`Plofjes'

,,Het is hier plofjes.'' Gisteren kwam met het gloeiend hete Kampioenschap van Zürich een einde aan een mooie televisie-wielerzomer. De wereldbekerwedstrijden en de Tour de France waren samen al goed voor meer dan honderd uur zendtijd. Het was ook het jubileumjaar van de Ollie B. Bommel onder de vaderlandse persmuskieten.

Er zijn kijkers die vinden dat Mart Smeets de kwaliteit van hun leven nadelig beïnvloedt, maar zover heb ik het nooit laten komen. De afstandsbediening is tenslotte niet voor niets uitgevonden. Begrip heb ik wel voor de mensen die zich ergeren aan het fenomeen.

Smeets is nu eenmaal het schoolvoorbeeld van de zelfoverschatting waaraan veel televisiejournalisten lijden. Volgens Mart wordt sport bedreven ter ere van hem. Vooral wielrenners hebben er onder te lijden. Lekke banden, zware cols, valpartijen, sleuren aan de kop van het peloton, het is hun vak. Het zijn dingen waar je min of meer voor kiest. Maar het echte afzien begint voor Nederlandse coureurs pas na de meet, als ze verantwoording af moeten leggen bij bovenmeester Mart. Veel affiniteit met de wielersport heeft Meester Mart in de dertig jaar dat hij de beroepsgroep teistert niet gekregen. Buiten beeld neemt geen coureur hem serieus. Maar op het scherm wordt de goeroe keurig te woord gestaan. Nimmer wordt hij afgekat voor foolish questions. Ze blijven allemaal beleefd en timide, Michael Boogerd, Erik Dekker, Leon van Bon, even coöperatief als vroeger Peter Winnen, Johan van de Velde en Erik Breukink het verhoor ondergingen. Beter voor je sponsor, beter voor je contract. Maar zie: alle na 200 kilometer uitgebluste ogen lichten op bij de laatste zin van de bolle bovenmeester: ,,Zo knul, ga nu maar gauw onder de douche.''

Breukink, vroeger het braafste jongetje van de klas, mag tegenwoordig Meester Mart wel eens als co-commentator ter zijde staan. Hij doet dat goed, vooral tijdens de Tour. Hij onderbreekt zijn patron weliswaar niet wanneer die minutenlang zijn traditionele beklag doet over de verbindingen (,,we schrijven nota bene het jaar 2002''), over de cameravoering (,,weer een Franse renner in beeld, dit wil ik niet zien''), over het weer (,,wij zitten hier ook te puffen''), over het feit dat zijn auto met chauffeur tussen het gewone klootjesvolk terechtkomt (,,de politie doet niks''), maar wanneer Mart al te evident de verkeerde naam noemt bij de renner in beeld, dan corrigeert Breukink onopvallend. Breukink kent ze wel en hij weet ook waar het in de koers om gaat. Dat geldt overigens ook voor de andere wielrenverslaggever die de laatste jaren van de partij is: Herbert Dijkstra, die gistermiddag samen met Smeets commentaar leverde in Zürich. Naar Dijkstra kan ik goed luisteren, maar op de tandem met Mart laat hij zich wat ondersneeuwen door de woordenvloed van zijn narcistische collega. Maar samen met Breukink vormt Dijkstra een aardig en vakbekwaam duo, beter te pruimen dan het tweetal Mart Smeets en Jean Nelissen, dat in vroeger jaren zoveel Nederlandse wielerliefhebbers naar de Vlaamse zender heeft gejaagd. De huidige vaste wielercommentatoren op de VRT zijn Michel Wuyts en Karl Vannieuwkerke. Zij missen de brille die hun illustere voorgangers Fred Debruyne en de drie Marcen (Stassijns, Vanlombeek en Uytterhoeven) hadden. Dat waren echte ervaringsdeskundigen, net als de schoonmoeder van Rumsas. Maar Wuyts en Vannieuwkerke kennen tenminste hun stiel. Op dagen dat Smeets zich op de commentaarpositie nestelt nadat hij met zijn verkeerde been uit bed is gestapt kun je beter naar hen uitwijken. Gisteren hoefde dat niet, een eendagswedstrijd kan de oude meester kennelijk beter verteren dan een ronde van drie weken.

Wielrennen is op de Nederlandse tv lang een onderbedeelde sport geweest. In tijd en in kwaliteit. Smeets is daarvan het laatste restant. Hij doet eigenlijk nog een beetje denken aan de legendarische Barend Barendse die, compleet met geruite pet, vanaf de finishlijn zijn paniek uitschreeuwde en toen hem de naam van de naderende coureur werd toegefluisterd vertwijfeld uitriep: ,,Namen heb ik niks aan, rugnummers moet ik hebben.''

Schrijver en oud-televisiemaker Jef Rademakers volgt vanuit zijn Belgische woonplaats tot en met vrijdag de dagelijkse tv-programma's.