De juiste maat

Als engelen konden vliegen zouden we ze niet herkennen. Hun borstkas zou meer dan een meter vooruit moeten steken om de spieren te kunnen aanhechten die de vleugels in beweging brengen. Om gewicht te besparen zouden de benen boven de knie geamputeerd moeten worden en dan nog zou de kans op neerstorten groot zijn. Een wezen ongeveer zo groot als een mens kan niet met spierkracht vliegen. Het maximum is hier ongeveer de grootte van adelaars en dat is maar goed ook, want als er roofvogels rond zouden vliegen zo groot als een tijger, zouden we binnen moeten blijven.

Als de mens twee keer zo groot was als in werkelijkheid, zou hij door zijn knieën zakken als hij geen nijlpaardenpoten had. Het bevechten van een reus zo groot als in de sprookjes zou een koud kunstje zijn, want hij valt om zodra hij uit bed stapt.

De hersenen van de olifant zijn drie keer zo groot en zo zwaar als die van de mens, maar toch is de olifant niet zo slim als wij. Zijn hersenen worden voor het grootste deel gebruikt voor de regulering van het enorme lijf. Alleen al de ene poot voor de andere zetten is een omvangrijke logistieke operatie.

Maar zou het niet mogelijk zijn dat er een dier was zo groot als een olifant, maar met navenant grote hersenen, zodat er ruimte over zou zijn voor het echte nadenken? Nee, dat kan niet. Grote hersenen hebben tal van nadelen voor een dier, waarvan het enorme energieverbruik de meest in het oog springende is. Een dier zo groot als een olifant en zo intelligent als een chimpansee kan niet bestaan, tenminste niet hier op Aarde. De olifant zelf balanceert al op het randje van de bestaanbaarheid en dat maakt hem zo aandoenlijk.

Een grote organisatie is als de olifant die het grootste deel van de hersenen gebruiken moet voor de instandhouding van het enorme eigen lichaam. Zo'n organisatie, hoe slim de mannen aan de top ook zijn, bevindt zich daardoor permanent in een toestand van sluimerend bewustzijn, waarin toeval en de wet van de grote getallen de rol moeten overnemen van rationele doelgerichtheid.

Een grote uitgeverij geeft geblinddoekt het ene boek na het andere uit, in de hoop dat er een bestseller bij zit. Een groot tijdschriftenconcern koopt bestaande tijdschriften op of verzint nieuwe, die binnen de kortste keren weer afgestoten worden, maar er blijven er altijd wel een paar over met voldoende rendement. Plannetjes worden gemaakt, projectjes geëntameerd en weer snel opgedoekt. Het systeem kan werken, want ook grote organisaties kunnen overleven, maar anders dan bij de blijmoedige olifant leidt het makkelijk tot chagrijn bij klant en werknemer.

De organisatie PCM bezit behalve een paar boekenuitgeverijen alle landelijke kranten behalve de Telegraaf en verder nog wat kleinere kranten. Het is te veel, daar is bijna iedereen het over eens. Het Amsterdamse Parool wil er nu uit en zal daardoor niet alleen zelf de juiste maat vinden, maar ook het achterblijvende PCM een stapje in die richting helpen. Een welgemeend bravo! is hier op zijn plaats.

Elsbeth Etty schreef zaterdag dat Het Parool te veel bravoure en kapsones vertoonde. Nou, kom zeg, ze zullen daar ook wel beseffen dat ze een avontuur tegemoet gaan, maar hadden ze soms een rouwadvertentie moeten zetten? Het hoog opgeven van eigen verdiensten is over het algemeen inderdaad niet beschaafd, maar voor één keertje, als het er echt op aan komt, dan mag het toch wel? Ik denk dat Elsbeth jaloers was.