Beverjacht in de Biesbosch

Overal in de Biesbosch zie je de sporen van bevers. Laag boven het water hangende wilgentakken zijn door scherpe tanden aangeknaagd. Langs de oevers liggen witte, vers geschilde houtjes. Krabsporen in de modder en smalle paadjes tussen de struiken verraden waar de bevers aan land gaan. Ze leven doodgemoedereerd langs druk bevaren kanoroutes. Overdag slapen ze uit, maar 's avonds kun je ze zien. De simpelste manier om op beverjacht te gaan is een kaartje te kopen voor de fluisterboot van Frans Peeters uit Hank, een ruim honderd jaar oude, omgebouwde rietaak met een dak vol zonnepanelen. Wordt het te donker, dan vaart hij op de accu terug naar huis. Zijn thuishaven is Vissershang, volgens kenners het mooiste, meest beschutte jachthaventje van Nederland.

Ooit waren bevers op het noordelijk halfrond alom aanwezig, maar bijna overal zijn ze uitgeroeid om hun fraaie pels en smakelijke vlees. Omdat ze zo plaatstrouw zijn, zijn ze makkelijk te vangen. Wie een klem bij hun burcht zet heeft ze zo te pakken. Omstreeks 1800 verdwenen de laatste bevers uit de Biesbosch. Na veel gesteggel kregen ze in 1988 weer een verblijfsvergunning. Een paar jaar lang zijn groepjes bevers uit het Elbegebied gehaald. Van die 40 nieuwkomers zijn er veel doodgegaan, maar geleidelijk is de stand toch gegroeid tot ruim 100 bevers nu.

,,Meestal verschijnen ze pas in de schemering'', zegt boswachter Dirk Fey van Staatsbosbeheer, terwijl we het donkere water doorklieven. IJsvogeltjes flitsen voorbij in de avondzon. Kreek in, kreek uit spieden we de oevers af. Steekt daar niet een koppetje tussen de takken uit? ,,Als je echt bevers wilt zien, zie je ze ineens overal'', zegt Fey. De Biesbosch is een groene, sappige wildernis. Kenners onderscheiden wel 40 soorten wilgen, die onderling verbasteren. ,,Die heldergroene is de kraakwilg en die grijsgroene de schietwilg'', wijst de boswachter. ,,Tot zo'n 15 jaar geleden zaagden de griendwerkers ze allemaal om de twee of drie jaar af. Maar sinds de Deltawerken klaar zijn, is er niet veel vraag meer naar griendhout. Nu verrijst hier een echt bos.'' Een opvallende nieuwkomer uit de Himalaya is de roze-paarse springbalsemien, die wel twee meter hoog wordt en de brandnetels verdringt.

De allereerste Elbebevers in de Biesbosch legden al knabbelend wel achttien kilometer per nacht af. Nu hebben families hun eigen territorium, waarvan ze de grenzen vooral in het voorjaar markeren met geurige, slijmerige kwakjes bevergeil op graspollen en andere strategische plekken: ,,Ho, hier wonen wij!'' Op een oever die te ondiep was om een hol te graven hebben de bevers hun woning opgehoogd met een rommelig bouwsel van takken. Het dak is met modder afgesmeerd. Elk najaar wordt de boel weer keurig bijgewerkt.

Na ruim anderhalf uur varen zien we in een brede sloot ineens de eerste bever kalmpjes op ons afzwemmen. Alleen zijn harige, bruine kop steekt boven water uit. Glimmende oogjes, grijze snorharen, zachte ronde oortjes en die markante, witte snijtanden die een leven lang blijven groeien. Onder de waterspiegel tekent zich een flink lijf af. Krachtig trappelend met zijn achterpoten passeert hij de boot en verdwijnt verderop tussen de struiken. ,,Pas als ze aan land gaan zie je goed wat een grote, stevige beesten het zijn'', zegt Fey. ,,Hun kop-romplengte is wel een meter of meer. Ze hebben krachtige spieren, zware botten, een dikke buik.'' Achter de boot duikt even later nog een bever op. ,,Misschien dezelfde als net, of misschien zijn maatje'', zegt Fey. ,,Met een beetje geluk kun je hem soms meter voor meter zachtjes naderen als hij langs de oever zit te eten. Daar zit hij dan op zijn gemak te knagen, op stille avonden hoor je de boombast van verre knappen. Schrikt hij, dan neemt hij een snelle duik, geeft een krachtige klap met zijn staart op het water als waarschuwing aan familieleden en weg is-ie.''

We varen hoopvol verder tot het stikdonker is geworden. Fey weet nog één goede plek. Met een zaklantaarn tuurt hij meter voor meter de oever af. Overal zijn schimmen en schaduwen, takken kraken in het nachtelijk duister. De bevers kijken ons stilletjes na.

Bevertochten t/m eind augustus: Frans Peeters in Hank, tel. 0162-403666.