Keynes drijft mee op de Elbe

Na al het leed en de schade, zorgen de overstromingen in het oosten van Europa ironisch genoeg voor een economische impuls. En voor een nooduitgang uit het Stabiliteitspact.

Het uiteindelijke schadebedrag van de hevige overstromingen in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië is op dit moment nog giswerk, maar het ziet er naar uit dat de omvang van de ramp zó groot is, dat hij zijn sporen achterlaat in de Europese economie.

Tsjechië, nog geen lid van de EU, moet rekenen met een schade die kan oplopen tot 2,8 miljard euro. Oostenrijk moet rekenen met een schade van rond de 2 miljard euro. Maar het belangrijkst zal de invloed zijn van de geschatte schade van minimaal 15 miljard euro op de economie van Duitsland, die wat omvang betreft goed is voor een derde deel van de totale economie van de eurolanden.

Die invloed werkt door op drie vlakken: de inflatie, de economische groei en de begrotingspolitiek. Wat de inflatie betreft, gaat het vooral om het gecombineerde effect van de zware regenval en de overstromingen op de oogsten. De Amerikaanse zakenbank J.P. Morgan calculeert dat de misoogsten en het tijdelijke verlies van productie van landbouwproducten en voedingsmiddelen tussen de 0,2 procentpunt en 0,3 procentpunt extra kan bijdragen aan de inflatie in de loop van het jaar. De euro-inflatie kwam gisteren over juli uit op 1,9 procent, en moet waarschijnlijk al worden herzien tot 2 procent. Nog eens een paar procentpunten erbij, en de dalende inflatietrend die de Europese Centrale Bank graag ziet, keert en de inflatie loopt op tot meer dan 2 procent.

Het wordt niet waarschijnlijk geacht dat de centrale bank zich door dit incidentele inflatie-effect zal laten leiden bij het rentebeleid. Daarvoor staat de euro-economie er te slecht voor. Voorlopige cijfers over de economische groei van de Bundesbank in Duitsland wezen gisteren op een groei van maar een kwart procent in het tweede kwartaal, en een krimp ten opzichte van vorig jaar. De tot nu toe bekende gegevens van de eurozone, uit Nederland en Italië, bevestigen de stilstand aldaar.

Door productie-uitval kan, stelt econoom Elga Bartsch van Morgan Stanley, het herstel van de Duitse economie nóg een kwartaal vooruitschuiven. Maar op de wat langere termijn kan dat ruim gecompenseerd worden door de vergrote activiteit die de nasleep van een ramp doorgaans met zich meebrengt.

Auto's en andere goederen moeten worden vervangen. En grootscheepse herstelwerkzaamheden hebben een stimulerende werking op de bedrijvigheid. ,,Dat kan, verspreid over de eerstkomende jaren, een vol procent economische groei opleveren voor de Duitse economie'', stelt Bartsch. Aangezien deze vorm van – onvrijwillige – overheidsstimulering geen extra productiecapaciteit in het leven roept, maar hooguit bestaande capaciteit vervangt, is er sprake van een klassieke Keynesiaanse impuls. Keynes drijft mee op de Elbe.

De derde invloed van de overstromingen betreft het begrotingsbeleid. De ramp kost geld, ook overheidsgeld. Hoewel het bedrag waarvoor de Duitse overheid zal bijspringen beperkt zal blijven tot enkele tienden van procentpunten van het bruto binenlands product (bbp), maakt het de begrotingssituatie extra precair. Bartsch voorzag al een tekort dat oploopt dit jaar tot 2,9 procent van het bbp. Extra bestedingen ten gevolge van de ramp kunnen zo het tekort nét over de drempel duwen van 3 procent. Waarmee Duitsland in strijd handelt met het in euro-verband afgesproken Stabiliteitspact dat een tekort van meer dan 3 procent verbiedt op straffe van sancties.

Bartsch wijst er echter op dat in het Stabiliteitspact een uitzondering wordt gemaakt voor een ,,ongebruikelijke externe oorzaak buiten de controle van een lidstaat'' die een majeure invloed heeft op de financiële positie van de regering. Het ziet er naar uit dat Duitsland daar een succesvol beroep op kan doen. Al blijft het feit dat de begroting al een enorm tekort vertoonde voordat de vloed, als een letterlijk geschenk uit de hemel, toesloeg.