Balkenende blijft wegen zoeken om FM-veiling te voorkomen

Het politieke touwtrekken om de toewijzing dan wel veiling van FM-frequenties is nog niet ten einde. LPF en VVD willen veilen, zoals de rechter beveelt, het CDA niet.

Na het voornemen om volgend jaar geen begrotingstekort te hebben dreigt nu ook een tweede, immaterieel punt uit het `Strategisch akkoord' tussen CDA, LPF en VVD te sneuvelen. Het CDA had in het akkoord de eigen hartenwens laten opnemen definitief af te zien van de veiling van FM-frequenties voor commerciële radiostations, waarover in het vorige kabinet tussen de coalitiepartners al heibel was ontstaan. Maar het lijkt te laat om het in 1998 gelanceerde veilingplan alsnog te vervangen door een `vergelijkende toets' – lees: toewijzing door de overheid aan radiostations die zij geschikt acht.

Want de Rotterdamse bestuursrechter heeft vorige maand de vloer aangeveegd met een `tijdelijke' regeling voor de frequentieverdeling van het vorige kabinet, die mogelijk moest maken dat een volgend kabinet de handen vrij zou hebben om alsnog voor veilen of verdelen te kiezen. De rechter heeft bepaald dat de overheid nog vóór 16 september van dit jaar de regels voor veiling moet vaststellen, opdat de nieuwe frequentie-indeling, die acht jaar geldig zou moeten zijn, op 1 februari 2003 een feit kan zijn.

Het politieke drama rond de FM-frequenties – een soms ondoorzichtig oerwoud van technische, juridische en emotionele argumenten – is eind 2001 begonnen. Sinds eind jaren tachtig zijn er in Nederland zeven landelijke en twintig plaatselijke of regionale commerciële omroepen ontstaan, die inmiddels zo'n tweederde van de radiomarkt hebben overgenomen van de voormalige monopolisten van de publieke omroep.

Vooral de landelijke commerciële stations drongen aan op een algehele herziening van de frequentie-indeling, zodat ze overal in het land ontvangen kunnen worden. Het kabinet-Kok II vond dat een uitstekend plan: in overleg met de buurlanden zou de FM-indeling geheel worden herzien (de zogeheten zero-base-optie) en het resultaat, dat de mogelijkheid biedt meer landelijke commerciële zenders toe te laten dan thans, moest het object worden van een veiling.

Alles ging goed, totdat enkele grote landelijke stations in 2001 hun luisteraars opriepen per telefoon of e-mail de Tweede Kamer te bestoken met protesten tegen het veilingplan. Stations als Radio 538 of Sky Radio hadden wel waardering voor de nieuwe technische indeling van de FM-band, maar dachten door hun luisteraars te mobiliseren te bereiken dat zij, als gevestigde marktpartijen, bij de veiling niet het risico liepen uit de ether te worden verdrongen door meebiedende nieuwe partijen.

Binnen de paarse coalitie bleken PvdA en D66, zo kort voor de Kamerverkiezingen, zeer gevoelig voor de bij duizenden binnenstromende reacties van radioluisteraars. Bij de PvdA speelde daarbij nog een rol dat deze partij traditioneel van mening is dat omroepfrequenties niet aan de markt moeten worden overgelaten, maar op grond van cultuurpolitieke overwegingen moeten worden toegewezen. Dat is trouwens ook sinds jaar en dag de opvatting van het CDA, in 2001 nog grootste oppositiepartij.

Toenmalig premier Kok besloot – nu zich een Kamermeerderheid tegen veiling aftekende – aan de bezwaren gehoor te geven. De staatssecretarissen van OC&W en V&W moesten, zeer tegen hun zin, een voorlopige regeling ontwerpen om de definitieve beslissing over de verkiezingen van mei 2002 heen te tillen. Het was hun weinig enthousiaste motivering bij deze beslissing (`veiling is de enig juridisch houdbare manier, maar ja, de Kamer wil er niet aan') die de rechter mede vorige maand tot zijn uitspraak bracht. Uitvoering van het Frequentiebesluit, constateerde de rechter, is niet aan parlementaire goedkeuring onderhevig, dus de marktpartijen die bezwaar maken tegen de afgelasting van de veiling staan in hun recht, bepaalde hij.

De VVD – onveranderlijk voorstander van veiling – heeft destijds van het `verraad' binnen de coalitie van PvdA en D66 geen zwaar punt willen maken. Evenmin heeft VVD-leider Zalm de zaak al te zeer op scherp gezet toen het CDA de `toets' in het strategisch akkoord van de nieuwe coalitie liet opnemen. Maar in het nieuwe kabinet krijgt de VVD onverwachts steun van LPF-minister Heinsbroek van Economische Zaken, onder wiens gezag de FM-frequenties sinds de jongste kabinetsformatie vallen. Gesteund door een niet mis te verstaan advies van de landsadvocaat heeft Heinsbroek vorige week de ministerraad voorgesteld het oorspronkelijk veilingplan uit te voeren. Dat voorziet in tien landelijke FM-netten voor de hoogstbiedende, waarvan er drie aan een programma-voorschrift gebonden zijn (Nederlands repertoire, klassieke muziek en nieuws).

Elke andere politieke beslissing is juridisch niet houdbaar, betoogt Heinsbroek in navolging van de betrokken bewindslieden van Paars II: niet ten opzichte van Europese en Nederlandse regelgeving inzake mededingingsrecht, en ook niet naar maatstaven van behoorlijk bestuur. Maar nog willen premier Balkenende en minister van Justitie Donner nagaan of er niet een andere uitweg is.

De landsadvocaat heeft in zijn advies die uitweg trouwens aangegeven en afgeraden: uitvaardiging in ijltempo van een Algemene Maatregel van Bestuur ter wijziging van het Frequentiebesluit, met als uitdrukkelijk doel de gerechtelijke beslissing die op dat besluit was gebaseerd, onderuit te halen. Dat zou naar Nederlandse begrippen een weinig oirbaar middel zijn – vanuit maatstaven van rechtszekerheid en scheiding van machten. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat in de omroeppolitiek bizarre dingen gebeuren.