Draaideurcriminelen

Nederland moet veiliger'', zegt het nieuwe kabinet. Maar het heeft daar minder geld voor over dan politie en justitie vragen. Deze omstandigdheid verklaart de opmerkelijke aandacht die er de laatste tijd is voor een onderdeel van de criminele statistiek dat wordt omschreven als ,,veelplegers, draaideurcriminelen, circuitvervuilers en recidivisten''. Een harde kern van 1 procent van de verdachten geschat op 12.000 personen heet verantwoordelijk te zijn voor 12 procent van de geregistreerde criminaliteit. Bij 5 procent van de daders gaat het zelfs om een kwart van de criminaliteit.

Het recept lijkt duidelijk. Politie en justitie moeten zich concentreren op de harde kern en succes is verzekerd. Dat had het vorige kabinet trouwens al bedacht. Toch is er nu weer politieke verwarring ontstaan over deze ogenschijnlijk zo overzichtelijke rekensom. Het aandeel dat de harde kern wordt toebedacht betreft niet de actuele druk op de criminele statistiek maar is berekend over hun hele criminele carrière, die vele jaren kan beslaan. Bovendien zitten er ook nogal wat criminele nieuwkomers tussen de veelplegers c.q. draaideurcriminelen, die dus niet allemaal verstokte recidivisten zijn.

Deze relativeringen zijn niet nieuw en nemen niet weg dat er een categorie bestaat waarmee politie en justitie kennelijk weinig kunnen. Waarom de justitiële draaideur maar blijft lopen, wordt er overigens nooit bijgezegd. Politie en justitie zijn daar toch zelf bij? Toch betoogde de Groningse hoofdcommissaris Welten deze zomer in het Algemeen Politieblad dat wij voor een fundamentele keuze staan. Het strafrechtelijk systeem ,,is geschikt voor first offenders of voor recidivisten. Niet voor allebei''. De aanpak van de draaideurcriminelen vraagt volgens de politiechef om een nieuwe benadering in de trant van SOV (strafrechtelijke opvang verslaafden), die door het vorige kabinet is geïntroduceerd. Daarbij gaat het om een beperkte groep van hardnekkige drugsverslaafden, die veel overlast geeft. Deze mensen kunnen door de rechter voor maximaal twee jaar worden opgenomen hoewel hun delicten op zichzelf nooit tot een gevangenissstraf van een dergelijke duur zouden leiden.

Het doorbreken van het evenredigheidsbeginsel maakt SOV al tot ,,een ingrijpende maatregel'', erkende de vorige minister van Justitie, Korthals. De rechtvaardiging werd gezocht in de combinatie van de ernst van de individuele verslavingsproblematiek en het speciale hulpaanbod dat de SOV biedt. Of dit laatste ook echt werkt, moet nog blijken. Korthals onderkende reeds het risico van olievlekwerking: SOD (dronken rijders), SOA (allochtonen) en ga zo maar door. Voor Welten is het echter eenvoudig: ,,Three strikes is out.'' Als iemand driemaal is opgepakt moet hij een tijdje van de straat. De hoofdcommissaris voerde op de televisie aan dat een opgepakte verdachte ,,off the record'' vaak veel meer delicten toegeeft dan de afzonderlijke zaak waarvoor hij is ingerekend.

Dat zal zo zijn, maar een overheid die zichzelf serieus neemt, kan en mag daar niet op afgaan. Strafrechtsbeleid dient te zijn gebaseerd op een duidelijke analyse van de problemen, waarschuwt het openbaar ministerie (OM) nog weer eens in het beschouwende deel van zijn jongste jaarverslag. Algemene slogans verdienen volgens het OM een gezond wantrouwen. Of dat nu `zero tolerance' betreft, zoals het jaarverslag zegt, of slecht onderbouwde termen als `draaideurcrimineel'. ,,Beter geen maatregelen dan botte maatregelen'', waarschuwt het OM. Serieuze sancties tegen veelplegers zijn op hun plaats, maar alleen op basis van harde feiten.