Monnik in Montagnola

Zelfs hoog tegen de berghelling boven het meer van Lugano hangt de hitte van het diepe zuiden. Alles is hier Italiaans. De namen, de rood- en geelgekleurde huizen, de mensen en het landschap met palmen en cipressen. Maar wij zijn nog in Zwitserland, in het exotische bergdorp Montagnola in de punt van Tessin.

Hier woonde en werkte de schrijver Herman Hesse sinds 1919. Aanvankelijk huurde hij een vertrek in het barokke palazzo Casa Camuzzi. Om aan zichzelf en zijn schrijftafel te ontsnappen, trok Hesse met schildersezel of tekenpapier de natuur in. En plein air schilderde hij aquarellen van de huizen en het landschap in de locale kleuren. `Ein hübsches Spiel' zonder artistieke pretenties. Een verstilde bezigheid: `Das Malen ist wunderschön, es macht einen froher und duldsamer.' Het beviel hem buiten zo goed dat hij er steeds meer tegenop zag terug te keren naar zijn overvolle werkkamer. Liever zou hij in de natuur wonen met een stuk grond dat hij als een boer kon bebouwen.

Toen Hesse tijdens een feestje in Zürich zijn droomhuis beschreef, schoot vriend Bodmer in de lach en riep: `Das Haus sollen Sie Haben!' Vriend en mecenas Dr. H.C. Bodmer liet naar de wensen van Hesse een prachtig huis bouwen tegen de berg iets boven het dorp, waar de schrijver `auf Lebzeiten' mocht blijven wonen. Dat waren nog eens tijden. In augustus 1931 betrok Hesse das Rote Haus auf dem Berg. Als Goldmund in de roman Narziss und Goldmund woonde en werkte hij er als een monnik, tot zijn dood op 9 augustus 1962.

De zon staat hoog boven ons als wij naar het dorpsplein wandelen. De enige schaduw hangt tegen de gevel van de Comune di Montagnola, waar aan weerszijden van de ingang twee meterslange banieren neerhangen met de kop van Herman Hesse plus het jaartal 2002. Het is het veertigste sterfjaar van Hesse. Op het te grote parkeerterrein staan auto's van Zwitsers en Duitsers. Beide landen beschouwen de schrijver als hún beroemdheid. Maar Zwitserland heeft gezien het leven van de schrijver het meeste recht op deze anti-Duitse individualist, wiens vergeestelijkte karakter al tijdens de Eerste Wereldoorlog in botsing kwam met de Duitse politieke macht.

Het museo Herman Hesse ligt in het hart van het dorp naast Casa Camuzzi. Onder een plataan staat een stenen leestafel waarop wat Taschenbücher zijn neergelegd: Demian, Siddhartha, Narziss und Goldmund, Der Steppenwolf. Van deze laatste twee romans werden na de Hesse-boom in 1969 in Amerika en Japan miljoenen exemplaren verkocht. Zoals de Duitsers zich na de Eerste Wereldoorlog herkenden in Demian, zo herkenden de Amerikanen hun Vietnamtrauma in Der Steppenwolf. Maar Japanners en Amerikanen zijn hier niet. Die zie je in Zwitserland alleen op de beroemde bergtoppen. Wel slenteren er enkele Duitse echtparen door de nauwe gangetjes en kamers van het museum. Het handjevol bezoekers is van onze leeftijd. Ook zij moeten in de jaren zestig/zeventig Hesse hebben gelezen. De jaren waarin zij zich, als Hesse, afezetten tegen het Duitse gezag.

De Italiaanse jongen achter de balie heeft zijn handen overvol aan de weinige bezoekers. Het zweet druppelt van zijn gezicht. Zijn witte T-shirt met subtiel Che Guevara-embleem plakt aan zijn lijf. Als ik hem vraag of Casa Camuzzi te bezichtigen is, kijkt hij mij met angstige ogen aan: `Nein, das ist unmöglich: Privato.' En het rode huis van Hesse? Zijn mondhoeken trekken zo somber naar beneden dat ik vrees dat hij in huilen zal uitbarsten: `Das Haus von German Esse ist auch privato.' Het huis is niet eens rood meer. Geverfd door de nieuwe eigenaar! Het spreidt zijn armen ter verontschuldiging.

Casa Hesse moet zich vlak achter de school bevinden. Hagedissen schieten over de traptreden, de struiken in. De zon brandt nog steeds genadeloos als we de weg naar boven volgen. Na enkele honderden meters herkennen wij het huis dat zich achter een slanke cipres boven ons aftekent tegen het blauw. Een plaatje als een aquarel van de schrijver. Het huis is nu crèmekleurig. Van de tuin waarin Hesse met zoveel toewijding werkte, is niet veel meer over. In de diepte ligt het meer van Lugano. Van de snelweg naar Milaan stijgt een gonzend gezoem op.

Het toegangshek wordt geflankeerd door twee protserige manshoge zandstenen beelden. Geen Narziss und Goldmund, maar ruiter en vuistvechter Castor en Pollux houden hier de wacht. De woorden van Hesse schieten mij te binnen die hij aan het eind van zijn leven schreef, toen een storm van bezoekers op zijn huis afkwam. Woorden die bij dit streng gesloten hek een heel andere betekenis krijgen: `An der Pforte seiner Behausung ziemt es sich vorbeizugehen, als wäre sie Niemandes Wohnung.'