Dansen op ratelende drum en diepe bas

Tussen de dance-festivals wil Mystery Land zich onderscheiden met oosters getinte spiritualiteit. Veertigduizend mensen luisterden en dansten zaterdag in de warme zon.

Een middag en avond rondlopen op dancefestival Mystery Land helpt je meteen van enkele vooroordelen over dansmuziek af. Dat die uitsluitend zou gedijen op extreme nachtelijke tijdstippen met een fikse dosis rare pillen wordt gelogenstraft door de bijna 40.000 bezoekers die in het brandende middagzonnetje flink te keer gaan en weer op krachten komen met een gezonde schijf meloen of een ouderwets glaasje bier.

En dat het in de dansscene altijd om het nieuwste van het nieuwste zou gaan valt moeilijk vol te houden als je oude nummers van Underworld, Sugger Hill Gang (het bijna een kwart eeuw oude Rapper's Delight, in een opgehousde versie), Moby en Depeche Mode over het veld hoort schallen.

Op de website van Mystery Land, het oudste openlucht-dancefestival (sinds 1993) dat na allerlei omzwervingen zaterdag voor het eerst neerstreek nabij het Amsterdamse havengebied, wordt druk gekoketteerd met oosters getinte spiritualiteit, zoals het Sensation-feest gedecoreerd werd met religieuze beelden. Maar in het onverbiddelijke, felle daglicht viel er niet zo gek veel met die decoratieve waarde te doen, en bovendien suggereerde de aanwezigheid van bungee jump-kranen, een klimwand en diverse kermisattracties (sinds het eerste Thunderdome-feest van tien jaar geleden een handelsmerk van het organiserende bedrijf ID&T) dat het hier eerder gaat om kicks van meer profane aard.

Tussen zulk vermaak was de muziek in de verscheidene tenten nog altijd de hoofdzaak, al was het zwembad in de Soap-tent, met zorgvuldig geselecteerde en vrolijk spetterende bikinitypes, ook niet te versmaden. Voor de leek zijn de verschillen tussen het gebodene in de hard house-, trance-, techno en club-tenten niet altijd met het blote oog te volgen, maar duidelijk was dat op gesyncopeerde `breakbeats' gebouwde stijlen het ruimschoots af moesten leggen tegen de nog altijd meeslepende en dwingende 4-to-the-floor-beat. Drum 'n' bass en big beat is voor morsige rockers, is de net niet hardop uitgesproken boodschap. Een tussenvorm als de UK garage wordt dan wel getolereerd en kende in dj's als Joost van Bellen en Ramsey and Fen enthousiaste profeten die de ratelende snaredrums en de ultradiepe bassen graag lieten ranselen.

Het hoofdpodium, dat was opgetuigd als een soort noormannenschip, bood ruimte aan de grotere namen, Zoals Jean, Lucien Foort, de Duitse veteraan Westbam en Johan Gielen. Die demonstreerde dat zijn specialiteit, de trance, muzikaal gesproken niet de meest interessante stijl op de dansvloer is, maar qua effectiviteit zijn gelijke amper kent. Met vloeiende overgangen en langgerekte spanningsbogen dreef Gielen zijn publiek tot vrolijke waanzin.

Een behoorlijk contrast met Felix Da Housecat, die heel wat interessantere house- en `electroclash'-achtige platen in zijn set had. Maar zijn vreemd schokkerige en kortademige manier van draaien, waarbij hij steeds heel pesterig de bassdrums wegmixte, kreeg de handen minder op elkaar dan bij de veel glooiender opgebouwde sets van zijn collega's op dit openluchtpodium.

Zo viel wel te rechtvaardigen dat uitgerekend zijn set werd verstoord door een rondcirkelende helikopter waar uiteindelijk een `base jumper' uit tevoorschijn kwam, die met bloedstollend effect zijn parachute slechts tientallen meters boven de grond opende en toch keurig op zijn pootjes terecht kwam. Dat soort gevaarlijk ogende, maar goed aflopende kicks willen we allemaal wel.