Freds brief

Fred zit boven zijn A-viertje hevig te zweten, worstelt met die vervloekte taal en ontdekt ternauwernood het druppeltje dat aan zijn neus gevaarlijk bengelt. Fred schudt paniekerig met het hoofd en, na een boog te hebben gemaakt, ploft de zweetparel treurig op zijn pakje shag neer, vlak naast het A-viertje. Fred zucht diep en begint van de schrik achteraf weer flink te transpireren. Voor hetzelfde geld, beseft hij plots, had hij hiermee op een presenteerblaadje zijn gehele DNA-rotzooi aan de recherche overhandigd. En in het DNA, heeft hij ergens gelezen, ligt het hele hebben en houwen van een mens opgeslagen. Zo van: Fredje, bijgenaamd Toupetje, 21 jaar, schorpioen, schoenmaat 46, woont nog bij mammie, drie keer voor zijn eindexamen gezakt, bezitter van een seizoenkaart, heeft een hekel aan schrijven behalve af en toe een dreigbrief.

Op zijn zolderkamer hervat Fred zijn worstelpartij met het idioom. Schrijf je `dreig' met een y, vraagt hij zich af? Moeilijk is dit zeker maar straks, ja straks als Fredje Toupetje die tekst eindelijk rond heeft, dan gaat hupsakee het kogeltje met het A-viertje mee in de envelop en staat voetballend Nederland weer lekker op z'n kop. Wie het kogelbriefje mag ontvangen moet Fred nog bepalen. Rijkaard, Van Marwijk, Hiddink en Kesler vallen vanzelfsprekend af. Maar er zijn nog zat KNVB-bobo's, trainers en scheidsrechters die in aanmerking kunnen komen.

De enige zekerheid die Fred eigenlijk heeft is dat zijn kogelbrief niet zal worden doodgezwegen. Fred heeft de actualiteit van de laatste weken goed in de gaten gehouden. Het is hem opgevallen dat de ontvanger van de kogelbrief bijna nooit zijn mond kan houden. Hij loopt niet alleen naar de politie, maar spoed zich stelselmatig naar de krantenjongens om met brief en kogel te zwaaien. Alsof door een dreigement te ontvangen status en aanzien bij het publiek worden vergroot. Ik ben bedreigd dus ik besta toch ook een beetje.

Het gratuite, quasi risicoloze en publiciteit genererende martelaarschap laat niemand aan zich voorbijgaan. Fred lacht want Fred weet het zeker: als al die bedreigden niet bij de pers waren gaan jammeren dan was hij, Fredje Toupetje, nooit op het idee gekomen zijn eigen kogelbrief samen te stellen. En als iedereen zijn mond had gehouden na de eerste brief was er nooit een tweede verstuurd.

In feite, en dat weet iedereen, stelt deze komedie niets voor. Want Fredje die nooit een geweer van dichtbij heeft gezien is natuurlijk niet van plan ooit op een mens te schieten. Aanslagen plegen en mensen neerknallen dat is iets voor knappe koppen, jongens die geleerd hebben. Van die eco-terroristen die gek zijn op nerts, muizen en muggen en goed kunnen nadenken. En zo linksig is Fred ook weer niet.

Hij is maar een proleet in de bijstand die pas erachter kwam wat je niet allemaal voor publiciteit kunt krijgen met een paar uur zwoegen op je zolderkamertje. Stuur je een onschuldige brief met een oud kogeltje uit je diensttijd naar een terreinknecht van de KNVB en staat plots de gehele grachtengordel te reppen over de rechtse revolutie. Verder geen sportcolumnist die het onderwerp laat liggen.

Alarm, alarm: die kogelbrieven hebben het vernis van 2000 jaar christelijke beschaving doen barsten! Terug naar de huns! Laatst las Fred hoe de voorzitter van de KNVB, Jeu Sprengers, als een overacterende toneelspeler de noodklok in de krant theatraal luidde: `Hoeveel jaar hebben we nodig om weer barbaars te worden? Dit is een land aan het geworden dat we kennen uit een misdaadroman. Een soort Rio de Janeiro'. Hallo, hallo Jeu De Boules, kunnen we weer een beetje normaal gaan doen en de veel geprezen Nederlandse relativeringkunst en nuchterheid eindelijk laten gelden? Rio? Kom nou! Waar zijn dan de doodeskaders, de favela's en de dansende meiden in hun blootje? Wat een schijnheilige overdrijving. Fred likt de envelop dicht en kijkt bezorgd naar het resultaat, beseffend dat voor hem een lullige kogelbrief van niets ligt te liggen. En, ook dat nog, die moet nog worden gefrankeerd.