Bloedig verleden hindert bouw `nieuw' Cyprus

Verzoening op Cyprus is minder gemakkelijk dan vaak in Europa wordt gedacht: het bloedige verleden van het eiland staat tussen Grieks- en Turks-Cyprioten in.

Aan alles is in het museum gedacht. Zo hangen er stroppen waarmee aanhangers van EOKA (de beweging van Grieks-Cyprioten die in de jaren vijftig in opstand kwam tegen de Britse `kolonisator') door de Britten werden opgehangen. Zelfs is op een foto te zien wat voor verwoesting een te vroeg ontplofte bom bij de `helden' van de EOKA aanrichtte: de twee voeten staan nog, maar de rest van het lichaam van de EOKA-bommenmaker is veranderd in een treurig hoopje as.

Maar één basisgegeven van Cyprus is in het museum afwezig: dat er naast Grieks-Cyprioten ook Turks-Cyprioten op het eiland wonen. Zo noemt een brochure in het museum het verlangen van EOKA om Cyprus een deel van Griekenland te laten worden ,,volkomen natuurlijk'' en ziet het de onafhankelijkheid die in 1960 werd uitgeroepen, als een ,,overwinning voor het Hellenisme''. Bij Turks-Cyprioten zou dit museum hun diepste angst bevestigen: dat de Grieks-Cyprioten Turks-Cyprioten als onwelkome indringers zien die ze het liefst zo snel mogelijk van het eiland af zouden willen kegelen.

Misschien dat EU-functionarissen eens een bezoek aan het EOKA-museum zouden moeten brengen. Want velen van hen denken dat de verdeling van Cyprus best op te lossen is als `Turken' en `Grieken' maar eens serieus met elkaar gaan praten. Het was die gedachte die mede ten grondslag lag aan het besluit van de Europese Unie om het eiland perspectief op lidmaatschap aan te bieden: als `Brussel' met een pot met geld zwaaide en daarnaast een oogje in het zeil hield, zouden de kemphanen hun strijdbijl wel begraven, zo was de gedachte. Maar weinig Europeanen beseffen hoe diep de wonden zijn die het verleden op Cyprus heeft geslagen en hoe eenzijdig de kijk op de Cyprische geschiedenis aan beide kanten is. En zolang de kloof van dat verleden niet gedicht is, hoort verzoening niet tot de mogelijkheden.

,,Ik ken een (Grieks-Cypriotische) jongen die toen hij voor het eerst een Turks-Cyprioot zag, helemaal op diens voeten was gefixeerd'', vertelt Nicos Anastasiou, een leraar uit Larnaka die mensen uit beide delen van het eiland bij elkaar probeert te brengen. ,,Hij had steeds posters gezien over de Turkse invasie van 1974. En daarop zie je dat Turkse militairen een grote laars op het eiland zetten. En dus dacht hij dat alle Turken ontzettend grote voeten hebben.''

In zulke ontmoetingen tussen jongeren van beide gemeenschappen wordt pas echt duidelijk hoe verschillend hun kijk op het verleden is. Anastasiou vraagt de jongeren om op een papier belangrijke gebeurtenissen op te schrijven uit hun geschiedenis. Als ze klaar zijn stuurt hij de jongeren de kamer uit en legt hij de papieren op de grond, de Grieks-Cypriotische aan de ene kant, de Turks-Cypriotische aan de andere. En dan laat hij de jongeren een voor een binnenkomen en vraagt ze om naar de papieren van de `andere kant' te kijken. ,,Opeens zien ze hoe de andere kant tegen Cyprus aankijkt. De helden van de een zijn de terroristen van de ander.''

Veel Turks-Cyprioten denken dat de Turkse invasie van 1974 geen ander doel had dan de Turks-Cyprioten te beschermen tegen de agressie van de `Byzantijnse extremisten' die hen na de staatsgreep van 1974 fysiek zouden willen uitroeien. Weinig Turks-Cyprioten zijn zich ervan bewust dat het Turkse leger zich bij die invasie erg misdragen heeft: veel Grieks-Cyprische vrouwen werd verkracht en nog steeds wordt er een flink aantal Grieks-Cypriotische mannen vermist.

Anastasiou en zijn ,,vrienden'' hebben inmiddels een groot aantal Grieks- en Turks-Cyprioten bij elkaar gebracht om ,,het masker van de duivel dat we op elkaars gezicht getekend hebben'' te bevechten. Inmiddels is hij bezig met `Steps for Peace', een groep dansers uit `Noord' en `Zuid' die inmiddels zelfs in Istanbul met groot succes traditioneel-Cypriotische dansen hebben uitgevoerd. Zodra beide partijen oog hebben voor het leed van de ander, zijn vriendschapsbanden snel gesmeed, aldus Anastasiou, en verheugen ze zich gezamenlijk op een `nieuw' Cyprus.

Maar dat nieuwe Cyprus komt er niet zonder slag of stoot. Zo kijkt de Turks-Cypriotische leider Denktas met wantrouwen naar de contacten tussen Noord en Zuid. Turks-Cyprioten die daaraan meewerken, worden met enige regelmaat bedreigd door extremisten in het noorden.

En hoeveel tijd hebben Anastasiou en de zijnen nog? Nu de vredesgesprekken tussen de Grieks-Cyprioot Kliridis en de Turks-Cyprioot Denktas zijn vastgelopen, is de stemming vooral in het arme noorden zwaar in mineur. Veel Turks-Cyprioten zijn al vertrokken omdat het voor hen betrekkelijk gemakkelijk is om een visum te krijgen voor bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. ,,Onze vrienden worden steeds somberder'', zegt Anastasiou. ,,Dit jaar moet er vrede komen, anders gaat iedereen die daar nog over is, vertrekken.''

Pijnlijker is wellicht nog dat de `verzoening' louter plaatsheeft tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten en Turken uit Turkije zelf, die na de invasie in 1974 naar Cyprus kwamen, nauwelijks bij het proces zijn betrokken.

Maar ook daar is er werk aan de winkel. Zonder medewerking van Turkije komt er nooit een oplossing op Cyprus. Maar veel Turken, ook in een stad als Istanbul, houden er uiterst sombere gedachten op na over de `Byzantijnen'. Zo zijn zij nog lang niet vergeten hoe de leider van de Koerdisch-separatistische PKK, Abdullah Öcalan, tijdens zijn proces in 1999 meerdere malen weten dat de Grieks-Cyprioten hem zo vriendelijk had gesteund in zijn jarenlange strijd tegen de Turkse staat.

Onlangs nog was in de Turkse krant Sabah een foto te zien van de stad Limasol, waar de Grieks-Cypriotische vlag gezellig naast die van de Republiek hing te wapperen. ,,Ik denk dat de Byzantijnen absoluut niet beseffen hoeveel pijn zij ons hebben gedaan'', zegt een Turkse student in Istanbul die te jong is om zich `1974' te herinneren en zelfs nog nooit op Cyprus is geweest, op felle toon. ,,Als de Byzantijnen vrede met ons willen, zullen ze toch eerst eens goed in de spiegel moeten kijken.''