Hollands dilemma

Donderdagochtend, een uur of tien, aan de Van Baerlestraat in Amsterdam, tussen het Concertgebouw en het Stedelijk Museum. Prachtig weer, het spitsuur is voorbij, de uitlaatgassen zijn opgenomen in de hogere luchtlagen, de toeristen komen nu uit bed, aan het einde van de groene Museumpleinvlakte rijst majesteitelijk het Rijksmuseum. Ja, er is nog vrede in deze wereld. Uw verslaggever is van plan bij Davidoff Le Summum een pakje sigaretten te kopen als hem aan de overkant van de straat iets bijzonders opvalt. Daar staat een busje van de politie, met ervoor zeven agenten in parate houding. Wat is er gebeurd? Nieuwe smokkelroute voor bolletjesslikkers ontdekt. Vuurgevaarlijke gevangene ontsnapt. Voetbalwedstrijd aanstaande. Kunstwerk van Damien Hirst uit het Stedelijk gestolen. Plotseling is ook op deze mooie zomermorgen alles weer mogelijk. Wat gaat daar gebeuren?

Sensatiezuchtig gaat uw verslaggever de winkel in. ,,Wat staan die agenten daar te doen?''

,,Die staan fietsers te vangen die door rood licht zijn gereden'', zegt de nieuwe meneer achter de toonbank. (De oude meneer is weg. Hij wijdt zich verder aan zijn oude auto's. Ik mis hem. Voor buurtgenoten gaat er in het alledaagse leven niets boven vertrouwde gespreksgenoten in de winkels. De nieuwe meneer acclimatiseert snel).

,,Aha! Fietsers vangen!''

We wisselen nog even van gedachten over de vraagstukken van de openbare orde in de hoofdstad, en ik steek over om te controleren hoe vandaag het fietsers vangen wordt aangepakt.

Het zit de politie niet mee. Springt het licht bij het kruispunt De Lairessestraat-Van Baerlestraat op rood, dan maken ze allemaal halt. Eindelijk: een boekhouderachtig type van middelbare leeftijd, achter wie je het niet zou hebben gezocht. Heeft zich waarschijnlijk verslapen. Trotseert rood en fietst met volle vaart in de val. Als hij beseft wat hem is overkomen, trekt hij een gezicht dat in Amerikaanse films bij het You're kidding! hoort. De werkelijkheid is anders. Na te zijn opgeschreven, rijdt hij geknakt verder. Opeens ziet zijn zomer er anders uit.

Wat hierna gebeurt valt moeilijk in de juiste woorden te vatten.

Van het ene ogenblik op het andere raken de agenten in een soort opwinding. Wat voor soort? Opwinding van joligheid, verkneutering, ravotten, dollen. Over het fietspad nadert vrolijk en monter een zeer mooi meisje, in rode jurk met minirok. Wie zal haar verbaliseren? Wie wil? (Of: wie wil niet – uit verlegenheid of omdat een agent van mening kan zijn dat zo iemand in zo'n geval boven de wet staat, of, wie weet, omdat hij opeens aan Mata Hari dacht). Ze komt binnen bekeuringsbereik. Agent steekt hand op. Ze schiet in de lach. Dat heeft ze meer meegemaakt. Denkt nog: leuk, grapje. Nee, deze keer is het menens. Dat zal wel. Ze laat zich opschrijven, het kan haar humeur niet bederven. Nog lachend fietst ze verder. Het hele peloton is er ook zichtbaar van opgeknapt.

Rood licht en fietser. Zal dit Hollandse vraagstuk ooit worden opgelost? Soms zie ik een jonge, geïndividualiseerde vader die nog in het krakersverzet heeft gezeten, en nu met één kleuter voor en één achter tussen twee voortrazende stromen blik door wankelt. Zijn rechtsorde is een andere dan de onze. Dan weer, op een vroege zondagmorgen aan een totaal verlaten kruispunt een oude dame die voor rood van haar fiets stapt en geduldig op het groen wacht.

Weer denk ik aan Cherry Duyns, op de televisie in het programma Het gat van Nederland. Verkleed als klassiek agent, staat hij aan een ouderwets stopbord op een kruispunt van zanderige paadjes in het stille bos. Daar nadert een fietser. Snel zet hij het bord op STOP. Fietser stapt af, wacht. Agent Duyns doet niets. We horen alleen het kwinkeleren van de vogels. Fietser wordt onrustig, Duyns bestudeert de boomtoppen. Eindelijk rijdt de man verder. Duyns: ,,Halt! Wat doet u daar?'' Man stapt af, zegt: ,,Ik rij verder.'' Duyns: ,,Kunt u niet lezen? Wat staat op dat bord?'' Man: ,,Stop.'' Duyns: ,,Juist. Ik moet u een prent geven.'' Man: ,,Prent?'' Duyns: ,,Zo noemen wij bij de politie het proces verbaal.''

Ik vertel het heel kort. In werkelijkheid duurt deze scène misschien wel tien minuten. Het is een van de meeslependste stukjes televisie die ik ooit gezien heb. Het Hollandse dilemma, het Hollandse drama: tussen rood en groen, tussen gezag en burger, tussen gehoorzaamheid en verzet.

Op de redactie vertelde ik wat ik in de Van Baerlestraat had meegemaakt. Ze waren niet verwonderd. Ja, zei de eigenlijke stadsverslaggever. Zero tolerance, lik op stuk, de fietsers moeten er rekening mee houden dat de duimschroeven verder worden aangedraaid. Backlash! Daar kan een rechtgeaarde Hollandse wielrijder vanouds niet tegen. Lees er Karel Capek op na, zijn Obrázky z Holandska (Over Holland, 1932).

Een gewetensvraag. Gaat u in het wielrijdersverzet?