Kabul faalt in aanpak papaverteelt

De nieuwe Afghaanse regering heeft volgens de Verenigde Naties de afgelopen vier maanden gefaald de papaverteelt uit te roeien. De campagne van de president Hamid Karzai's regering om het verbouwen van de grondstof voor heroïne uit te bannen, heeft weinig resultaten geboekt. Volgens de VN staat er naar schatting voor ruim één miljard dollar aan papaver op de velden.

In de jaren negentig was Afghanistan, met 70 procent van de wereldvoorraad, de grootste opiumproducent. In 2000 werd het verbouwen van papavers voor opium door de fundamentalistische Talibaan verboden. Een jaar later was de oppervlakte met het gewas met 96 procent verminderd.

Na de Amerikaanse aanval op Afghanistan en de verdrijving van het Talibaan-regime hebben de boeren de papaverteelt weer opgepakt. Volgens woordvoerder Hector Maletta van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, vormt de opiumteelt ,,een groot deel van het bruto binnenlands product''.

Voor boeren die worstelen om te overleven levert opium snel veel geld op. Na het verbod op de opiumteelt door de Talibaan stegen de prijzen tot 1.000 dollar per kilo. Dit jaar moet een kilo opium tussen de 350 en 400 dollar opleveren. In 1996 was dat bedrag zo'n 60 dollar.

De compensatie die de overheid in de campagne biedt is niet aantrekkelijk. Boeren die de papaver niet verbouwen ontvangen 1.250 dollar per hectare, terwijl de geschatte opbrengst van een hectare papavers 16.000 dollar bedraagt.

In Afghanistan tast de grootschalige opiumteelt, waarmee tienduizenden boeren en landarbeiders in hun levensonderhoud voorzien, de binnenlandse voedselvoorziening aan. Als gevolg van de recente opleving daalde de productie van tarwe met tien procent. Volgens de VN zijn dit jaar 90.000 hectaren papaver geplant en zullen eind dit jaar tussen de 60.000 en 70.000 hectaren van het gewas zijn geoogst. Volgend seizoen wordt een nog grotere opbrengst verwacht.