Strafrecht

Dr. H.J.R. Kaptein stelt zich op het standpunt dat het ne bis in idem-beginsel voor ernstige misdrijven afgeschaft mag worden (NRC Handelsblad, 5 augustus). Hij komt tot deze conclusie door de vraag te stellen waartoe het strafrecht eigenlijk dient. Volgens Kaptein is genoegdoening voor slachtoffers de zin van het strafrecht. Blijkbaar behoor ook ik tot de generatie (straf)juristen die nog geleerd heeft dat het strafrecht niets te maken heeft met verhoudingen tussen burgers onderling, want ik kan ik me nog goed herinneren hoe prof. Rüter ons doceerde dat een veroordelende rechter niet (primair) de genoegdoening van het slachtoffer als uitgangspunt moet nemen, maar de terugkeer van de dader in de samenleving. Het slachtoffer en/of zijn nabestaanden zijn toch nooit tevreden over de strafmaat, aldus Rüter.

Dit college lijkt niet aan te sluiten op de mening van degenen ,,die het strafrecht willen hervormen in `herstelrechtelijke' richting''. Betekent dat ook dat daarmee genoegdoening van het slachtoffer belangrijker is dan de herintreding van de dader in de samenleving?

In het strafrecht gelden meerdere belangen. Deze belangen lopen door elkaar en vallen daardoor niet, zoals in het civiele- en het bestuursrecht, in te delen in een horizontale- (burgers versus burgers), dan wel verticale structuur (staat versus burgers). Het strafrecht heeft een structuur sui generis, en de vraag waartoe het strafrecht dient valt dan ook niet ondubbelzinnig te beantwoorden. Wanneer men een keuze wil maken tussen instandhouding, dan wel (gedeeltelijke) afschaffing van het ne bis in idem-beginsel, zal men een afweging moeten maken tussen álle belangen die komen kijken bij strafvervolging, ongeacht of deze belangen thuishoren in een horizontale-, dan wel verticale structuur.