De bitterzoete pijn van Fassbinder

Op 10 juni was het 20 jaar geleden dat acteur, toneelschrijver, cameraman, editor, regisseur, beroepsprovocateur en wonderkind van de Neue Deutsche Welle Rainer Werner Fassbinder overleed aan een overdosis. Tussen 1969 en 1982 regisseerde hij 38 films (zijn korte films niet meetellend), schreef hij 13 toneelstukken en publiceerde talrijke essays.

Fassbinders enorme productie kan grofweg in drie periodes verdeeld worden. Zijn eerste vier films zijn geïnspireerd door Amerikaanse gangsterfilms, maar tonen al zijn eigen preoccupaties: de nadruk op mannenvriendschappen en onderlinge machtsspelletjes. Twee hiervan, Liebe is kälter als der Tod en Götter der Pest, zijn opgenomen in het retrospectief, dat het Goethe-Institut en Lantaren/Venster organiseren.

In 1971 ontdekt Fassbinder de melodrama's van Douglas Sirk uit de jaren vijftig. Hij bewondert vooral de mise-en-scène van Sirk, die uitdrukt wat de personages verdringen, en de bittere toon van de happy endings. Angst essen Seele auf is op te vatten als een soort remake van Sirks All that Heaven Allows (1955). Fassbinders wil in deze periode een groter publiek bereiken. Samen met onder andere Wim Wenders richt hij de distributiemaatschappij Filmverlag der Autoren op, met als doel een betere distributie en financiering van hun films. In Duitsland blijft het publiek echter beperkt tot intellectuele kringen, die waardering kunnen opbrengen voor zijn spel met genreconventies en Brechtiaanse vervreemdingseffecten. Net als Brecht ziet Fassbinder zijn films en theaterstukken als leerstukken die een haarscherpe analyse van de Duitse maatschappij geven. Iets wat in het buitenland ook opvalt en leidt tot retrospectieven en coproducties: Chinesisches Roulette (1976)heeft een Frans aandeel, en Despair (1977, met Dirk Bogarde) is zijn eerste Engelse productie. Als die laatste film niet zo succesvol blijkt, keert Fassbinder terug naar zijn Duitse wortels en maakt hij de zogenaamde BRD-trilogie: zijn visie op het naoorlogse Wirtschaftswunder onder Adenauer tussen 1945 en 1954.

Fassbinder wilde Duitse Hollywoodfilms maken, en met deze films slaagde hij daarin glorieus, zonder zijn pessimisme over het menselijk handelen te verkwanselen. Daarom is het jammer dat het veertien titels omvattende retrospectief slechts één film uit de trilogie vertoont: het in prachtig zwart-wit gefilmde Die Sehnsucht der Veronika Voss (1982), sluitstuk van de reeks begonnen met Die Ehe der Maria Braun (1979) en vervolgd met Lola (1981). Fassbinders films tonen vaak meedogenloos de onvermijdelijke neergang van de hoofdpersonages, die ze vaak zelf opzoeken. Maar doordat de films zo knap kunstmatig vormgegeven zijn, wordt dit masochisme voor de toeschouwer draaglijker, om met een bitterzoete pijn uiteindelijk de bioscoop te verlaten.

Hommage aan Rainer Werner Fassbinder. In: Lantaren/Venster, Rotterdam (22 aug. t/m 4 sept; Filmhuis Lumen, Delft (22 aug t/m 4 sept); Melkweg Cinema, Amsterdam (5 t/m 18 sept).