Zondebok Grubman was niet de enige

Het is makkelijk om van Jack Grubman een zondebok te maken, maar dat is niet helemaal eerlijk. De zojuist opgestapte analist van zakenbank Salomon Smith Barney was niet de enige rotte appel in een mand vol gezonde appels. Hij was eerder verbazingwekkend goed in het spelen van het verderfelijke spel dat Wall Street in zijn greep had gekregen.

In dat spel passeerden beursanalisten voortdurend de Chinese Muur die de onderzoeksafdeling van zakenbanken gescheiden moest houden van de verkoopafdeling. Het was een bedwelmend spel, vooral als je er goed in was, zoals Grubman. De ene dag hielp je een topmanager bij het beramen van een fusie of het binnenhalen van miljarden aan kapitaal; de andere dag vertelde je aandeelhouders dat ze er goed aan deden in die onderneming te beleggen.

Het bestrijken van beide kanten van de Chinese Muur verschafte deze superanalisten ongelooflijk vrije toegang tot allerlei waardevolle informatie. Daarnaast voelden ze de adrenaline door hun aderen stromen als ze weer eens in het middelpunt van de ontwikkelingen stonden, of deze zelfs in gang gezet hadden. En de beloning was overweldigend: voor Grubman persoonlijk 20 miljoen dollar per jaar en voor zijn firma 1 miljard dollar in vijf jaar tijd.

Maar deze activiteiten ondermijnden ook op fatale wijze de objectiviteitszin van de analisten die niet meer wisten welke belangen ze geacht werden in het oog te houden - die van de ondernemingen of die van de beleggers.

Grubman was ongelooflijk goed in het spelen van dit spel. En zijn aanbevelingen - om aandelen van WorldCom, Global Crossing, Qwest en dergelijke bedrijven te kopen - waren net zo ongelooflijk slecht. Maar het zijn de losgeslagen normen van eind jaren negentig en niet Grubman zelf die het leeuwendeel van de kritiek verdienen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.