Zevenhonderd fietsen staan klaar voor Zuid-Afrika

Er wordt in Johannesburg niet alleen onderhandeld over `grote doelstellingen', de conferentie biedt ook een podium voor kleine initiatieven.

Zevenhonderd tweedehands mountainbikes en wielrenfietsen staan klaar in de Ierse kustplaats Drogheda om verscheept te worden naar Zuid-Afrika. ,,We leveren ze voor niks. In Afrika moeten ze 300 rand per stuk, dus 30 euro, opleveren'', zegt fietsenmaker Yvonne Tool. Ze zit in de organisatie van het Bicycle Refurbishing Initiative dat tot doel heeft om jaarlijks 100.000 tweedehands fietsen in te zamelen in Ierland, Nederland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en die naar Zuid-Afrika te sturen. Daar moeten ze door lokale fietsenmakers worden opgeknapt en verkocht.

,,Het systeem is nog niet opgezet'', zegt Tool. Maar er wordt hard aan gewerkt. Over de aanvoer van rijwielen maakt ze zich in ieder geval geen zorgen. ,,Nederland telt zestien miljoen fietsen'', zegt ze. ,,Daarvan staat de helft ongebruikt of verroest in schuurtjes en fietsenrekken. Waarom zou je die niet weggeven als je weet dat het helpt bij het bestrijden van armoede.''

Tool, en de rest van de organisatie, probeert in Johannesburg partners te vinden voor het fietsenplan. Het is daar ingediend als een zogeheten type 2 initiatief. In tegenstelling tot de type 1 initiatieven waarbij regeringsleiders langdurige afspraken maken gaat het hierbij om tijdelijke en concrete projecten.

,,Type 1 initiatieven zijn vaak erg vaag en er komt weinig van terecht. Type 2 initiatieven zijn pragmatischer. Je kunt meteen aan de slag'', meent Pascal van den Noort, directeur van Velo Mondial, de organisatie die het fietsenplan leidt. Hij zit op het terras van zijn appartement, in hartje Amsterdam. Overal staan planten. Hier woont en werkt hij. Volgens hem is het grote verschil dat er bij type 2 initiatieven bedrijven worden betrokken. ,,Dan schiet het tenminste op'', meent hij. Een belangrijke sponsor van zijn fietsenplan is het Japanse bedrijf Shimano, dat onder andere fietsonderdelen maakt.

Van den Noort heeft nog een tweede plan ingediend in Johannesburg: het Global Master Plan for Cycling. Hiermee wil hij het fietsgebruik over de hele wereld bevorderen. In Amerika, waar 60 procent van de mensen aan overgewicht lijdt. In dichtbevolkte en vervuilde steden als Cairo, Delhi of Brussel. Het plan moet bijdragen aan de volksgezondheid en de vermindering van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide. Interesse is er genoeg, zegt Van den Noort. Van bedrijven bijvoorbeeld. Er is al een aantal wegenbouwers bij betrokken, een producent van fietsenrekken doet ook mee.

,,We praten verder nog met Jaguar en Peugeot.'' Want, zegt Van den Noort, de fiets is niet anti-auto. Grote autofabrikanten zijn juist hard bezig om de fiets met de auto te integreren. Ze zien de bui namelijk al hangen. Steeds meer binnensteden worden autovrij gemaakt, om het aantal ongelukken en de uitstoot van uitlaatgassen te verminderen. ,,Forensen gaan straks dus hun auto aan de rand van de stad parkeren, en doen het laatste stuk op de fiets'', zegt Van den Noort.

Uiteindelijk wil hij het plan in 150 steden, in 75 landen, introduceren. Te beginnen in Amerika en Europa. Pas daarna moeten Afrikaanse en Aziatische steden het overnemen. ,,In Zuid-Afrika wordt fietsen nog vaak met armoede geassocieerd'', zegt hij. ,,Maar als we het eerst in Amerika en Europa opzetten, dan willen ze het in Afrika uiteindelijk ook.''

De zevenhonderd fietsen die in het Ierse Drogheda klaar staan, zijn bedoeld voor kinderen in de Zuid-Afrikaanse plaats Midrand. Nu moeten ze 's ochtends nog twee uur naar school lopen, en 's avonds moeten ze hetzelfde stuk terug naar huis. Op de fiets duurt het slechts een half uurtje. ,,Daardoor vallen ze tijdens de lessen niet uitgeput in slaap'', zegt Tool. De kinderen hebben al les gehad in het plakken van een band, en het veilig over straat fietsen.

Ook voor volwassenen kan de fiets van enorm belang zijn. Veel mannen gaan met de taxi naar het werk, zegt Tool. Dat kost hun 300 rand in de week. ,,Als je een fiets koopt heb je de kosten er in drie weken tijd uit.''

Onlangs is Tool nog een half jaar in Johannesburg geweest om mensen op te leiden tot fietsenmaker. ,,Ze willen maar wat graag.'', zegt ze. Het enige wat ze nodig hebben is een kleine lening, voor wat gereedschap en een werkplaats. ,,Dan praat je over een omgebouwde container met een deur erin.''

De gemeente Eindhoven heeft zich inmiddels aangemeld om een fietsenmaker in Mfuleni, vlakbij de Soweto-township Sharpville, te steunen. De kringloopwinkel in Delft wil van fietsen die zijn opgevist uit de stadsgrachten de nog goede onderdelen naar de township Tswane in Pretoria versturen.

Van den Noort wil uiteindelijk een systeem waarbij de fietsen op een punt in Zuid-Afrika worden ingezameld. Van daaruit gaan ze naar tien fabriekjes, waar ze worden gerepareerd. Elke fabriek bevoorraadt vervolgens weer tien winkels, waar de klant zijn fiets kan kopen. Voor 30 euro. Daarvan gaat 10 euro naar de winkelier, 15 euro naar de fietsenmaker en 5 euro naar de inzamelaar in Zuid-Afrika. Van den Noort: ,,Je moet het hier strak opzetten, anders loopt het geheid mis.''

Derde deel van een serie over duurzame ontwikkeling, naar aanleiding van de VN-conferentie in Johannesburg, van 26 augustus tot 4 september. Eerdere delen verschenen op 17 en 19 augustus en zijn te lezen via www.nrc.nl.