De geheime afspraken worden publiek

Morgen beginnen de openbare verhoren van de parlementaire enquête bouwnijverheid. De branche moet zich verantwoorden voor wat zij altijd normaal vond.

Niet de elfde van de negende was vorig jaar de dag dat `alles anders werd' voor de 440.000 werknemers van de Nederlandse bouwsector, maar de negende van de elfde. Die dag trad klokkenluider Ad Bos naar buiten met zijn schaduwboekhouding en sindsdien hangt de beschuldiging van fraude permanent boven de bouwwereld.

Bos, die als voormalig directeur bij Koop Tjuchem precies wist hoe het spel gespeeld werd en wie erbij betrokken waren, moet morgen, live voor de tv-camera ondervraagd door een parlementaire enquêtecommissie, openheid van zaken geven. Na hem volgt een reeks van bouwers die zich onder ede en publiekelijk moeten verantwoorden voor wat zij zien als de normale gang van zaken in hun vak – zij worden verhoord over bedragen, illegale prijsafspraken, onwettige verdeling van de markt en omkoping van ambtenaren.

De bouwfraude borduurt voort op een systeem dat jarenlang legaal was, totdat de Europese Unie er in 1992 haar veto over uitsprak. Op alle mogelijke terreinen die de bouwnijverheid beslaan – van wegenbouwers tot baggeraars en van zandleveranciers tot heibedrijven – bestonden in Nederland kartels waarin volop werd onderhandeld bij aanbestedingen van bouwprojecten. In het jaar dat de EU het systeem onderuithaalde waarschuwde premier Lubbers voorzitter Delors van de Europese Commissie dat een verbod op het systeem van vooroverleg zou leiden tot herleving van ,,geheime afspraken'' in de sector.

En zo geschiedde. De prijsafspraken gingen gewoon door. Dat de bouwsector nu met een beschuldigende vinger naar de overheid wijst is niet zo vreemd: nog in de jaren tachtig werd de Nederlandse aanbestedingspraktijk met medewerking van de overheid vastgelegd in een Uniform Prijsregelend Reglement. Bouwbedrijven moesten zich voor een opdracht melden bij de Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de bouwnijverheid (SPO), een verbond van 28 bouwkartels. Die SPO organiseerde het vooroverleg, waarin de aannemer werd aangewezen en een zogenoemde `rekenvergoeding' werd vastgesteld voor degenen die naast de opdracht grepen.

De bouwsector was van mening dat zij zich teweer moest stellen tegen de machtige positie van de overheid als opdrachtgever: met veel concurrentie in de markt is het voor een zo dominante opdrachtgever gemakkelijk de aannemers tegen elkaar uit te spelen en de prijs omlaag te krijgen. Om daar enigszins vat op te krijgen was vooroverleg nodig. Maar daar bleef het niet bij: aannemers bleken ook geheime afspraken te maken om de prijzen gezamenlijk kunstmatig te verhogen, zodat er voor ieder meer aan de strijkstok bleef hangen dan alleen de vergoeding van de rekenkosten.

Dergelijke praktijken gaan volgens tal van kopstukken in de bouwsector door tot op de dag van vandaag – alleen nu heimelijk, in het café. Overigens worden de bedragen die de bouwers daarmee verdienen nooit uitgekeerd; zij worden bij volgende projecten `verrekend' – tegen elkaar weggestreept.

En de overheid is ervan op de hoogte, zo is het afgelopen jaar gebleken. Na 1992 ging Nederland zelfs in beroep tegen de Europese boete van 50 miljoen gulden voor het Nederlandse bouwkartel. De overheid loopt sindsdien ook niet al te hard als het gaat om controles van aanbestedingen in de bouw. Een voormalig hoofd van Rijkswaterstaat zei eerder dit jaar in deze krant dat hij niet hoefde te weten hoe de aanbesteding tot stand was gekomen, zolang de prijs die de bouwers vroegen maar redelijk was.

Ondertussen voerden de vakorganisaties, het Algemeen Verbond van Bouwbedrijven (AVBB) voorop, gesprekken met de overheid over oplossingen voor het probleem. ,,Ik heb altijd alle verantwoording voor de kwestie genomen en er in alle openheid op verschillende ministeries over gesproken'', zegt oud-AVBB-bestuurder D. Terlingen.

Achteraf, eerder deze zomer, konden de grote beursgenoteerde bouwers niet langer volhouden dat hun bedrijven zich na 1992 direct aan het systeem hadden onttrokken. ,,Ik kan absoluut niet uitsluiten dat wij, net als de hele Nederlandse bouw, ook bij prijsafspraken betrokken zijn geweest'', zei bestuursvoorzitter René Kottman van Ballast Nedam in deze krant. Volgens Herman Hazewinkel, zijn bestuurlijke evenknie bij Volker Wessels Stevin, had er onder de bouwers al die jaren het idee geheerst dat ,,een beetje te hard rijden niet te hard was''.

Vorige week nog werd bekend dat grote Nederlandse bouwers zich vanaf 1998 realiseerden dat het systeem niet louter in hun voordeel werkte; er werd naar eigen zeggen nauwelijks op verdiend. Ook beseften zij dat de praktijken weliswaar zo oud als de bouw zelf waren, maar inmiddels wel illegaal. De bouwers probeerden onder het systeem uit te komen, maar de kleinere ondernemingen gingen wel door met afspraken maken, en zetten daarmee de grote bouwers buitenspel. Dat kostte bouwopdrachten, en dus werden de pogingen gestaakt.

De huidige voorzitter van het AVBB, Elco Brinkman, beweerde vorig jaar nog dat de beschuldiging van ,,miljardenfraude'', zoals het toen werd aangeduid, niet op de bouw sloeg. Achteraf gezien lijkt hij daar wel gelijk in te krijgen. Brinkman had echter ook al snel door, en meldde dit in januari, dat niet de hele branche brandschoon was geweest.

Dat was niet vreemd, want het eerste bewezen geval van bouwfraude was toen al bekend: de Schipholspoortunnel, waarover achteraf bleek dat de bedrijven hun winsten, hoger dan vooraf overeengekomen, `weggeschreven' hadden met valse facturen. De zaak werd met de bouwers geschikt. De enquêtecommissie heeft drie dagen ingeruimd voor verhoren over deze zaak.

In grote lijnen wil de commissie weten wat de omvang is van de onregelmatigheden, hoe structureel ze zijn, hoe de relatie van de bouwsector is tot ingenieurs- en calculatiebureaus (die assisteren bij het opstellen van een offerte) en wat de rol van de overheid is geweest.

Nadat Bos uiteindelijk in november vorig jaar naar buiten trad met de gegevens over vermeende fraude, ging het snel. Kamerlid Rob van Gijzel (PvdA), die samen met zijn CDA-collega Leers de zaak aanjoeg, moest na ruzie met fractievoorzitter Ad Melkert het parlement verlaten. De Tweede Kamer besloot wel tot een enquête, met Marijke Vos als voorzitter. Niet alleen de Kamer doet onderzoek, het OM en de Nederlandse Mededingingsautoriteit deden in maart invallen bij meer dan 50 vestigingen van bouwbedrijven en accountants. De commissie, het OM en de NMa zeggen inmiddels afspraken te hebben gemaakt over de verschillende onderzoeken. De laatste twee zijn tot op heden nog niet met overtuigend bewijs naar buiten gekomen. Maar ook het onderzoek van de enquêtecommissie verloopt niet altijd even soepel. Na de roerige verkiezingen verloor de commissie in mei drie leden en werden er maar twee nieuwe benoemd, onder wie LPF'er Harry Smulders. D66 ontbreekt. De leden nemen bij toerbeurt de verhoren af. Het eerste bewezen geval van bouwfraude, de Schipholspoortunnel, komt op 11 september aan de orde.

www.nrc.nl: dossier Bouwfraude