Vrouwenpolder - Westenschouwen

Joyce Roodnat loopt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week over de dammen van Zeeland.

Veerse Dam, Roompot, Neeltje Jans, Hammen, Schaar. Allang koesterde ik het idee om te lopen van Walcheren naar Noord-Beveland naar Schouwen-Duiveland, met de Noordzee aan mijn ene zijde en aan mijn andere kant de Oosterschelde. Nu eens niet met de auto maar te voet wilde ik over de pijlerdammen, die met hun schuiven eb en vloed en alle zeedieren in hun waarde laten en toch sterker zijn dan de driftige zee. Maar als er nou één traject het wandelcorvee ingebakken heeft gekregen, dan is het dit wel. Vijftien kilometer asfalt. Vijftien kilometer lang herrie van snelverkeer. Vijftien kilometer uitlaatgassen. Tenzij ik het echt wilde en de dammen zou bewandelen vanaf een uur of vijf 's morgens. Bij het eerste licht, als de auto's nog slapen.

Ik wilde het echt.

Vijf uur wordt kwart over vijf. Op de straatverlichting na is het donker onderaan de dijk bij Vrouwenpolder. Eenmaal bovenop blijkt de hemel de gordijnen al op een kier te trekken, een violette kier. De sterren worden van melk, in de Noordzee liggen de boeien te knipogen. Meeuwen glijden zwijgend voorbij. Wie wandelt over de Veerse Dam, een stoere ouwe stomp die nu ruim veertig jaar geen druppel zeewater voorbij laat, heeft weinig met de N57 van doen. Die ligt diep onder het fiets- en wandelpad over de kruin van de dijk. Het geluid van een vrachtauto wordt ruim overstemd door het gesputter van de zee die krulletjes vlecht aan de vloedlijn.

Even is de zee verdrongen door bos. Duiven zetten net hun ochtendconcert in, konijnen en fazanten doen of er geen mensen bestaan, dauw leunt op de braamstruiken. Na de prefab-idylle van vakantie-resort De Banjaard, waar Stephen King direct een bloedstollende horror-story zou situeren, voegt het wandelpad zich bij de snelweg.

Leeg. Stil. Het enige dat telt is het ochtendlicht op de gehoekte wenteltrappen, op de kantelen en de torens van de pijlerdam in de stroom die Roompot heet. Het bruisende zoute water ertussen kolkt en gromt. Het trekt aan de schuiven, bijt roestvlekjes in het witgesausde ijzer lovebites. Het duister krimpt verder. De zon schroeit een kijkgaatje boven de Oosterschelde en begint aan een wegje van gele baksteen op de golfjes. Aan beide kanten spiegelt het zoute water de hemel met kleuren tussen grijs en lei. Ze geven aan dat er, ondanks een weersvoorspelling met wolkbreuken, in Zeeland weinig wolken in de maak zijn en veel blauw. Achter het viaduct Geul woont in het natuurgebiedje van Neeltje Jans een wild wit konijn (zonder horloge). Maar vanochtend legt de natuur het af. Ik wil naar de pijlers van Hammen en dan naar die van Schaar. Het verkeer komt nog net niet op gang, met stramme elegantie heet de stormvloedkering de wandelaar welkom. In mijn hoofd zingt het motto dat de dammen werd meegegeven op een betondrempel langs de weg: ,,Hier gaan over het tij,/de maan de wind en wij.''

15 km. Kaarten 25, 26, 27 van: Deltapad. Uitg. Stichting Lange Afstands Wandelpaden, Amersfoort.