The Damnations

Heftige naam die veel lawaai lijkt te voorspellen: `de verdoemenissen'. Maar de namen die na twee nummers door je hoofd zijn gegaan: The Mamas & The Papas, Moby Grape, de Beatles. Terloops geciteerd, en zonder af te doen aan de hedendaagse sound. Niet echt lawaaiig en ook niet wat je verwacht bij muziek die in Austin opgenomen is. Maar popmuziek voor mensen boven de 20, dat heet tegenwoordig alt.pop, dus vandaar.

Met twee vrouwen en twee mannen zijn The Damnations niet alleen in evenwicht qua sekse, de hele plaat heeft een zeldzame balans tussen vorm en inhoud. De gezamenlijk geschreven nummers verraden een moeiteloosheid die de muziek minder gekunsteld doen klinken dan die van de enigszins vergelijkbare Karl Wallinger. Waar werk van anderen wordt uitgevoerd, zoals het van een oudgediende als Doug Sahm afkomstige Wanna Be Your Mama, wordt dat zwierig naar eigen hand gezet. Met een vertederend slecht gezongen begin, later aangevuld met in laagjes opgebouwde, opgewekte achtergrondkoortjes.

Het enige heftige nummer op Where It Lands, het in Ramones-tempo vertolkte New Hope Cemetery, blijft steeds van een lichtheid die op wonderlijke wijze haaks staat op het aantal tellen per minuut.

Dat is het intrigerende van deze plaat: die kietelt alle niveaus. Niet alleen leuke melodieën, maar tegelijkertijd ingenieuze arrangementen, afwisselende zang van de twee zangeressen en de zanger – alleen of in steeds wisselende combinaties – en een transparante productie. Geen twee nummers klinken hetzelfde.

Nooit geweten trouwens dat je zulke leuke muziek kon maken met een bezetting van één banjo en twee sambaballen, zoals hier in Tora Tora Tora.

The Damnations: Where It Lands. Munich Records MRCD 230