`Johannesburg' moet de wereld redden

De wereldtop over duurzame ontwikkeling die eind deze maand in Johannesburg wordt gehouden, moet zich committeren aan maatregelen met betrekking tot bevolkingsgroei en milieu, ook wanneer Amerika dwars ligt, meent Jeffrey Sachs.

Cynici drijven alweer de spot met de wereldtop over duurzame ontwikkeling die eind deze maand in Johannesburg begint. Ze klagen dat het de zoveelste dure praatgroep wordt. Maar veel van deze kritiek is afkomstig van rechtse Amerikaanse politici die al meer dan tien jaar vrijwel elk initiatief van de Verenigde Naties ondermijnen.

Het thema van de top is zeer ernstig. Ondanks alle Amerikaanse vijandigheid mag de wereld zich niet laten afhouden van een diepgaande bezinning op de toekomst van het milieu. Ter rechterzijde wordt geprobeerd twijfel te zaaien met betrekking tot de gevaren die ontstaan door de verandering van het klimaat, het uitsterven van soorten en de verloedering van het ecosysteem. Ook worden angsten afgedaan als het oude liedje van voorspellingen waar nooit iets van is uitgekomen. We worden immers al gewaarschuwd voor de gevaren van hongersnood, ziekte en milieubederf sinds de voorspellingen van Malthus aan het einde van de achttiende eeuw? En we zijn toch altijd weer gered door de techniek? Het antwoord is gecompliceerd.

De techniek heeft inderdaad onheil afgewend, maar alleen voor hen die de beschikking hebben over de moderne technieken op basis van de wetenschap in de Eerste Wereld. Voor minstens een miljard mensen in de armste delen van de wereld zijn Malthusiaanse rampen aan de orde van de dag. Jaarlijks sterven miljoenen vroegtijdig als gevolg van armoede. Nog eens honderden miljoenen lopen gevaar door klimaatschokken zoals de droogte van dit jaar in zuidelijk Afrika, te late moessons in Zuid-Azië en een nieuwe cyclus van El Niño.

Bovendien komt techniek niet als manna uit de hemel. Het is de vrucht van aanzienlijke investeringen door de publieke en private sector. Een onmisbare impuls voor de Amerikaanse voedselproductie en tal van doorbraken in de medische techniek en volksgezondheid zijn te danken geweest aan de inspanningen van Amerikaanse overheidsinstellingen zoals het Nationale Gezondheidsinstituut, de Centra voor Ziektebestrijding, het ministerie van Landbouw en de universiteiten. Maar deze wetenschappelijke vorderingen zijn niet doorgedrongen tot de verpauperde bevolkingen van tropisch Afrika bezuiden de Sahara en Zuid-Azië, waar het met ziekten en landbouwkundige omstandigheden heel anders gesteld is. Ook heeft de wetenschappelijke vooruitgang nog geen oplossing gebracht voor het mondiale dilemma inzake energiegebruik en klimaatverandering.

Vrije-marktfundamentalisten keren zich terecht tegen de onjuiste bewering dat op wereldschaal bijna de bodem van onze energie bereikt is. De wereld verbruikt jaarlijks in totaal zo'n 6 miljard ton fossiele brandstoffen en heeft alleen al aan kolenreserves misschien nog wel tienduizend miljard ton, om maar te zwijgen van andere brandstoffen.

Het probleem is natuurlijk dat het gebruik van kolen de kans op klimaatverandering drastisch verhoogt. Ook hier zou technische vooruitgang ons kunnen redden – als bijvoorbeeld de uitstoot van koolstof door verbranding van kolen zou kunnen worden opgevangen in magnesiumertsen, en opgeslagen onder het aardoppervlak. Maar ook dat zou veel onderzoek en ontwikkeling uit publieke en private bron vereisen, en de investeringsniveaus houden niet over.

De andere hoop op het voorkómen van ecologische rampspoed is afremming van de snelle bevolkingsgroei. Het kostte onze soort duizenden generaties om rond 1830 de miljardste mens te bereiken, maar daarna vergde het maar 170 jaar om er nog eens vijf miljard bij te krijgen. Alleen al door de huidige leeftijdsopbouw van de wereldbevolking, met veel jongeren, zal het totaal halverwege deze eeuw met zo'n twee miljard zijn toegenomen, ook als elke vrouw van nu af aan maar twee kinderen zou baren. Uiteraard zal de wereldbevolking sneller groeien: honderden miljoenen vrouwen in ontwikkelingslanden krijgen nog altijd meer kinderen dan nodig is om de bevolking op peil te houden.

Ook hier doorkruist rechts Amerika een beleid dat duurzame ontwikkeling zou kunnen bevorderen. De aanvallen op geboorteregelingsprogramma's bedreigen niet alleen dertig jaar Amerikaanse inspanningen, maar zijn ook bedoeld om het onschatbare VN-werk te torpederen door het VN-bevolkingsfonds vleugellam te maken.

Geboorteregeling is uiteraard niet het enige beleidsinstrument om de snelle bevolkingsgroei in arme landen terug te dringen. Ervaring en onderzoek hebben aangetoond dat arme vrouwen minder kinderen krijgen als ze kunnen lezen en schrijven, kansen op betaald werk krijgen en toegang tot gezondheidszorg voor hun kinderen hebben. Lage kindersterfte geeft de ouders vertrouwen om het aantal kinderen te beperken. In dat opzicht moet de aandacht in Johannesburg niet alleen uitgaan naar een uitbreiding van geboorteregelingsprogramma's, maar ook naar een verruiming van de onderwijskansen voor meisjes, en een uitbreiding van de gezondheidszorg voor de armen op de wereld.

Een geslaagde top in Johannesburg zal daarom moeten inzetten op een aantal punten. De regeringen moeten zich verbinden om serieus de uitdaging van duurzame ontwikkeling aan te gaan – niet alleen voor het zesde deel van de mensheid dat van een hoog inkomen leeft, maar ook voor de vijfzesde van de mensheid in de ontwikkelingslanden – en dan vooral de éénzesde van de mensheid wier leven een dagelijkse strijd is om te overleven.

De regeringen moeten de reële risico's erkennen die de bevolkingsgroei en economische bedrijvigheid met zich mee hebben gebracht, uiteenlopend van klimaatverandering tot uitputting van de visstand, en de verloedering van kwetsbare ecosystemen over de hele wereld. Ze moeten zich verplichten om nauwlettend acht te slaan op de groeiende wetenschappelijke kennis die deze gevaren steeds meer in kaart brengt.

Tegenover de armsten van de armsten moeten ze zich verplichten tot voedselhulp, verruiming van de toegang tot gezondheidszorg en geboorteregelingsmogelijkheden, schoon water en hygiënische voorzieningen, alsmede tot wetenschappelijke inspanning om iets te doen aan de problemen van ziekten en landbouw in de tropen.

En tegenover de wereld als geheel moeten ze zich verplichten tot een mondiale inspanning om wetenschap en techniek zodanig te mobiliseren dat de wisselwerking tussen energieverbruik en klimaatverandering minder wordt, zodat de nog altijd rijke reserves aan fossiele brandstoffen veilig kunnen worden gebruikt, terwijl in de loop van de eeuw wordt overgeschakeld op andere, schonere, technieken.

Dit alles moet de wereld doen met of zonder de VS aan tafel, zoals ze ook heeft besloten door te gaan met het verdrag van Kyoto inzake de beperking van de CO2-uitstoot, ondanks de arrogante achteloosheid van Washington. Vroeg of laat zullen ook de Amerikaanse ogen opengaan voor de mondiale werkelijkheid.

Jeffrey Sachs is directeur van het Earth Institute en hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Columbia-universiteit.

© Jeffrey Sachs