Hollands dagboek

Willem Jan Groeneveld (50) is huisarts op Terschelling. Overdag puilt zijn wachtkamer uit van zwemkleding, badlakens en pampers, 's nachts moet hij regelmatig naar de jongeren- camping. `Ik verbaas me erover hoeveel jongeren hier om vier uur 's nachts nog rond- lopen.' Groeneveld is gescheiden en heeft een dochter van veertien.

Woensdag 7 augustus

7.30 uur. Het wordt een mooie dag, de zon is al warm. Eerst met Igor, mijn hond, de polder in. De hazen zijn al wakker, maar Igor ook. Om 8 uur breekt het telefoonspervuur los: onze assistentes worden duizendpoot door de uiteenlopende vragen en eisen. Het ochtendspreekuur is vrij rustig: deels eilanders en wat vroege vakantievogels, de meesten slapen nog.

Ik werk samen met Dick in zijn oude markante huis te Midsland. Hij zit hier al meer dan 25 jaar, voor mij is dit de tweede zomer hier.

Na elf uur visites maken. Igor gaat graag mee. Vandaag ga ik naar een 95-jarige alleenwonende man met hartproblemen. Hij wil beslist geen ziekenhuis meer en voelt zijn einde naderen. Zijn dochters zijn ook al overgekomen. We bellen de thuiszorg: hier nog een bekende die meteen begrijpt waar het om gaat. Ze komt en met elkaar bekijken we wat haalbaar is. Leve de kleinschaligheid hier.

Ik lunch thuis met mijn logés uit de Hoeksche Waard, waar ik vroeger ook gewerkt heb. We halen herinneringen op: de tijd kleurt in pasteltinten, merk ik.

's Avonds breekt het onweer los. Op de campings blijft het rustig.

Donderdag

Diverse dagbladen bellen voor de laatste alcoholscore: ,,zeven in totaal, maar de laatste dagen is het rustig.' Gevolg van alle publiciteit?

Overmatig drankgebruik door steeds jongere jeugd speelt natuurlijk overal, maar juist hier valt het op door de extra afvaarten met de `Breezerexpresse', zoals ze hier zeggen.

Mijn logés vertrekken met de middagboot, maar ik heb geen tijd ze uit te zwaaien: de wachtkamer puilt uit van de zwemkleding, badlakens en pampers. Iedereen is nu wakker: geschaafd, gebutst, gebroken, gestoken, door de zon verbrand, oorpijn, hoesten, plassen of gewoon `eilandangst'.

Het weer is broeierig en 's nachts weerklinkt de baltsroep van de jonge kampeerders over de dorpen; de lust bloeit, maar ja... de kracht is gesnoeid.

Vrijdag

Mijn hoogbejaarde gaat achteruit, en is elke dag weer heel anders. Zijn familie is liefdevol aanwezig, een prachtige ervaring.

's Middags mijn laatste les voor het koetsiersexamen morgen: met een Fries voor de wagen door het toeristengewriemel rond Hoorn manoeuvreren. Leuk en spannend.

's Avonds eten bij kennissen. Een heftige regenbui koelt de avond.

Zaterdag

Samen met Dick weekenddienst, maar eerst het examen: Piet de Boer, onze nationale veelspanrijder met Friezen, komt als examinator naar het eiland: allemaal geslaagd. Gelukkig, die spanning is eraf.

Een zomerweekend is meestal een aaneenschakeling van de meest uiteenlopende situaties: van een klein schrammetje tot levensbedreigende complicaties, maar nu geen calamiteiten. 's Nachts `tentbezoek' op de jeugdcamping; het lijkt er iets rustiger; ik zie minder kratjes. Een meisje van vijftien met buikpijn, valt mee: twee paracetamol.

Ik verbaas me erover hoeveel jongeren hier om vier uur 's nachts nog rondlopen; ze zijn echt nog jong en vriendelijk; een aantal is teut. Door het grote aantal kampeerders valt het stereotiepe van hun gedrag duidelijk op: het collectieve heeft hier de overhand. Is dit waarom de individueel gerichte voorlichting zo faalt? Zijn dit inwijdingsrituelen in onze `volwassen' wereld van drank, seks, en nep-tv? Het lijkt haast zo. De ceremonie vindt op steeds jongere leeftijd plaats en onervarenheid en overmoed brengen het gevaar tot bij de tent. Onze tv-idolen zijn toch immers ook almachtig en onsterfelijk. Bovendien is onze handelsgeest graag bereid de jeugd te `helpen' met hun proces en ontwerpt prachtige zoete drankjes die geen alcohol verraden en overal voorhanden zijn. Onze accijns-kommies lacht in zijn vuistje.

Zondag

Mooi weer, het is relatief rustig. Mijn oude man heeft zijn hele familie om zich heen en knapt weer wat op. Hij geniet zichtbaar en vertelt over vroeger.Ik heb de tijd om wat in de tuin te zitten en bij te komen van alles van de afgelopen week: het leven lijkt wel een film die te snel draait. Echt verwerken komt later. Igor droomt van hazen.

's Nachts twee keer mijn bed uit: voor een hoofdwond en iemand met een niersteenkoliek.

Maandag

Het begint al goed: om negen uur de vlotte bevalling van een prachtmeid van zes pond. Deze dag kan niet meer stuk. Hier is huisarts zijn nog echt: het eiland is een wereldje op zich en alle aspecten van het leven zijn dichtbij en voelbaar; maatschappelijke structuren zijn duidelijk en gekoppeld aan gezichten en voornamen. Hier voel ik me thuis, ook doordat mijn moeder en voorouders van Terschellinger afkomst zijn. Als klein jochie al kwam ik hier alle vakanties bij mijn grootouders logeren. Ik was altijd bij de haven te vinden. Terug naar Den Haag was in mijn beleving het stomste dat je kon overkomen: vijf minuten de lol van herkenning en daarna drie maanden saaiheid. Ik beleef elke dag op dit eiland nu ook als een cadeautje van boven.

Veel eilanders zie je 's zomers niet op het spreekuur, daar is de winter voor; nu heeft iedereen het veel te druk.

's Avonds met een glas wijn op het terras. Uitzicht over de weilanden, veel vogels: scholeksters komen luid roepend over, en de kiekendief zweeft langs slootkanten. In de verte het kerkje van Midsland. Ik woon buiten het dorp, op een stille plek tussen de duinen en het weiland in, verscholen haast. Hier vind ik mezelf weer terug na een dag vol hectiek.

Dinsdag

Een drukke dag, de warmte is nog hier nog net te dragen. 's Avonds ons wekelijks werkoverleg en eten bij mijn collega: gebakken schol, vroeger zelf veel gevangen, nu haast een bedreigde diersoort, maar nog wel heel lekker. We bespreken de mensen die ernstig ziek zijn, en die we zoveel mogelijk afwisselend of samen zien. Het samenwerken gaat goed, dat maakt ons werk leuker en lichter. Verder kletsen we gewoon over alles en niks. We krijgen een nieuw medisch centrum in het dorp, maar het plan zit in de molen verstopt en we horen al maanden niets meer...

De dienst verloopt rustiger, en 's nachts alleen maar iemand met een verstuikte enkel. Hij is op straat gevonden, niet meer in staat om op te staan, en wordt door de ambulance bij onze praktijk gebracht. Wij hebben hier nog een echte EHBO-functie, en de samenwerking met het ambulance-personeel en alle andere hulpdiensten verloopt bijzonder vriendschappelijk en professioneel. We hebben elkaar nodig: de hiërarchie vervaagt. ECG's kunnen ter plaatse naar het ziekenhuis in Leeuwarden doorgeseind en daar beoordeeld worden, zodat de behandeling hier al kan starten. Voor zeer ernstige patiënten staat overdag de traumahelicopter in Groningen startklaar.

Woensdag 14 augustus

Een hele nacht in bed kunnen blijven: geluksgevoel. Opgeruimd met Igor op pad en te laat op het spreekuur.

Nog even over onze jongeren: als we uitgaan van inwijdingsrituelen, dan moet daar ruimte voor gemaakt worden, maar is er ook begeleiding nodig om gevaar en overlast te beperken. Inzicht in de diepere drijfveren leidt mogelijk tot alternatieven. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, maar welke toekomst heeft de jeugd? Wat zijn hun idealen? Waar gaan ze voor?

Er marcheren nog steeds kratjes langs de weg, maar met het gezegde van Freud dat alcohol vergiftigde moedermelk is krijgt dit beeld voor mij wel een heel andere kleur: het gemis wordt haast tastbaar.

Zaterdag komt Femke, mijn dochter, ze is veertien...