Immigratieland

De Batavieren kwamen de Rijn afzakken om zich in de moerassige delta van de lage landen te vestigen. Zij waren niet de eerste immigranten en zeker niet de laatste. Volksverhuizingen zijn van alle tijden. In golfbewegingen heeft Nederland door de eeuwen heen nieuwe groepen migranten opgenomen en ook, zoals in de tweede helft van de negentiende eeuw en na de Tweede Wereldoorlog, Nederlanders aangemoedigd naar het buitenland te emigreren.

Met de globalisering – de wereldwijde verwevendheid na 1989 – zijn de internationale migratiestromen toegenomen, al hebben ze niet de omvang bereikt van het einde van de negentiende eeuw. Toen trokken arme mensen uit achtergebleven delen van Europa naar onontgonnen, onderbevolkte landen van de nieuwe wereld. Nu komen nieuwkomers uit de Derde Wereld naar de rijke en vaak dichtbevolkte welvaartslanden. Ze worden aangetrokken door het vooruitzicht van materiële lotsverbetering en uit hun land van herkomst verdreven door veelal een combinatie van (burger)oorlogen, economische stagnatie, geestelijke onvrijheid, politieke dictatuur en religieus obscurantisme.

Nederland en andere Europese landen wisten zich met deze veranderende omstandigheden geen raad. De EU schafte met het Schengen-akkoord de binnengrenzen gedeeltelijk af zonder deugdelijke controle aan de buitengrenzen, terwijl de brandhaarden in Joegoslavië, de Balkan, Afrika en het Midden-Oosten voor een aanzwellende stroom vluchtelingen zorgden. Er was bovendien sprake van juridische knelpunten die niet op stel en sprong konden worden aangepast. Het resultaat is de snelste verandering in de bevolkingssamenstelling die de Nederlandse samenleving ooit te verwerken heeft gekregen. Bijna een vijfde van de bevolking heeft een niet-Nederlandse achtergrond, waarvan de helft afkomstig uit niet-westerse, veelal islamitische landen. Een politiek debat over de wenselijkheid en maatschappelijke gevolgen heeft nooit plaatsgevonden.

Het Nederlandse immigratiebeleid, schreef Arie van der Zwan eerder dit jaar in een behartigenswaardig artikel in het politieke tijdschrift Socialisme en Democratie, wordt gekenmerkt door drie constanten: onderschatting van de omvang van de immigratiestroom, ongerechtvaardigd optimisme over de integratie en virtuositeit in het bedenken van bezweringsformules als het allemaal blijkt tegen te vallen. Zal dit veranderen nu in het kabinet een minister voor vreemdelingenzaken en integratie is aangesteld? Tenslotte vormden immigratie en veiligheid de centrale onderwerpen bij de verkiezingen van 15 mei. De electorale aardverschuiving was in belangrijke mate terug te voeren op dit onderwerp: Fortuyn zei over immigratie wat veel kiezers wilden horen.

De vooruitzichten stemmen niet gerust. Het beleid wordt ontegenzeggelijk harder en daarmee plaatst Nederland zich in een Europese trend. Ook elders neemt de tolerantie ten aanzien van immigranten af. Voor een deel wordt de instroom vanzelf minder omdat conflictgebieden – Joegoslavië, Afghanistan, Angola – min of meer gepacifeerd zijn. Maar morgen kunnen zich nieuwe brandhaarden voordoen waardoor migratiestromen op gang komen.

Met de afname van de vluchtelingenimmigratie krijgt de immigratie door gezinshereniging meer gewicht. Zoals Van der Zwan in het genoemde artikel opmerkt, bestaat de kern van veel problemen uit het gegeven dat immigranten vaak een demografisch profiel vertonen dat ,,functioneel is voor een andere samenleving dan de onze''. Ze trouwen jong, hebben doorgaans veel kinderen en ze halen als het even kan hun huwelijkspartner uit het land van herkomst. Ze nemen ook een andere culturele bagage met zich mee, of ze nu uit islamitische landen komen of van de Antillen. Het is de vraag of de aangekondigde kabinetsmaatregelen van verhoogde huwelijksleeftijd, inkomenstoets en betaling van de inburgeringscursus voldoende soelaas zullen bieden.

Met de culturele en sociaal-economische integratie van grote groepen immigranten is het droevig gesteld. Dit weerlegt de stelling dat Nederland en Europa immigranten nodig hebben om de demografische trend van hun autochtone bevolkingsafname te kunnen opvangen. Vooral Amerikanen willen op dit punt Europeanen graag voorhouden dat immigranten hier met open armen ontvangen moeten worden. Los van het gegeven dat dit in de VS ook niet gebeurt, is dit een cirkelredenering. Het zou immers betekenen dat er ter compensatie van de vergrijzing altijd meer mensen moeten komen. Dat zou leiden tot een perpetuum mobile van een almaar groeiende bevolking. De vergrijzingsproblemen zullen op een andere manier aangepakt moeten worden.

Ondanks ferme taal laat het regeerakkoord van het nieuwe kabinet het afweten. Naar de onmiskenbaar belangrijke Europese aanpak wordt slechts in een halve, obligate zin (,,streven naar doeltreffende afspraken'') verwezen. Er zal toch echt iets meer in Brussel moeten worden getoond. Wat de binnenlandse aanpak betreft wordt aangegeven hoe gezinsvorming door de komst van huwelijkspartners zal worden tegengegaan en hoe illegalen actiever zullen worden geweerd. Maar verdergaande maatregelen zijn nodig. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft in opeenvolgende nota's talrijke voorstellen gedaan.

Allereeerst kan niet genoeg worden beklemtoond dat het met veel immigranten, individueel en in groepen, uitstekend gaat. Hun talenten zijn waardevol voor de samenleving en kunnen vaak veel beter worden benut. Verder valt te denken aan criteria voor selectieve immigratie, aan de invoering van (tijdelijke) arbeidsvergunningen, aan quoteringen, kortom aan een vorm van bevolkingspolitiek uit welbegrepen eigenbelang. Het begrip bevolkingspolitiek stamt uit de jaren vijftig en is lang geleden in de kast met taboes opgeborgen. Toch moet het daarover ook gaan. Op de golf van populair sentiment schakelt Nederland over van een ondoordacht genereus naar een restrictief immigratiebeleid zonder een langetermijnvisie te hanteren. De omschakeling is begrijpelijk, het gebrek aan nadenken niet.