Nevels en zwarte gaten

De schoonheid, het mysterieze van de sterren. En Jupiter met zijn manen! Ramon van der Hilst en Jurriaan Biesheuvel kijken naar het heelal. Zesde en laatste deel van een zomerserie.

`Als je je hand omhoog stak, had je het gevoel dat hij zo de ruimte inging. Geweldig.' Ramon van der Hilst (17) weet het nog goed, zijn mooiste heelalervaring. in die ene nacht in de Achterhoek. Het was aardedonker en hij kon met het blote oog interstellaire nevels zien. ``Heel beeldend was dat, zo donker was het, overal zag je sterren.''

Hun mooiste heelal-ervaring hadden de sterrenkunde-enthousiasten allebei gewoon met het blote oog, zonder telescoop. ``Mijn eerste meteoor'', was de piekervaring van Jurriaan Biesheuvel (18). ``We lagen op sterrenkundekamp 's nachts met een heel groepje in het gras naar boven te kijken. Het is net als bij vissen, ineens heb je hem! Een meteoor is fel rood en een beetje wittig. Prachtig.'' Hij heeft, voegt hij er spijtig aan toe ``de zonne-eclips van 1999 gemist''.

Jurriaan heeft niet eens een eigen kijker. ``Ik woon in Amstelveen en daar zie je toch bijna niks, door alle lichtvervuiling. Alleen maar planeten en wat grote sterren.'' Hij kijkt vooral op zomerkampen, zoals nu in Asten van de Jongeren Werk Groep (JWG) van de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde. Samen met Ramon en 28 andere jonge amateur-astronomen tussen 14 en 18 jaar laaft hij zich twee weken lang aan de sterrenkunde. Tijdens het gesprek op de kampeerboerderij zijn flarden van de cursus te horen. De ene groep wordt ingewijd in de relativiteitstheorie, bij een ander is een flard van een gesprek over genialiteit te horen en een derde clubje laat zich voorlichten over de menselijke perceptie. ``Maar er is ook een speurtocht, hoor!''

Dat hun sterrenkundige piekervaring zonder telescoop plaatsvond, verbaast Jurriaan niet. ``Met een telescoop is het toch verder weg. Met het blote oog is het spontaner en onverwachter.'' Ramon: ``Als je met je kijker vindt waarnaar je op zoek bent, is dat ook wel een kick natuurlijk. Maar wat je ziet is toch nooit zo mooi als je op foto's in boeken ziet.'' Hij laat een paar zelfgemaakte foto's zien. ``Kijk, dat is de Amerika-nevel.'' Hij wijst op een klein kleurverschil van een paar vierkante milimeters. ``Zie je, net de Verenigde Staten. Thuis heb ik daarvan een afbeelding op posterformaat, van de Hubble-telescoop! Dat is natuurlijk wel een verschil.'' Toch is hij trots op zijn eigen foto's. Hij wijst er allerlei objecten op aan. Jurriaan kijkt geïnteresseerd mee.

Jurriaan kijkt ``een stuk of tien, twintig keer'' per jaar naar de sterren. Ramon kijkt vaker, omdat hij een eigen kijker heeft. In Nederhorst den Berg, waar hij woont, is meer te zien dan in Amstelveen. ``Ik kijk maximaal zo'n vijftig keer per jaar. Soms doen ik twee maanden niks, en dan kijk ik weer drie nachten achter elkaar omdat ik iets bijzonders in het oog wil krijgen en het steeds beter lukt.'' Ramon monteert nu ook wel eens een webcam op zijn telescoop: dan kan hij de beeldjes bewerken en combineren om een veel scherper beeld van de maan te krijgen. ``Voor de meeste andere objecten is de webcam veel te lichtzwak.''

Waar komt hun fascinatie met hemelobjecten vandaan? De jongens proberen het te omschrijven. Ramon: ``De schoonheid van de sterren, het esthetische aspect, speelt natuurlijk een rol. En ook het mysterieuze: met het blote oog zie je wat, maar met een telescoop zie je véél meer. En met een betere telescoop zie je nog veel meer. Dat houdt nooit op.'' Jurriaan: ``Ja. Jupiter en zijn manen, dat is prachtig! En het is allemaal zo ver weg, en je kunt het gewoon allemaal zien. Wij zitten maar op een klein brokje steen in het heelal. Daar is zo veel meer, zo onvoorstelbaar veel meer. Neem de Andromeda-nevel, die staat twee miljoen lichtjaar van ons vandaan, ver buiten ons eigen sterrenstelsel. Het licht dat je ziet is dus al twee miljoen jaar oud! En dat een ster een grote gasbol is, dat is erg interessant. Je gaat dat allemaal verkennen en je wil steeds extremere dingen begrijpen en zien: nevels, zwarte gaten!''

Na de vakantie gaat Jurriaan natuurkunde studeren in Utrecht, maar of hij zich na de algemene propedeuse die daar gebruikelijk is zal specialiseren in sterrenkunde betwijfelt hij. ``Natuurkunde is toch breder. En hoe vaak zal je als sterrenkundige de kans krijgen om met de Hubble-telescoop te werken? Als amateur kun je er ook veel aan doen. Op zo'n kamp is het leuk: veel kijken en veel lol maken. Maar als je het tot je beroep maakt zit je vooral achter de computer.'' Ramon denkt er precies zo over, ook hij zal zich na zijn eindexamen, volgend jaar, melden bij Natuurkunde in Utrecht. ``Als amateur ben je vooral bezig met waarnemen. Je ziet dat het helder is en dan loop je naar buiten: kan ik wat zien? In het vak ben je vooral bezig met de vraag: hoe komt het allemaal zo. Dan zit je toch vooral te rekenen.''

Sterrenkunde is een hobby die je gemakkelijk kunt uitleggen. Ramon: ``Als iemand 's avonds de hond uitlaat en het is helder, zal-ie ook wel eens omhoog kijken en denken: hé, de Melkweg! Dat vindt iedereen interessant.'' Maar om de volgende stap te zetten: uitzoeken wat die Melkweg nu precies is, dat doen er toch niet veel. ``Dat vinden mensen al gauw te moeilijk.'' En ze zijn er ook snel op uitgekeken. Jurriaan vertelt dat hij laatst met vrienden naar de kroeg fietste, in een kraakheldere nacht. ``En ik ging dus aanwijzen: kijk, dat is Jupiter, en daar is dat, enzovoorts. Nou, het interesseerde ze al snel geen bal! Ik ben maar gauw opgehouden. Op school geldt het als iets bijzonders, dat ik sterrenkijk, als cool, denk ik. Ook heb ik wel eens een klasgenoot meegenomen naar sterrenkamp, maar die vond het toch niet echt leuk. Het wordt ook al gauw te nerd-achtig.'' Ramon heeft dezelfde ervaring: ``Op school weten ze er allemaal niks van. Er is een jongen die ook veel interesse heeft in natuurkunde, maar die geeft niks om sterren.''

Het gaat Ramon en Jurriaan ook echt om sterrenkunde. Ruimtevaart, ach, dat is wel leuk als het om fysische problemen gaat. Jurriaan: ``Bijvoorbeeld de vraag op welk moment je een raket naar Mars moet lanceren, dat vind ik wel leuk.'' Ramon: ``Of de vraag hoe je de klap van een landing het beste kunt opvangen. Of laatst dat nieuws over een nieuw type raket, een scramjet. Een beetje het ingenieurswerk, ja.'' Maar de romantiek van een maanlanding of het karretje dat een paar jaar terug over Mars reed, nee dus. Dat is een berichtje in de krant, meer niet. ``Als ik zelf de maanlanding had meegemaakt, zou het misschien anders zijn, dat weet ik niet'', meldt Ramon nog.

Ramon begon serieus met sterrenkunde op zijn achtste. ``Toen ging ik naar de sterrenkijkdagen in de sterrenwacht in Amersfoort. Ik ging me afvragen: hoe zit dat dan met die planeten? Waarom bewegen die wel en sterren niet? Een half jaar later ben ik naar een JWG-kamp geweest. Ik geloof dat ik op dat eerste kamp al mijn kijker heb gebouwd. Die heb ik nog altijd. Pas een half jaar geleden heb ik er iets aan verbeterd, een dingetje aan het statief. Het scheelde ook dat mijn vader het in zijn jeugd ook gedaan heeft. Die heeft me een beetje op weg geholpen.''

Bij Jurriaan begon het al op zijn vijfde. ``Toen vroeg ik aan mijn vader wat er achter de wolken was. Het heelal. Maar wat is er dan achter het heelal? Op die manier. Toen ik een jaar of acht was ging ik er steeds meer over lezen. Erover praten deed ik eigenlijk weinig. Ik las gewoon van alles. Ik keek met het blote oog. Ik kwam helemaal niet op het idee dat je ook zelf een kijker kon hebben. Dat kwam pas toen ik zestien was en in de Kijk een advertentie zag voor de JWG-kampen. Verrek, dacht ik toen, dat kan natuurlijk óók.''

Veel informatie is te vinden op www.sterrenkunde.nl