Rusland heeft geen belang bij verzet tegen aanval VS op Irak

De VS hoeven zich bij een eventuele aanval op Irak niet te bekommeren om de reactie van Moskou, want de Russen spinnen er hoe dan ook garen bij, meent Jonathan Eyal.

De aankondiging van de Russische regering dat zij op het punt staat een groot olie-akkoord met Irak te sluiten, kon voor Washington niet op een slechter moment komen.

De Amerikaanse regering geeft signalen dat ze samen met de Verenigde Naties wil zoeken naar een overtuigender grondslag voor militair optreden tegen Irak. De Amerikanen verwachten weinig van de VN. Bovendien wil Washington een ander bewind in Bagdad, en niet alleen de terugkeer van de wapeninspecteurs, zoals de VN verlangen. Maar ook als de VN alleen worden gebruikt als politiek vijgenblad voor de oorlogsvoorbereidingen, dan blijft de medewerking nodig van de Russen in de Veiligheidsraad. Het Russisch-Iraakse olie-akkoord versterkt niet alleen de rechtstreekse economische betrokkenheid van Moskou in het Midden-Oosten, maar dient ook als waarschuwing dat de spelletjes waar president Bush wellicht op uit is in de VN, niet per se op Russische steun hoeven te rekenen.

Toch is het bericht over een olie-akkoord in Amerikaanse regeringskringen met nauw verholen onverschilligheid ontvangen. Minder dan een jaar geleden spande Washington zich nog in om de Russische medewerking te verkrijgen in de oorlog in Afghanistan. Bovendien zijn de Russische strategische en economische belangen in het Midden-Oosten in het algemeen en in Irak in het bijzonder altijd heel belangrijk geweest. Maar de Amerikanen weten dat de Russen niets zullen doen om de plannen voor een militaire campagne tegen Saddam Hussein in de war te sturen, en het Kremlin gaat ervan uit dat Rusland als winnaar uit de strijd zal komen, ongeacht de uiteindelijke uitkomst van deze oorlog.

Het komende olie-akkoord tussen Moskou en Bagdad is de zoveelste wending in een ingewikkelde diplomatieke manoeuvre waar de Russen achter de schermen al wekenlang mee bezig zijn.

Tientallen jaren werden het Russische buitenlandse beleid en de gevestigde legerorde beheerst door oude Arabische experts. Deze mensen hielden zich bezig met de bespionering en ondermijning van pro-westerse regeringen in het Midden-Oosten, of leverden wapens aan radicale regeringen in dit gebied, een van de belangrijkste fronten in de ideologische confrontatie met het Westen tijdens de Koude Oorlog.

De invloed van deze `Arabisten' in Moskou nam na het einde van de Koude Oorlog zelfs toe, vooral toen Jevgeni Primakov onder president Jeltsin minister van Buitenlandse Zaken werd. Primakov wilde voortzetting van de concurrentie met de VS om invloed in het Midden-Oosten, ondanks de teloorgang van de oude Sovjetunie; zijn bevordering tot premier eind jaren negentig markeerde het toppunt van de Russisch-Amerikaanse moeilijkheden in het gebied.

Onder zijn beheer zou het ondenkbaar zijn geweest dat Rusland de verleiding had weerstaan om zich te bemoeien met Irak, vooral omdat het Westen zelf verdeeld is. Maar Primakov is weg en het Russische leger verkoopt liever wapens aan gevestigde Arabische regimes (zoals Jordanië) dan aan oude radicale Arabische stokebrands, die hun wapenaankopen overigens nooit betaalden.

Daardoor hoeft president Poetin het in eigen land niet op te nemen tegen een actieve pro-Iraakse lobby. Hij heeft nog meer redenen om geen ruzie met de Amerikanen over Irak te maken. Rusland heeft nog zo'n zeven miljard dollar tegoed voor onbetaalde Iraakse wapenaankopen uit de jaren zeventig en tachtig. In het verleden dacht Moskou dit geld het beste te kunnen veiligstellen door indirecte steun aan Saddam Hussein. De Russen deden zich voor als bemiddelaars tussen de VS en Bagdad, of als verdediger van het Iraakse volk door het einde van de economische sancties tegen het land te eisen. Ze werden hierin aangemoedigd door de Iraakse dictator, die beloofde dat hij zodra de sancties zouden worden opgeheven en hij weer onbeperkte hoeveelheden olie mocht uitvoeren, zijn Russische rekeningen geheel zou voldoen.

Inmiddels beseft Poetin dat deze politiek tot niets heeft geleid. Hoe meer de Russen zich inspanden om het isolement van Irak te doorbreken, hoe vaster de Amerikanen besloten om de sancties te handhaven. Gaandeweg veranderden de Russen in een pion van Saddam Hussein, zonder één dollar van de oude schulden terug te zien. Poetin heeft de zaak maar laten rusten, in de wetenschap dat Rusland het beste af is door welwillend toe te kijken bij wat Washington doet.

Als er geen aanval op Irak komt, stort het stelsel van sancties vanzelf in en zal Rusland daarvan financieel profiteren zonder de toorn van de Amerikanen te wekken. Wordt Saddam Hussein daarentegen afgezet, dan hebben de Russen goede papieren bij elk nieuw bewind in Irak.

Alle militaire uitrusting van Irak en een groot deel van de industriële infrastructuur is van Russische makelij. Natuurlijk zal een nieuwe regering in Bagdad na een oorlog de Amerikanen gunstig gezind zijn. Maar zij zal niet gezien willen worden als Amerika's poedel, en zal daarom sterk geneigd zijn naar Rusland te kijken voor nieuwe technische en militaire contracten.

Terwijl alle westerse regeringen onder druk van hun publieke opinie prioriteit zullen moeten geven aan economische wederopbouw en humanitaire hulp boven wapenleveranties, zal Moskou dergelijke beperkingen niet kennen. Alles bij elkaar hebben de Russen meer kans dat de openstaande schulden worden betaald als Saddam Hussein van het toneel verdwijnt, en bovendien ruiken zij nieuwe defensiecontracten.

Daarbij komt de olie. Veel van het lopende olie-voor-voedselprogramma van Irak wordt beheerd door Russische oliemaatschappijen, net als een groot deel van de illegale smokkel en de ontduiking van sancties. Daarom hebben Russische oliemaatschappijen een goede uitgangspositie voor het moment dat een einde is gemaakt aan de dictatuur. Maar Poetins calculaties gaan verder: hij ziet Irak in de toekomst als een bondgenoot in zijn poging de macht van de Organisatie van olie-exporterende landen (Opec) te breken als prijsbepalende instantie voor de olieprijs. Dit zou Moskou in staat stellen een groter marktaandeel te krijgen voor de Russische olie. Sinds 11 september hebben de Russen bij herhaling geweigerd om de productiedoelen van de Opec te aanvaarden en hebben ze hun marktaandeel in het westen vergroot. De Irakese oliereserves zijn alleen kleiner dan die van Saoedi-Arabië, en twee keer zo groot als die van Rusland. Als Irak weer grootschalig olie gaat exporteren, vermindert dat het belang van Saoedi-Arabië als belangrijkste olieleverancier van het westen. Van Opecs claim de oliemarkten te reguleren zal weinig overblijven, want Irak wil dan zoveel mogelijk uitvoeren.

De Russen hebben geen belang bij instorting van de olieprijs, maar geloven dat de samenwerking met Irak Moskou een dominerende rol kan geven op Europese energiemarkten en in staat zal stellen het oliebeleid in het Midden-Oosten te dicteren, ten koste van de Saoedi's en Opec. De verwachte aankondiging van een olieakkoord is het eerste schot in deze agressieve strategie; de Russen weten dat het akkoord pas operatief zal worden als Saddam Hussein weg is.

President Poetin kan de uitkomst van een confrontatie tussen de VS en Irak niet voorspellen. Maar hij heeft zijn land in een positie gemanoeuvreerd waarin het hoe dan ook profiteert. Hij heeft dit gedaan door zo weinig mogelijk te zeggen het beleid is hier geen officieel beleid te hebben. Voor de eerste keer in een halve eeuw kan Washington een militaire operatie plannen zonder zich veel zorgen te maken over de reactie in het Kremlin.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.