Privacy

In Quteb road, die het oude Delhi met het nieuwe verbindt, is een markt waar ze uitsluitend deuren verkopen. Een lange straat met deuren, deuren en nog eens deuren. Deuren met schitterend houtsnijwerk, simpele deuren van multiplex, antieke deuren, fijn beschilderde deuren uit Rajasthan, goedkope deuren van 25 euro en hele dure van 200 euro.

Een overeenkomst tussen al die duizenden deuren is dat ze waarschijnlijk nooit zullen passen in een deuropening. Deuropeningen zijn meestal een tikje scheef, alsook de deuren zelf, waardoor je de volle garantie hebt dat de deur nooit goed zal sluiten. De timmerman die de deur aanbrengt doet dat terwijl de deur openstaat en hij is al lang weggeslopen als je wilt zien of de deur ook dichtgaat.

De makkelijkste conclusie is dat gesloten deuren niet passen in de Indiase cultuur. Het is ook de juiste conclusie.

Van entrees houden Indiërs wel. Op bruiloften of bij aankomst van zeer eerbiedwaardigen worden met bamboe gigantische entrees gebouwd, versierd met bloemen en gekleurde doeken. Hoe voornamer de gast, des te hoger de entree. De gast wordt als het ware hoger gemaakt dan hij fysiek kan zijn, al zat hij op zes olifanten. Maar een poort of deur die dicht kan, dat vindt men absurd. Stel je voor dat je de Taj Mahal zou kunnen sluiten.

In deuropeningen hangen meestal gordijnen. Vale lappen aan een touwtje, of kleurige kraaltjesgordijnen. Indiërs wonen gewoonlijk in uitgebreide families, wat betekent dat (schoon)ouders inwonen, en ook gehuwde broers met hun gezin en ongehuwde zussen en zelfs neven en nichten. Ieder gezin heeft een eigen vertrek, maar de deuren van die vertrekken gaan nooit dicht.

Wie de deur sluit is verdacht. Wie de deur sluit houdt iets geheim. Wie zich afzondert wekt argwaan. In de Indiase cultuur wordt afzondering niet gezien als een persoonlijke behoefte, maar als teken van onbeleefdheid en afwijzing.

Zelfs voor zoiets als lichamelijke ruimte is nauwelijks plaats. In een volle bus zal men niet voorkomen zich tegen een ander aan te schurken. De schurker heeft er geen enkele last van en de beschurkte kan zich er maar beter bij neer leggen. Vrouwen klagen er soms over. De reden waarom Indiase meisjes liever niet op de bus stappen is dat mannen, zelfs als het niet echt nodig is, het volkomen geoorloofd vinden zich te wrijven tegen de zachtere delen van het vrouwelijke lijf. Het grenst aan aanranding, maar de klacht zal door niemand worden begrepen.

Zoals men ook niet begrijpt waarom het niet netjes is naar een ander te staren. Men zal je gewoon aankijken, recht in het gezicht, bestuderend en onderzoekend alsof je een onbekend object bent. Terugstaren is zinloos. De aangestaarde zal uiteindelijk zelf degene zijn die de blik moet afwenden.

De jongeren van tegenwoordig ontwikkelen wel langzaam een behoefte aan privacy. Meisjes die niet hun leven lang willen worden gechaperonneerd door moeder of broer kiezen opzettelijk voor een studie waarvoor je naar een andere stad moet, liefst ver van huis. Elke universiteit heeft kamers voor studenten, maar de student moet de kamer wel met een ander delen, die altijd een geslachtsgenoot zal zijn. Gemengde studentenhuizen bestaan niet en je riskeert van de universiteit te worden getrapt als je op je kamer met iemand van de andere sekse wordt betrapt.

De enige plek waar je je vriend of vriendin kunt ontmoeten is de bioscoop: de duisternis geeft een suggestie van privacy. Maar toen een bioscoopeigenaar stoelen aanbracht met optrekbare armleuningen hebben ouders zo heftig geprotesteerd, dat de man weer vaste armleuningen moest plaatsen.

Als je rijk genoeg bent kun je een kleine Suzuki-Alto kopen en de ramen met donkere folie blinderen. Het is wettelijk verboden, de politie vindt dat die vrijelijk in de auto moet kunnen kijken, maar zoals bij zoveel wetten wordt ook deze niet serieus gehandhaafd. Het heeft tot een paar ernstige problemen geleid: in de afgelopen maand kwamen twee gevallen in het nieuws van verkrachting in een rondrijdende Suzuki. Groepsverkrachtingen nota bene, van vier jongens die zich vergrepen aan een meisje. Hoe ze dat voor elkaar kregen in zo'n kleine auto is niet goed voor te stellen, maar ach, behoefte aan fysieke ruimte heeft men toch al niet.

Denk niet dat je privacy hebt als je met je gezin besluit alleen te gaan wonen. Je bent volgens heel India een zonderling, een volslagen idioot zelfs, als je geen personeel hebt en het personeel ziet, hoort en weet alles, hoe dicht je de deuren ook doet. Ze weten hoeveel toiletpapier je gebruikt en omdat zij de flessen opruimen, hoeveel biertjes je gisternacht gedronken hebt en omdat ze de lakens verschonen, of je seks hebt gehad.

Hoe Indiërs de voortdurende controle door personeel of familie verdragen? Ze ervaren het niet als controle of ongeoorloofde bemoeienis. Ze ervaren het als zorg en aandacht. Als betrokkenheid en bescherming. Als de deur openstaat kan de vrouw niet worden geslagen, tenzij de hele schoonfamilie daarmee akkoord gaat – wat weleens voorkomt, maar dan heb je het als vrouw al danig verprutst. Kinderen worden door de hele familie, door alle ooms en tantes opgevoed, geliefkoosd en vermaand.

Pas als je een bepaalde vorm van individualiteit ontwikkelt, zoals het geval is bij jongere Indiërs en Indiërs die een tijdlang in het buitenland hebben gewoond, wordt de controle ervaren als ongeoorloofde bemoeienis.

Gaat de deur bij deze geïndividualiseerde Indiërs dan wel dicht? Nou, nee. Ze wennen eraan, zeggen ze, en het middel tot gewenning heet onverschilligheid. Het is een meesterlijke vondst, de onverschilligheid die de privacy onnodig maakt. Onverschilligheid staat zelfs een trapje hoger dan privacy: bij privacy wil je niet gezien worden, bij onverschilligheid kan het je niet schelen of je gezien wordt.

Het vereist mentale oefening, volharding, arrogantie en een mespuntje wreedheid. Want degenen die kijken en oordelen raken in verwarring over het feit dat je je niets van hun oordeel aantrekt. Als je je niets van iemands oordeel aantrekt, is die persoon onbelangrijk, onbeduidend, te negeren. Dat is misschien beledigend, maar probeer eens op een andere manier te overleven in India.

ramdas@nrc.nl