Doctorstitel

Bij de Universiteit Utrecht moeten ze wel heel wanhopig zijn. Dat het tegenwoordig lastig is promovendi te vinden, is bekend. Jaren van eenzame studie, het lage inkomen en het gebrek aan doorstroommogelijkheden binnen de wetenschap vormen geen aanlokkelijk perspectief. In de bètafaculteiten vindt men daarom een academische variant op de Poolse bruid. De uit het Oostblok afkomstige promovendus is geen zeldzaamheid aan Nederlandse universiteiten.

In Utrecht blijkt een dergelijke methode nog niet afdoende. Deze universiteit stelt de academische promotie open voor mensen die veel kennis hebben opgedaan over hun hobby.

Dit kan dwergstaartpapegaaien, de spreekwoordelijke sigarenbandjes of de kleuterpop van K3 betreffen. Het zich inwerken in een bepaalde wetenschappelijke discipline, of het eigen betoog verantwoorden door middel van een notenapparaat en literatuurlijst worden blijkbaar aan deze universiteit niet langer gewaardeerd.

Deze stunt is een belediging voor diegenen die jaren van bloed, zweet en tranen hebben moeten geven om de felbegeerde doctorsbul te bemachtigen.

Bovendien geeft de universiteit hiermee een laatste troef uit handen: wat blijft over van de status van de doctorstitel, als iemand zich na het doorbladeren van de Beet, de Muntkoerier of een ander hobbyblad zich reeds `dr' mag noemen?