Pathologische huurterrorist

Liefhebbers van samenzweringstheorieën hebben er dezer dagen een intrigerend onderwerp bij: de kennelijke dood van de man die vóór Osama bin Laden gold als de meest gezochte terroristenleider, Abu Nidal. Zowel zijn gewelddadige reputatie, als de omstandigheden waaronder hij in de hoofdstad van een ,,schurkenstaat'' de dood zou hebben gevonden, bieden talloze aanknopingspunten voor arglistige complotten.

De Palestijnse krant Al-Ayyam meldde gisteren als eerste dat er op 65-jarige leeftijd een einde was gekomen aan het leven van `de vader van de strijd', zoals de vertaling van Abu Nidal luidt. Hij zou vorige week vrijdag dood zijn aangetroffen in zijn woning in Bagdad. Bevestigingen kwamen van Palestijnse diplomaten, onder meer op de in de Arabische wereld goed ingevoerde tv-zender Al-Jazeera. En vrijwel onmiddellijk ook begonnen de speculaties: was ziekte hem fataal geworden? Was het moord? Zelfmoord wellicht?

Allemaal mogelijk, zegt de Israëlische auteur Yossi Melman, die een biografie over Abu Nidal schreef, vandaag in het Britse dagblad The Guardian. En hij voegt er aan toe dat niet moet worden uitgesloten dat Abu Nidal het slachtoffer is geworden van een vete binnen zijn eigen Fatah Revolutionaire Raad (FRR). Maar de woordvoerder van deze organisatie zegt, eveneens vanmorgen, tegen het Franse persbureau AFP dat er helemaal niets aan de hand is: ,,Abu Nidal leeft en verkeert in goede gezondheid''. De infame misinformatie zou allemaal het werk zijn van vijandige inlichtingendiensten.

Abu Nidal, die eigenlijk Sabri Khalil al-Banna heet, brak in 1974 met Al-Fatah, nadat deze hem ter dood had veroordeeld wegens een poging om haar leider, Yasser Arafat, te vermoorden. Aanvankelijk kiest zijn FRR Bagdad als uitvalsbasis. Maar als Irak in 1983 de steun van de Verenigde Staten zoekt (en krijgt) in de oorlog tegen Iran, moet Abu Nidal vertrekken. Achtereenvolgens vindt hij onderdak – en opdrachtgevers – in Syrië en Libië. Eind jaren negentig keert hij, na een kortstondig verblijf in Egypte, uiteindelijk terug naar Irak.

Abu Nidals organisatie wordt verantwoordelijk gehouden voor ten minste negentig aanslagen in twintig landen in de periode 1974-1992. Daarbij zouden in totaal meer dan 280 mensen om het leven zijn gekomen en meer dan 650 gewond zijn geraakt. In het begin concentreert de organisatie zich op gematigde Palestijnen, prominente vetrouwelingen van Nidals aartsrivaal Arafat en diplomaten van ,,reactionaire regimes'' zoals van Jordanië en Egypte. Wat later volgen steeds willekeuriger aanslagen en kapingen in Europa, Afrika en India.

Een van de specialiteiten van de FRR is het in olie bakken van de genitaliën van gevangenen, onthult een andere biograaf van Nidal, de Britse ex-journalist Patrick Seale in `Met bloed geschreven' (1992). Ook zouden de FRR'ers voorkeur hebben voor het levend begraven van gevangenen met een ijzeren buis in hun mond waardoor ze nog een tijdje kunnen ademen voordat deze als verlengde geweerloop wordt gebruikt.

Tot de spectaculairste terreuracties van Abu Nidal en zijn FRR-organisatie – volgens westerse inlichtingendiensten bestaande uit enkele honderden terroristen – behoren de aanslagen op de luchthavens Rome en Wenen in december 1985 en de kapingen van vliegtuigen boven de Middellandse Zee (november 1985) en Pakistan (september 1986).

Biograaf Saele noemt ook de Mossad, de Israëlische geheime dienst, als opdrachtgever van Abu Nidal. De Likoed-regering van premier Begin kon destijds belang hebben bij het uit de weg ruimen van gematigde PLO-bestuurders die een dialoog en een vredesregeling met Israël voorstonden. Maar overtuigend bewijs voor dat complot had hij niet, al blijft het evenzeer een mysterie dat de gezamenlijke westerse inlichtingendiensten Abu Nidal nooit hebben kunnen uitschakelen. Of toch, zij het rijkelijk laat, alsnog in Bagdad?