De nieuwe fractieleider

Met een overtuigende meerderheid heeft de LPF-fractie gisteren haar nieuwe leider gekozen: de voormalige VVD'er Harry Wijnschenk wordt de opvolger van de per 1 september terugtredende fractievoorzitter Mat Herben. De 38-jarige geboren Amsterdammer maakt daarmee een bliksemcarrière in de landelijke politiek, al is dat bij een nieuwe partij als de LPF niet zo verwonderlijk. Wijnschenk stond bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei op de 28ste plaats van de LPF-lijst en dat bleek zelfs bij de grote overwinning die de politieke erfgenamen van Pim Fortuyn op die dag boekten niet genoeg om te worden verkozen. Slechts doordat een hogergeplaatste kandidaat afhaakte, kwam er voor Wijnschenk een plek op het blauwe leder van de Tweede Kamer.

Enthousiasme voor het politieke handwerk kan Wijnschenk niet worden ontzegd. Binnen de fractie schoof hij al spoedig door naar invloedrijke posities. Hij was een van de souffleurs van Herben in de laatste fase van de onderhandelingen over het regeerakkoord – anders dan sommige fractiegenoten onderbrak hij daarvoor zijn vakantie (Marbella) – en zat in de commissie die de LPF-kandidaten voor een ministerschap of een staatssecretariaat mede beoordeelde.

Met de keuze voor Wijnschenk heeft de LPF-fractie een politieke leider gekregen die in elk geval qua toonzetting meer aan haar geestelijk vader, Fortuyn, doet denken dan zijn voorganger Herben. Waar deze voormalige ambtenaar zich steeds meer leek te ontpoppen als een consensusproduct van het poldermodel, straalt ondernemer Wijnschenk de onbevangenheid uit van de nieuwkomer die van de `oude politiek' weinig moet hebben en aldus beter de stem kan vertolken van het ongenoegen waaruit de LPF is voortgesproten. Wijnschenk noemde de vakbeweging al eens ,,overbodig'' op grond van haar geringe ledental. Wat dat betreft kan het nog lang onrustig worden in de polder. En aan minister De Boer van Verkeer en Waterstaat, die op voordracht van de LPF in het kabinet zit maar zijn lidmaatschap van de VVD niet wenste op te geven, stelde Wijnschenk een portie stevig dualisme in het vooruitzicht.

Intussen heeft de LPF, de tweede partij van het land, zich in hoog tempo van haar achterban vervreemd. De conflicten binnen de partij zijn daar niet vreemd aan. Het is de vraag of Wijnschenk voor de benodigde stabiliteit kan zorgen bij een stroming waarvan de (voormalige) aanhangers voornamelijk door hun afkeer van de gevestigde partijen werden gedreven en door wat zij als het (niet altijd consistente) gedachtegoed van Fortuyn beschouwden. Nog altijd zit de partij in financiële problemen en sluimert er een conflict tussen tijdelijk bestuurder Maas en de Tweede-Kamerfractie, waarvan hij een geldelijke bijdrage verlangt.

Het is nu een maand geleden dat het kabinet-Balkenende werd beëdigd en nog steeds is de LPF er niet in geslaagd een aanvaardbare en bereidwillige kandidaat voor het staatssecretariaat van Emancipatie en Gezinsbeleid voor te dragen. De lange duur van deze vacature begint de contouren van een blamage te krijgen. Een ordelijk `personeelsbeleid' in eigen gelederen, dat is een van de taken die Wijnschenk met spoed ter hand moet nemen.