Verjongd Nederland durft weer te hockeyen

Jeugdig elan kenmerkt de Nederlandse hockeyploeg in de aanloop naar het toernooi om de Champions Trophy, eind deze maand in Keulen.

Aan de rand van het kunstgras in het snikhete Utrecht volgde gisteren een schuldbekentenis. Aan het woord was de hockeybondscoach die zes maanden geleden in Kuala Lumpur nog sombertjes vaststelde dat ,,we geen klaterend Jong Oranje klaar hebben staan''. Maar dat, zo erkende Joost Bellaart gisteren na de 2-2 in het oefenduel tegen Zuid-Korea, bleek bij nader inzien een wat al te pessimistisch geluid. Sterker nog: ,,Daarin heb ik mij vergist.''

Aanleiding voor die ontwapenende constatering was het Europees kampioenschap voor spelers tot 21 jaar in Lausanne, waar Bellaart ruim een week geleden ,,diep onder de indruk'' raakte van het Jong Oranje van assistent Michel van den Heuvel. Diens ploeg boog in de finale tegen Duitsland een achterstand (0-1) om in een overwinning (3-1). Daarmee verdrongen de junioren de sombere gedachten die vorig najaar de kop opstaken na de teleurstellende achtste plaats bij het wereldkampioenschap op Tasmanië.

Twee jeugdinternationals hevelde Bellaart vorige week, een dag na het behalen van de Europese titel, over naar zijn A-selectie: Rob Reckers en Floris Evers. De laatste, in Zwitserland uitgeroepen tot beste speler van het toernooi, mocht gisteren in het oefenduel tegen het geraffineerde Zuid-Korea een kwartier na rust zijn debuut maken en vrijwel meteen maakte de 19-jarige middenvelder van SCHC duidelijk waarom hij momenteel te boek staat als het grootste talent van de Nederlandse hockeyvelden. Met een subtiele, maar bovenal lichtvoetige passeerbeweging zette hij zijn tegenstander op het verkeerde been.

Het was een van de schaarse hoogtepunten in een wedstrijd waarin Nederland na een voortvarende eerste helft langzaam maar zeker wegzakte en uiteindelijk van geluk mocht spreken dat de Koreanen genoegen namen met een gelijkspel. Tevreden was Bellaart dan ook niet, want de door hem gesignaleerde stijgende lijn in de aanloop naar het toernooi om de Champions Trophy, eind deze maand in Keulen, werd op het stroeve veld van hoofdklasser Kampong wreed onderbroken. ,,Ze waren murw geslagen en dat verwijt ik mijn spelers. Wat ze donderdag tegen Duitsland (3-2 overwinning, red.) nog wel konden opbrengen, bleek vandaag tegen Korea te veel gevraagd.''

Vijf nieuwe gezichten telt de selectie in vergelijking met de ploeg die een halfjaar geleden ten koste van Zuid-Korea een zwaarbevochten bronzen medaille won bij het wereldkampioenschap in Kuala Lumpur. Nadien haakten drie aanvallers (Marten Eikelboom, Remco van Wijk, Jaap-Derk Buma) en één verdediger (Diederik van Weel) af, terwijl de revelatie van het toernooi in Maleisië (spits Karel Klaver) nog altijd herstellende is van de schedelfractuur die hij bijna vier maanden geleden opliep na een mislukt backhandschot van ploeggenoot Van Wijk.

Grootste aanwinst lijkt vooralsnog Geert-Jan Derickx, de 21-jarige verdediger van HCKZ die zich tot dusverre ogenschijnlijk moeiteloos heeft aangepast aan het internationale niveau. Bellaart prees de voormalige aanvoerder van Jong Oranje gisteren als ,,een echte kuitenbijter'', in wie hij niet alleen een betrouwbaar rustpunt in de defensie lijkt te hebben gevonden maar ook een bekwaam aangever van de strafcorner.

Het bemoedigende optreden van Derickx, een broer van middenvelder Rob, heeft bovendien tot gevolg dat Jeroen Delmee eindelijk weer een linie naar voren is opgeschoven, naar de door hem geliefkoosde positie van centrale middenvelder. ,,Je hoort mij echt niet klagen'', grijnsde de aanvoerder, die zijn rentree op het middenveld verder te danken heeft aan de nieuwe dubbelrol van sterspeler Teun de Nooijer. Die wisselt zijn plaats als `valse spits' af met de rol die hem op het lijf is geschreven: die van linkermiddenvelder. ,,Daardoor hoef ik minder vuil werk op te knappen'', sprak Delmee tevreden.

Verheugend is ook de gewijzigde tactiek. Na maandenlang op twee gedachten te hebben gehinkt, heeft Bellaart het in vakkringen veelgeprezen full court press-systeem weer in de armen gesloten. Voortaan probeert zijn elftal zowel op de eigen als op de vijandelijke helft de tegenstander vast te nagelen en aldus de bal te ontfutselen. Tegen Zuid-Korea sorteerde die aanpak vooral in de eerste 35 minuten het gewenste effect, maar kwam de ploeg in de derde wedstrijd binnen zeven dagen na rust in ademnood – mede door de grote hitte.

Het voortdurend vastzetten van de opponent is een weliswaar gewaagde strategie, zeker internationaal, maar een die past bij het aanvalsgerichte spel dat de Nederlandse hockeycultuur eigen is. Vorig jaar wijkte Bellaart noodgedwongen naar eigen zeggen af van dat speltype en de gevolgen van die trendbreuk lieten zich raden. Ten overstaan van het eigen publiek speelde zijn ploeg, bij gebrek aan vaste spelpatronen vooral, in Rotterdam een uiterst grillig toernooi om de Champions Trophy.

Het opjagen van de tegenstander gaat zijn ploeg beter af, constateerde Bellaart gisteren, nu ,,we veel fitter blijken te zijn dan in Maleisië''. Waarmee hij maar wilde zeggen dat de belangrijkste les van het wereldkampioenschap is geleerd: voortaan zal harder en intensiever moeten worden getraind om te voorkomen dat de kloof met de wereldtop (Australië en Duitsland) onoverbrugbaar groot wordt.

Wonderen verwacht Bellaart in Keulen echter nog niet van zijn andermaal sterk verjongde selectie. Het jaarlijkse toernooi tussen de zes sterkste hockeynaties ter wereld benut hij vooral als een springplank op weg naar het Europees kampioenschap, over ruim twaalf maanden in Barcelona. Daar ligt voor de winnaar immers een ticket voor de Spelen van Athene klaar.

Mislukt die opzet, dan is de regerend olympisch kampioen veroordeeld tot het spelen van een slopend kwalificatietoernooi nu de titelverdediger niet meer rechtstreeks is geplaatst.