Massamysterie

Er heerst een vreemde sterfte onder wetenschappers die onderzoek doen aan biologische wapens. De laatste maanden zijn al zo'n tien toponderzoekers plotseling dood gebleven. Internet gonst van de geruchten en algemeen wordt aangenomen dat ze geen natuurlijke dood zijn gestorven. Zelfs de New York Times (11 augustus) vond het tijd de hausse aan doden eens te analyseren.

Maar 't was gewoon een geval van random clustering, verklaarde de geraadpleegde John Allen Paulos, bekend van zijn boek `Innumeracy'. De mens wil graag patronen zien en patronen zijn er eigenlijk altijd. Bovendien waren lang niet alle doden vermoord en werkten niet alle doden ècht aan biowapens.

Geen mysterie. Hoewel? Eén van de bekendste doden die in het rijtje zijn opgenomen is Vladimir Pasechnik, die inderdaad aan biowapens werkte en nog wel voor de Sovjet-Unie. Hij overleed op 21 november 2001 plotseling aan de gevolgen van wat `een beroerte' is genoemd.

Pasechnik was de directeur van het Instituut voor ultrazuivere biopreparaten in Leningrad, een façade waarachter gewerkt werd aan de vervolmaking van biologische wapens. In oktober 1989 keerde hij niet terug van een zakelijk verblijf in Frankrijk. Hij meldde zich bij de Britse ambassade in Parijs en week uit naar Engeland. Daar werd hij geïnterneerd en maandenlang verhoord door Britse en Amerikaanse inlichtingenmensen en wapenexperts.

Zijn onthullingen leidden tot enorme consternatie en een dramatische diplomatieke `demarche' van Engeland en de VS in Moskou. Uiteindelijk zou president Jeltsin in februari 1992 toegeven dat Rusland aan biowapens werkte.

Toen Pasechnik al zijn kennis over Russische biowapens had overgedragen werd-ie doodkalm opgenomen in de rangen van het `Centre for Applied Microbiology & Research' in Porton Down. Dat is de plaats waar Engeland zelf lange tijd aan biowapens werkte. Het eerste artikel dat hij na zijn vlucht publiceerde (in het blad Bioseparation) beschreef de zuivering van bacterie-giften, zoals die van botuline, antrax en cholera. Pasechnik heeft tot 2000 in Porton Down gewerkt, toen richtte hij een eigen bedrijfje op.

Pasechniks plotselinge vedwijning in Frankrijk, in oktober 1989, bracht grote paniek bij de Russische achterblijvers, zoals is beschreven door een andere overloper, Ken Alibek. De wanhopige KGB schakelde ten einde raad een helderziende in die Pasechnik al gauw helder zag: op een groot eiland dicht bij de zee, in een groot, oud gebouw waar maar drie mensen werkten. 't Gaf weinig houvast, schrijft Alibek, die niet van helderzienden houdt. Maar hij geeft toe: toen hij later contact had met de Britse inlichtingendienst bevestigde die dat de beschrijving tot in detail klopte. Pasechnik zat lange tijd in een oud huis aan zee. En Engeland is een eiland natuurlijk.