellingen uitverkocht. Een woordvoerdster van de VSCD zegt dat de vereniging zelf verrast is door deze hoge cijfers. Zij benadrukt dat de potentiële bezoekers zich hierdoor niet moeten laten afschrikken. Volgens haar is de klacht: `het is toch altijd uitverkocht dus we gaan niet' veelgehoord maar niet helemaal terecht.

Het aantal bezoekers steeg van 11,6 miljoen in 2000 naar 13,3 miljoen in 2001. Hiervan ging 24 procent naar een musical of opera, waarmee deze genres de grootste en snelst groeiende zijn. 17 Procent bezocht een klassiek concert. 14 Procent ging naar kleinkunst. Dit relatief lage aandeel kan verklaard worden uit het feit dat het meeste cabaret in kleine zalen plaatsvindt, die niet zijn aangesloten bij de VSCD. 13 Procent bezocht een popconcert in schouwburg of concertgebouw. 11 Procent ging naar toneel. De rest ging naar dans, literatuur en amateurvoorstellingen.

Het aantal zalen nam toe van 205 in 1996 tot 222 in 2001. Volgens de vereniging heerst er enige (ver)bouwkoorts in deze sector. Het aantal voorstellingen bleef in deze periode nagenoeg gelijk; van 26,9 duizend naar 27,7 duizend. De omzet van de VSCD-zalen steeg flink, van 250 miljoen in 1996 naar 415 miljoen euro in 2001.

Door de strengere ARBO-maatregelen en arbeidstijdenwet was men meer geld kwijt aan perso- neelskosten. Dit werd opgevangen door de verkoop van meer en duurdere kaarten, toename van gemeentesubsidies, en verhuur van zalen voor congressen en feesten.