Ode aan Griekse bakermat

,,Het woord `klassiek' heeft voor ons iets verkillends.'' Met die kernachtige uitspraak begon een eeuw geleden de kunstwetenschapper Heinrich Wölfflin zijn boek Die Klassische Kunst. `Klassieke kunst' associeert hij met `het eeuwig dode, het eeuwig oude' en `een voortbrengsel van de theorie en niet van het leven'. Maar deze negatieve kwalificaties vormen slechts de opmaat voor een lofzang op die klassieke kunst.

Zo lijkt het alles te vergaan wat in de kunst klassiek genoemd wordt: ongenaakbare perfectie duldt geen vrijblijvendheid. Maar tegelijkertijd is de beschouwer zich bewust van een ongrijpbare kwaliteit van schoonheid en harmonie, die een standaard zet voor volgende generaties. Het is veelzeggend dat Wölfflins boek niet, zoals je op grond van de titel zou verwachten, gaat over de kunst van klassieke Oudheid, maar over de schilderkunst van de Italiaanse Renaissance.

Een exemplaar van de eerste druk van Wölfflins boek uit 1899 ligt in een vitrine in de tentoonstelling Die Griechische Klassik; Idee oder Wirklichkeit, die is te zien in de Kunsthal in Bonn. Hier ballen zich de aandachtspunten van deze expositie samen: de canonstellende kwaliteit van de Griekse Oudheid, het teruggrijpen op klassieke voorbeelden in latere periodes, en de opvattingen over het klassieke in de kunst en wetenschap van de negentiende en twintigste eeuw.

Het grootste gedeelte van de tentoonstelling gaat terug naar de bron, naar beeldende kunst en architectuur uit de periode van de `Eerste Attische zeebond', met Athene als economisch, militair en artistiek centrum, ruwweg de vijfde eeuw voor Christus. Traditioneel wordt deze periode beschouwd als de bakermat van de westerse kunst en cultuur. Het was de tijd van de beroemde tragedieschrijvers Sophokles en Euripides, de filosofen Socrates en Plato, de staatsman Perikles.

In de getoonde voorbeelden van klassieke sculptuur is paradoxaal genoeg direct te zien hoe groot de invloed ervan in latere perioden is geweest. Er staan relatief weinig vijfde-eeuwse originelen, maar des te meer kopieën uit de Romeinse keizertijd, toen de Griekse kunst werd gezien als een nastrevenswaardig ideaal. Dankzij dat Romeinse classicisme zijn veel Griekse sculpturen die inmiddels verloren zijn gegaan, nog in marmeren kopieën bekend. Een hoogtepunt in de tentoonstelling is wat dat betreft de Romeinse kopie naar de beeldengroep van de `Tyrannendoders': een levensgrote voorstelling van twee mannen met getrokken zwaarden, waarvan het origineel in 477/76 voor Christus op de Agora van Athene was geplaatst ter ere van de gewaardeerde moordenaars van de tiran Hipparchos.

De veel latere fascinatie van de westerse cultuur voor de oude Grieken blijkt uit beelden die alleen in moderne gipsafgietsels worden getoond, reconstructies van houten meubelen en papieren afwrijfsels van inscripties. Griekse voorbeelden duiken op in megalomane 19de-eeuwse projecten van de Duitse bouwmeesters Leo von Klenze en Friedrich Schinkel, of in een onuitgevoerd ontwerp van Adolf Loos voor een wolkenkrabber in de vorm van een Dorische zuil (1922). Dat direct op de Griekse klassieken geïnspireerde classicisme staat in het staartje van deze tentoonstelling centraal – niet de meer in algemene zin op de Grieks-Romeinse Oudheid gebaseerde kunst van de Renaissance.

Maar naast en tussen al die kopieën en navolgingen valt genoeg te genieten van Grieks-klassieke originelen: schitterend beschilderde vazen, rijkbewerkte edelmetalen schalen en drinkbekers, en grafreliëfs zoals de zogenaamde `Giustiniani-stèle' uit het midden van de vijfde eeuw, met een ingetogen voorstelling van een jonge vrouw met een juweeldoos in haar hand.

Zelfs fascineert een bijna manshoog fragment uit de decoratieve band onder de dakrand van het Parthenon. Zo'n massief marmeren bouwelement doet je realiseren hoe groot de artistieke en technische kwaliteiten van de oude Atheners geweest moeten zijn dat ze kans zagen met zulke blokken binnen vijftien jaar (447-433) de machtige tempel op te trekken en te decoreren. Deze stille getuige van de rijke klassieke periode, die in Bonn maar wat staat te glinsteren, brengt eerder ontroering teweeg dan Wölfflins `verkilling'.

Tentoonstelling: Die Griechische Klassik; Idee oder Wirklichkeit. T/m 13/10 in Kunst- und Ausstellungshalle der BRD, Friedrich-Ebert-Allee 4, Bonn. Catalogus € 25,50. Inl: 00 49 228-9171200 of www.bundeskunsthalle.de