Erfgenamen

Harry Wijnschenk. Gelukkig.

Ik hoorde hem gisteren meteen liegen op zijn eerste persconferentie, en ik wist dat we voorlopig verzekerd blijven van optimaal LPF-genot. Van As leek me als fractievoorzitter een beetje te saai, dat kunnen we in deze politiek incorrecte tijden niet gebruiken.

Het leuke van de LPF is juist dat ze daar elke dag kans zien zichzelf in opspraak te brengen. Zelfs in de dufste komkommerweken zag ik me nog genoodzaakt het nieuws op de voet te blijven volgen, omdat er altijd wel ergens een LPF'er in het zwaard van zijn eigen incompetentie viel.

Vanmorgen hoorde ik op de radio een oud fragmentje van een discussie tussen Wijnschenk en vakbondsleider De Waal. ,,Vakbonden zijn volstrekt overbodig'', zei Wijnschenk. De discussieleider even later tegen Wijnschenk: ,,Waar baseert u dat op, dat de vakbonden geen bestaansrecht hebben?'' Wijnschenk: ,,Dat heb ik niet gezegd.''

Daaraan herkennen we de ideale LPF-leider: flink doen, maar nooit flink zijn. Bij Herben was het al een vaste gewoonte geworden: van alles roepen, en als er moeilijkheden door ontstonden `de vijandige pers' de schuld geven.

Op zijn eerste persconferentie als fractievoorzitter kreeg Wijnschenk de vraag of hij Rien Boiten kende, de extreem-rechtse CP'86-genosse uit Den Haag. ,,Geen Ahnung'', loog Wijnschenk, en Mat Herben zat ernaast en knikte.

Even later hoorden we Boiten in Nova bevestigen dat hij de heren niet alleen kende, maar dat hij de LPF zelfs met twee andere heren had opgericht. Ze hadden er later op de avond nog bij Pim thuis op geklonken. Ook daarna was Boiten in het geheim voor Pim politieke adviesklusjes blijven verrichten: ,,Onderzoekjes, kleine analyses.''

Allemaal uiteraard `in de geest van Pim', want dat wordt met de dag duidelijker Pim had een reuze ruime geest, waarin voor elk politiek dwaallicht plaats was, als het maar in het bezit was van een ongezonde dosis rechtse rancune. Het begint een indrukwekkende stoet te worden. Langendam, Dost, De Booij, Herben, Hoogendijk, Janssen van Raay, De Jong, Maas, Boiten allemaal vrienden van Pim. Zelf had Pim graag Winny de Jong als opvolger gezien, maar helaas werd Zijn geest hierin niet gehoorzaamd. Wat ze in de LPF-top gemeen hebben, is de bereidheid om niet alleen hun vijanden, maar ook elkaar de grond in te trappen. Hoe vaster hun goed, hoe harder hun voet.

Toen bekend werd dat Fortuyn met Boiten had samengewerkt, moest ik denken aan een anekdote van Ronald Giphart in zijn laatste boek. Hij had met Fortuyn in een tv-programma gezeten en ze praatten wat na. ,,Het gesprek kwam op de allochtonen. Fortuyn kraaide: in de buurt waar ik woon stelen ze allemaal (...) Ik heb een keer een Marokkaan gehad met zóóó'n lul. Maar hij ging er wel met mijn portemonnee vandoor.'' Giphart vervolgde in de Volkskrant: ,,Ik vond het een engerd, absoluut (...)Ik denk serieus dat hij het deed om te provoceren (...) Maar het bleef een vervelend moment. We zaten erbij als boeren met kiespijn.''

Als boeren met kiespijn zullen we ook nog een tijdje blijven lachen om de politieke erfgenamen van Pim.