`Cameratoezicht tast waardigheid Van der G. aan'

Mocht de minister van Justitie een noodmaatregel nemen om het permanente cameratoezicht in Volkert van der G.'s cel te handhaven? De Raad voor de Strafrechtstoepassing doet binnenkort uitspraak.

Langzaam maar zeker begint de tijd te dringen. Vandaag is het de 41ste dag van de hongerstaking van Volkert van der G., de verdachte van de moord op Pim Fortuyn. De 33-jarige Harderwijker, vertellen mensen uit zijn omgeving, begint de laatste week de gevolgen te voelen van zijn actie. Van der G., inmiddels enkele kilo's lichter, voelt zich steeds slapper, al heeft hij zijn hersens erbij en is hij gewoon aanspreekbaar.

Ondertussen ligt één vraag steeds pregnanter op tafel: waar ligt Volkerts grens? Niemand kan inschatten of hij de uiterste consequentie van zijn hongerstaking wil aanvaarden. Maar één ding is zeker: de uitkomst van de zitting die gisteren achter gesloten deuren voor de Raad voor Strafrechtstoepassing werd gehouden zou wel eens een doorslaggevende rol in zijn besluit kunnen gaan spelen.

Die raad, het hoogste beroepsorgaan voor klachten van gedetineerden, staat voor een belangrijke beslissing. Niet alleen omdat het de bekendste verdachte van Nederland betreft. Maar ook omdat er een omstreden besluit van voormalig minister Korthals van Justitie moet worden getoetst over het permanente cameratoezicht in Van der G.'s cel. Korthals vaardigde hals over kop een nieuwe regeling uit om de camera's te kunnen handhaven, een actie die inmiddels tot beroering heeft geleid. Sommige juristen betitelden het als `gelegenheidswetgeving' en de gedetineerdencommissie van Demersluis, onderdeel van de `Bijlmerbajes', het huis van bewaring waar Van der G. gedetineerd zit, stelde een petitie op. Daarin wordt het permanente cameratoezicht en de uitholling van de rechtspositie van gedetineerden bekritiseerd.

De camera-observatie in Van der G.'s cel is een van de bezwaren die hij tegen zijn detentie-omstandigheden heeft. Die laten hem, zo vertelde zijn advocaat A. Franken onlangs op de eerste rechtszitting, ,,geen enkele menselijke waardigheid en kwaliteit van leven''. Het permanente cameratoezicht speelt daarbij een belangrijke rol. Het is, zoals zijn raadslieden zeggen, ,,geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar een volledige ontkenning daarvan''.

Van der G.'s advocaten hebben inmiddels een lange juridische weg afgelegd waarin is geprobeerd de camera-observatie, die volgens de oorspronkelijke regels alleen maar mag worden toegepast als er sprake is van suïcidegevaar, gestopt te krijgen. Bij iedere verlenging gingen ze in beroep bij de Commissie van Toezicht van Demersluis. Uiteindelijk hadden de raadslieden succes. Op 11 juli oordeelde de beklagcommissie dat het cameratoezicht in ieder geval vanaf 19 juni ,,niet meer redelijk'' was, omdat er geen gevaar voor zelfmoord bestond. Overigens, zo bleek gisteren tijdens de zitting van de Raad, had de inrichtingspsycholoog in brieven van 5 en 13 juni reeds geconstateerd dat er géén signalen waren op grond waarvan kon worden gedacht dat Van der G. tot suïcide geneigd zou zijn.

Het succes van de raadslieden bleek een Pyrrusoverwinning. Want op 5 juli vaardigde Korthals de bewuste noodmaatregel uit die ervoor moest zorgen dat de camera's toch bleven hangen. Het criterium werd niet enkel het suïcidegevaar, maar ook de ,,maatschappelijke onrust'' die zou ontstaan als Van der G. zou ontvluchten of als er schade aan zijn gezondheid zou ontstaan. De nieuwe maatregel garandeerde niet alleen de handhaving van de camera-observatie, het confronteerde ook de beklagcommissie met een nieuwe situatie. Werd het cameratoezicht zonder de nieuwe regel onrechtmatig geacht, met de nieuwe regel was het dat niet, oordeelde de Commissie van Toezicht. En dus stond de affaire gisteren in beroep op de rol bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing. Daar betoogde Franken dat de noodmaatregel van Korthals rechtskracht mist omdat hij in strijd is ,,met de tekst, de strekking en de geschiedenis'' van de Penitentiaire Beginselenwet. De regeling van cameratoezicht, zo zei Franken, is zó ingrijpend voor de privacy dat dat geregeld moet worden via de wetgever, de Tweede Kamer dus. Hij krijgt daarbij steun van onder meer J. Uit Beijerse, docent strafprocesrecht aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit, en W. Bos, plaatsvervangend voorzitter van de Commissie van Toezicht van Het Veer, een ander onderdeel van de `Bijlmerbajes'. Zij schrijven in het vrijdag uit te komen Nederlands Juristenblad dat een regeling als het permanente cameratoezicht een zaak is van de formele wetgever ,,waarbij naarmate de bevoegdheid een grotere inbreuk maakt, de voorwaarden preciezer moeten worden omschreven''. Bovendien is het maar de vraag of de inbreuk wel opweegt tegen het doel, stellen Uit Beijerse en Bos.

Franken betoogde gisteren dat, ook al zou de noodmaatregel wel deugen, het cameratoezicht nog onrechtmatig is. Europese wetgeving geeft namelijk aan dat er gedegen argumenten moeten zijn om het middel te gebruiken. Bovendien: wat is `maatschappelijke onrust' precies? Waarom hangen er wel camera's in de cel van Van der G. en niet in de cellen van bijvoorbeeld verdachten die worden beschuldigd van betrokkenheid bij de dood van het meisje van Nulde?

De Raad voor de Strafrechtstoepassing heeft de bevoegdheid om de noodmaatregel van Korthals terug te draaien. Of dat gebeurt is de vraag. Ook de Raad zal, bewust of onbewust, meewegen dat Van der G. een verdachte is in een strafproces waarop grote maatschappelijke en politieke druk staat.

Mocht de Raad het beklag van de advocaten verwerpen, dan rest hun niets anders dan de gang naar het Europees Hof in Straatsburg. Of daarvoor tijd is is ongewis. Dat maakt de zaak zo bizar: mocht Van der G. de uiterste consequentie van zijn hongerstaking aanvaarden, dan gebeurt er iets waarvan het aanvankelijk nou juist de bedoeling was dat het met cameratoezicht voorkomen had moeten worden.