Lachkomiek

Waar is in godsnaam de televisiekomiek gebleven? Piet Bambergen is jaren geleden gaan hemelen, Johnny Kraaykamp is naar het deftige toneel overgestapt en André van Duin heeft een voorschotje op zijn pensioen genomen. Om Paul de Leeuw heb ik nog nooit in mijn leven één keer kunnen lachen, terwijl mensen die mij kennen toch beweren dat ik het zonnetje in huis ben.

In mijn vaderland Vlaanderen beschikken wij tenminste nog over Urbanus, een man die mij reeds bij de eerste aanblik volledig kan verzoenen met het bestaan. Zijn dat niet de ware komieken, mensen die – om het ouderwetse vakjargon eens van stal te halen – de lach aan hun kont hebben hangen? De lachkomiek, zo refereerde ooit onze volksschrijver Gerard Reve aan Rijk de Gooijer. Maar waar is Rijk?

Op de Nederlandse televisie lijkt de komiek als fenomeen uitgestorven. Daarom deed het mij extra deugd gisteravond de herhaling van Waskracht te zien waarin tv-dominee Muntz optrad. Muntz voldoet aan de voorwaarde: ik moet al lachen als ik zijn kop zie. Hoe spijtig dat hij zich destijds zo vergaloppeerde met zijn Hitler-act, waarmee hij in Wenen een paar orthodoxe joden de stuipen op het lijf joeg. De Palestijnen doen dat overigens elke dag en die mogen nog wel op het scherm.

God zij dank zit humor vaak in de familie. Aan de tweelingbroer van dominee Muntz danken wij de laatste komische glimp op onze treurige televisie. Weinig kijkers weten hoe nauw Robbie Muntz en Willibrord Frequin verwant zijn. Nu ik het zeg, ja, nu ziet u het ook! Dezelfde volumineuze neus, dezelfde warrige haardos, dezelfde side look in de lens. En vooral dezelfde fijnzinnigheid. Bedrogenen en gehandicapten zijn bij hen aan het goede adres. Wat Robbie Muntz met de Amerikaanse tv-dominees uithaalde deed Willibrord Frequin al jaren geleden tijdens het bezoek van de paus aan Nederland.

Waarom heeft de KRO de raskomiek Frequin toch ooit de deur gewezen? Er is geen katholieke Marc-Marie die in zijn schaduw kan staan. Gisteravond zag ik op SBS een soort compilatie uit De Week van Willibrord. Zelden zo gelachen. Alles was goed. Zijn pochet, zijn stropdas, zijn witte sokken, zijn bordeelsluipers. Waarom nog verder zoeken naar degene die Cor Witschge in de op handen zijnde remake van Pipo de Clown kan vervangen. ,,Staat u ook voor gesloten deuren of wordt u onrecht aangedaan, bel dan met Willibrord'', galmt de voice over van ene Pepijn Bierenbroodspot over de aftiteling. Knoop in mijn zakdoek, daar moet ik mij melden als de Weltschmerz te groot wordt.

Misschien is er wel meer humor op het scherm dan wij denken, misschien is het alleen een kwestie van je ervoor open stellen. Bladerend in de gids besef ik wat ik heb gemist op de andere kanalen. Gelijktijdig met De Week van Willibrord vertoonde Nederland 2 Je zal het maar hebben, een relativerend programma over kwalen die in de taboesfeer liggen. ,,Presentator Patrick gaat op bezoek bij drie meisjes die problemen hebben met hun hormonen.'' Niet gezien dus. Maar vast en zeker ook leuk. Met de juiste bril is alles leuk: Paul de Leeuw, de Josti-band en Frequin.

Hoe treffend vertolkte de onlangs gestorven, maar sindsdien niet minder leuke Bart de Graaff ons aller gevoelens toen hij tegen Willibrord zei: ,,Weet je dat je eigenlijk niet zo'n lul bent als de meeste mensen denken?''