Afrika denkt aan weigeren van hulp

Een aantal landen in zuidelijk Afrika dat sinds enkele maanden kampt met een ernstige hongersnood, twijfelt over het accepteren van voedselhulp. ,,Men maakt zich zorgen dat het voedsel voor een deel genetisch gemanipuleerd zal zijn'', zegt een woordvoerder van het Wereld Voedsel Programma (WFP) desgevraagd vanuit zijn kantoor in Johannesburg.

Het WFP, onderdeel van de Wereldvoedselorganisatie, is een noodprogramma begonnen om tot april 2003 in totaal 1 miljoen ton voedsel naar Lesotho, Malawi, Mozambique, Swaziland, Zambia en Zimbabwe te transporteren, waar aanhoudend slecht weer heeft gezorgd voor een mislukte maïsoogst. Maïs is veruit het belangrijkste gewas in deze landen.

Maar de overheden van Zimbabwe, Zambia en Mozambique hebben inmiddels hun bezorgdheid uitgesproken over de voedselhulp. Ze vrezen dat een deel van de vrachten zal bestaan uit genetisch gemanipuleerde maïs uit de Verenigde Staten – de grootste donor van het noodprogramma dat ruim 500 miljoen dollar kost. De lange-termijneffecten van die maïs op de gezondheid en het milieu is volgens deze overheden onvoldoende bekend. Tot op heden zijn er echter geen schadelijke gezondheidseffecten bekend van deze maïs, die al door miljoenen mensen wordt gegeten.

Volgens sommige berichten hebben Zambia en Zimbabwe al daadwerkelijk vrachten met maïs geweigerd. Maar de woordvoerder van het WFP ontkent dat. ,,We hebben hiervan nog geen officiële berichten ontvangen.'' Ook is Amerika er al van beschuldigd dat het via het WFP-programma een deel van zijn omstreden gemanipuleerde gewassen wil dumpen, om zo de acceptatie ervan te vergroten.

Minister-president van Mozambique, Pascoal Mocumbi, heeft gezegd dat alle geïmporteerde, genetisch gemanipuleerde maïs meteen tot meel moet worden verwerkt. Anders wordt de maïs wellicht niet voor voedselhulp gebruikt, maar als zaad om maïs te verbouwen. Mocumbi wil niet dat zijn land afhankelijk wordt van zulke hoog-technologische gewassen. Het land mist nu nog de kennis om ze te verbouwen. Bovendien zijn ze te duur.

Zonder voedselhulp zullen de komende maanden 12,8 miljoen mensen ernstige honger lijden. ,,Het beetje voedsel dat er nog is, raakt snel op'', zegt de woordvoerder van de WPF. Het noodprogramma moet de levens van 10,2 miljoen mensen redden. De zes Afrikaanse landen halen pas in april de volgende oogst binnen.