Stop de persen?

Het is een oude journalistieke wet. Niet de veerboot die aankomt is nieuws, maar de veerboot die zinkt. Niet het vliegtuig dat veilig landt, maar het vliegtuig dat neerstort. Niet de Moldau die op de tonen van Smetana ruist en ritselt en sprankelt, maar de Moldau die in Praag de oude stad verzwelgt. Als Het Parool bijna zijn hele voorpagina en de helft van pagina drie wijdt aan de toekomst van Het Parool, dan weet je dus: dit is de veerboot die zinkt.

Zoals veel Amsterdammers, vooral journalisten, heb ik een zwak voor Het Parool. De krant heeft drie sterke kanten: de erin belichaamde verzetstraditie, een actieve stadsredactie van journalistieke straathonden en een je ne sais quoi, een moeilijk te omschrijven sfeer en toon, een relativerende luchtigheid en vrolijkheid op, maar zelden over, het randje van de oubolligheid.

Nu was er in de aankondiging van het plan om de krant veilig te stellen door haar los te maken uit het PCM-concern weinig (zelf)relativering te bespeuren. Hoofdredacteur Erik van Gruijthuijsen schreef een ronkend artikel vergeleken waarbij de troonrede cabaret is. Vol clichés (,,Amsterdam is een mooie, maar moeilijke stad'': stop de persen!!) en vol standwerkerstaal om het eigen product aan te prijzen: ,,onverslaanbare nieuwsbron'', ,,leidend in de berichtgeving over de stad'', ,,onmisbaar in het maatschappelijk debat'', ,,een redactie die een unieke samenballing van journalistiek talent is; een team dat binnen de beroepsgroep met nauwelijks verholen bewondering wordt bekeken''.

Wie dat over zichzelf zegt, is werkelijk in hoge nood. Waar was ineens die aardige tongue in cheek-toon van Het Parool gebleven? Nieuws over de eigen organisatie hoort op ingetogen, zakelijke wijze te worden gebracht. Borstklopperij van de hoofdredacteur verwacht je niet in de krant, journalistiek talent moet blijken uit de berichtgeving zelf.

Sneu genoeg had Het Parool de primeur van het eigen streven naar zelfstandigheid gemist. De redactie zat op nieuws dat zij groot genoeg achtte voor anderhalve pagina, maar helaas meldde het NOS-journaal het al een dag eerder. Voor journalisten iets om door de grond te gaan.

Uit journalistiek oogpunt evenmin sterk was dat een vooralsnog vaag plan, waarvan de realisering maar moet worden afgewacht, pontificaal als vaststaand feit werd gepresenteerd: ,,We gaan voor onszelf beginnen''. Eerst zien, zei de blinde. En waarom kon de redactie alleen maar mensen vinden met juichende reacties op de voorgenomen verzelfstandiging? Geen twijfelaar, geen scepticus, laat staan een tegenstem drong tot de kolommen door.

Een krantenredactie zou zich niet als de eigen pr-afdeling moeten gedragen. Erger: de eerste wiens instemming werd gevraagd en op de voorpagina afgedrukt, was de Amsterdamse burgemeester Cohen, qualitate qua iemand die Het Parool dagelijks zwetend van angst zou horen open te slaan. Een lokale krant die zich door de burgemeester minzaam laat aanprijzen, loopt kans voor het plaatselijke sufferdje door te gaan. Niet een compliment van de burgemeester is nieuws, maar de onthulling van gemeentelijk wanbeleid. Een waakhond laat zich niet aaien.

Zonder afbreuk te willen doen aan de onverholen bewondering van de beroepsgroep, kwam de manier waarop Het Parool, fluitend in het donker, het voorgenomen vertrek uit het PCM-concern aankondigde op mij over als een combinatie van zelfoverschatting en gebrek aan zelfvertrouwen. Dat zijn vege tekenen. De vraag is natuurlijk: als een krant werkelijk onmisbaar en van journalistieke topkwaliteit is, waarom dreigt dan de ondergang? Ligt de schuld bij PCM? Eerst kregen we te horen dat het samengaan van kranten in een groot concern allerlei voordelen biedt. Synergie was het toverwoord. En inderdaad worden bij mij, in het centrum van Amsterdam, tegenwoordig NRC Handelsblad en Het Parool tegelijk bezorgd. Maar nu heet het ineens weer dat de overheadkosten voor een klein, zelfstandig dagbladbedrijf lager zouden zijn.

De bedrijfstak media zit vol economische raadsels. Ik lees bijvoorbeeld dat uitgeverij Wegener in financiële problemen zit, terwijl de tegenwoordige minister van Economische Zaken de hele dag de miljoenen zit te tellen die Wegener hem bij kruiwagens tegelijk heeft doen toekomen in ruil voor een kat in de zak. En dat de Stichting Het Parool schatrijk is (zij het niet zo rijk als minister Heinsbroek) maar hoogstens een eenmalige achtergestelde lening wil geven aan de krant die de bestaansreden van diezelfde stichting is. Kan professor Heertje, columnist van Het Parool, dat niet eens uitleggen?

Heertje schreef dat de verzelfstandiging van zijn krant ,,moet uitmonden in het terugvinden van onze saamhorigheid, ons onwrikbare geloof in de onbegrensde vrijheid van het woord en het geschrevene, los van de knellende banden van een organisatie die zichzelf te gronde richt''. Heel mooi, maar factoren als de ontlezing, de veranderde samenstelling van de Amsterdamse bevolking en de teruglopende advertentiemarkt tover je niet weg met een andere uitgever. En van saamhorigheid en onwrikbaar geloof kunnen de persen niet draaien.

Heertje appelleert emotioneel aan de traditie van Het Parool als erfgoed van het verzet. Hij noemt het voornemen van de krant PCM te verlaten dan ook een verzetsdaad. Het doet me denken aan de woorden die dominee Buskes in 1945 heeft uitgesproken: ,,Ons Parool is Trouw aan De Waarheid in Vrij Nederland''. Ook dat was mooi gezegd, maar wat heeft het voor zin om kranten, al hebben ze elk in hun soort en op hun tijd grote betekenis gehad, als monument in stand te willen houden?

Vanzelfsprekend hoop ik ook van harte dat Het Parool overleeft. Elke dagbladtitel die verdwijnt gaat ten koste van de pluriformiteit. Maar overdrijven moet je dat ook weer niet. Er gaan dagen voorbij dat ik Het Vrije Volk, De Waarheid, De Tijd en Het Vaderland helemaal niet mis. Ook kranten hebben een levenscyclus.

Het Parool kan niet van de geschiedenis leven. Het koopt ook niets voor incestueuze bewondering van ,,de beroepsgroep'' of schouderklopjes van de burgemeester. Het kan hoogstens overleven op de voet van het Rotterdams Dagblad, de Haagsche Courant of het Utrechts Nieuwsblad. Beslist geen kranten om als journalist je neus voor op te halen. Als Het Parool sterft, dan is het aan te veel kapsones.