Onethisch...

Van genocide was geen sprake. Maar de Amerikaanse antropoloog Napoleon Chagnon heeft de ethische regels van zijn beroep wel geschonden door zich af te geven met malafide zakenmannen en corrupte politici om zijn onderzoek onder de Yanomami-indianen te kunnen voortzetten. Ook valt hem te verwijten dat hij geen adequate pogingen heeft gedaan misbruik van zijn onderzoek te voorkomen en de schadelijke effecten ervan te bestrijden.

Die morele kritiek staat in het 325 pagina's dikke eindrapport van de `task force' die in februari 2001 door de Amerikaanse vereniging van antropologen werd ingesteld om de handelwijze van Chagnon te onderzoeken. Dat gebeurde naar aanleiding van het boek Darkness in El Dorado (Norton, 2000) van Patrick Tierney, een freelance journalist die Chagnon, de geneticus James Neel en anderen ervan beschuldigde de Yanomami in Brazilië en Venezuela ernstige schade te hebben berokkend.

Het product van de vijfkoppige commissie is een merkwaardig tweeslachtig document, dat diepe sporen vertoont van politieke stammenstrijd. Tierneys boek wordt veroordeeld als tendentieus en onethisch. Het bevat `vele ongegronde, valse en sensationele beschuldigingen'. Van de karaktermoord op Chagnon en Neel blijft vrijwel niets over. Maar ook moet het boek `serieus worden genomen' en heeft het de antropologie zelfs `een goede dienst bewezen' omdat het `ethische kwesties aansnijdt waar we niet omheen kunnen'.

... GEEN GENOCIDE...

Sommige conclusies zijn eenduidig. Er is geen sprake van dat Chagnon en Neel in 1968 een dodelijke mazelen-epidemie onder de indianen hebben veroorzaakt of verergerd. Hun vaccinaties hebben juist `ontegenzeggelijk veel levens gered'. Wel veroordeelt de commissie in scherpe bewoordingen zijn omgang met twijfelachtige zakenmensen en politici in Venezuela om toegang te houden tot zijn onderzoeksgebied.

Milder is de commissie over de manier waarop Chagnon en Neel twaalfduizend bloedmonsters namen van de Yanomami. Ze lichtten de indianen `minimaal' en `misleidend' voor en schonden zodoende de regels voor informed consent (welbegrepen toestemming), maar als verzachtend omstandigheid geldt dat zulk gedrag destijds ook in de Verenigde Staten zelf niet ongewoon was. Chagnons methodes om aan informatie te komen (het `omkopen' van kinderen) waren evenmin vlekkeloos, maar daarbij tekent de commissie weer aan dat Chagnon zelf in zijn boeken tamelijk openhartig is over zulke praktijken.

... WEL SCHULD

Volgens de commissie heeft Chagnon wel een schuld bij de indianen. Studenten hielden aan zijn beroemde etnografie Yanomamö (1968) een beeld over van `geweld, vuil en irrationaliteit'. Chagnon heeft dat beeld niet gecorrigeerd, maar zich gestort in polemieken tegen zijn `marxistische' en `softe' critici, waarmee hij volgens de commissie zijn morele verantwoordelijkheid ontliep.

In een aantal bijzaken krijgt Tierney steun. Terecht is het verwijt van seksueel wangedrag aan het adres van de Franse antropoloog Jacques Lizot, die seksuele gunsten kocht van minderjarige Yanomami. De documentaire Warriors of the Amazon over de Yanomami, die nog regelmatig te zien is, wordt verweten een stereotiep en denigrerend beeld van de indianen te geven.

De eerste critici hebben er al schande van gesproken dat de antropologen zich begraven in interne twisten terwijl de Yanomami sterven aan malaria. Woordvoerders van de Yanomami hebben gezegd de bloedmonsters die Neel en Chagnon van hen namen terug te willen.

Het rapport is te lezen op: http://www/aaanet.org/edtf/