De straat zou gebaat zijn bij beleefdheid

Wat zijn de onderstromen van de `rechtse golf'? Op straat eist ieder op hoge toon zijn recht op. ,,Ze hebben nog liever dat je iemand doodrijdt dan dat ze hun evenwicht verliezen.''

Trambestuurder Niek Driesse (47) is overspannen. Een paar maanden geleden rukten twee dronken passagiers de achterdeur in zijn tram uit de hengsels, waardoor hij niet verder kon rijden: een tram is uit veiligheidsoverwegingen zo afgesteld dat rijden met een open deur niet kan. Een van de twee kwam toen naar voren, naar de cabine waarvan hij het raam open had staan. De man was woedend en greep hem door het open raam bij de keel. ,,Doorrijden, klootzak!'', schreeuwde hij.

Een paar weken later was er een handgemeen achterin de tram. Een van de ruziemakers werd door twee anderen hardhandig naar buiten gewerkt. Hij kwam aan de voorkant weer naar binnen en schreeuwde dat de trambestuurder de politie erbij moest halen. De anderen volgden hem en een van hen trok een mes, waar hij mee zwaaide voor het geopende raam van de cabine. De man die uit de tram was gegooid koelde zijn woede op de trambestuurder: het was allemaal zijn schuld, want hij had ervoor moeten zorgen dat er politie was.

Het tweede incident deed Niek Driesse de das om. Maar eigenlijk liep hij al een tijdje op zijn laatste benen, net als meer van zijn collega's. Niet wegens dit soort incidenten, ook al komen ze regelmatig voor, maar door de dagelijks terugkerende scheldpartijen van passagiers. Meestal gaan die over de deuren, die automatisch sluiten als er niemand meer op de onderste treeplank staat. ,,Dat weten ze, want dat staat op elke deur. Maar als zo'n deur dichtgaat en er moet nog iemand uit, dan heb jij het gedaan, dan ben jij de klootzak.''

Vaak ook wordt er op hem gescholden wanneer hij plotseling moet remmen, als er iemand onverhoeds de trambaan oversteekt. ,,Dan rem je om zo iemand te ontwijken. En dan hoor je achter je getier en gevloek. Dan ben je een hele grote klootzak. Ze hebben geloof ik nog liever dat je iemand doodrijdt dan dat ze hun evenwicht verliezen.''

Vroeger legde hij uit hoe de deuren werken of waarom hij een noodstop maakte. ,,Maar dat doe ik niet meer. Ze luisteren toch niet.'' En het zijn niet alleen de opgeschoten jongeren die hem het leven zuur maken. Ook vrouwen van middelbare leeftijd schelden op hem. Oudere echtparen. ,,Dat vind ik nog het ergste, dat ook gewone mensen zich steeds vaker zo gedragen. En het wordt elk jaar erger.''

Nederland verruwt. Steeds meer mensen eisen op hoge toon de beste behandeling, nu meteen, en als ze die niet krijgen laten ze ongegeneerd hun ongenoegen blijken. Vooral de beroepsgroepen die diensten verlenen ondervinden het aan den lijve: trambestuurders, conducteurs, winkeliers, huisartsen. Waar komt deze nieuwe mondigheid vandaan? Is er een verklaring voor de opkomst van de ongezouten opvatting in het openbare leven?

De trend van ,,de jongen met het korte lontje die er ook niks aan kan doen dat hij gaat schelden als de dingen hem niet zinnen'' is manifester geworden door het voorbeeld van Pim Fortuyn, zegt Gijs van Oenen, als ethicus verbonden aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. ,,Fortuyn liet zien dat je mag zeggen wat je vindt, ook als dat inhoudt dat je iemand schoffeert.'' Maar de trend zelf, ,,dus dat je verwacht dat iemand meteen iets voor jou doet, en als die iemand dat niet doet, dan kan hij opdonderen'', is er al een paar jaar.

Die nieuwe mondigheid is, denkt hij, ontstaan in de jaren negentig, toen de overheid driftig aan het privatiseren sloeg en daarmee haar eigen gezag uitholde. ,,De markt werd het hoogste goed, daar was alles beter geregeld dan bij het rijk. De overheid zei het nota bene zelf. Onbekommerd.'' Van Oenen meent dat mensen zich die boodschap hebben eigengemaakt: ,,Ze begrepen al heel gauw dat de dingen beter en sneller kunnen dan bij de overheid. Dat de overheid incompetent is en dat je er niet op kunt vertrouwen.''

De mensen eisten hun rechten op en konden dat des te makkelijker doordat gelijkwaardigheid in de maatschappij gemeengoed was geworden. ,,Gelijkwaardigheid is tegenwoordig opeisbaar'', zegt Pieter Pekelharing, politiek filosoof aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Maar die eis gaat gepaard met rancune: als iedereen gelijkwaardig is, maar iemand anders heeft het toch beter dan jij, dan heb je dat falen dus aan jezelf te wijten. Alleen, dat geef je natuurlijk niet toe. Dus ga je schelden. Je gaat zeggen dat alles wat fout gaat door de anderen komt.''

Mondigheid hoeft niet per definitie gepaard te gaan met verruwing. Toch is dat wel gebeurd. Pekelharing wijt het aan frustratie: ,,De openbare ruimte is gebaat bij een zekere beleefdheid, bij het besef dat je daar te maken hebt met mensen die anders zijn dan jijzelf. Maar mensen willen dat niet meer inzien. Ze willen niet langer beseffen dat andere mensen van hen verschillen. Ook in de openbare ruimte willen ze hun gelijk halen. Dus stellen ze daar steeds opnieuw dezelfde onderwerpen ter discussie. Dat de dienstverlening hen niet naar de zin is bijvoorbeeld. Of dat buitenlanders hun niet aanstaan.''

Daar kwam nog bij dat er de afgelopen jaren een groeiend onbehagen was over de vermeende achterkamertjespolitiek van het linkse establishment. Pim Fortuyn voelde dat goed aan, toen hij onderwerpen aansneed die taboe leken verklaard. Van Oenen: ,,Mensen willen afrekenen met dat establishment. Ze denken dat het hen monddood heeft gemaakt. Nu mogen ze het eindelijk allemaal zeggen.'' Deze nieuwe mondigheid heeft weinig te maken met de klassieke, de vrijheid van meningsuiting die is gebaseerd op respect voor de mening van de ander. Van Oenen: ,,Het is zeggen wat je vindt en tegelijk je zin willen krijgen. Als iemand anders je in de weg staat, dan scheld je hem verrot.''

Pekelharing heeft ,,de stille hoop'' dat ,,de scherpe kantjes'' van de nieuwe mondigheid er de komende tijd weer af zullen slijten. ,,Die mondigheid gaat niet meer weg. Hoeft ook niet. Het is ook een vorm van emancipatie, van respect afdwingen voor jouw mening. Het is alleen te ver doorgeschoten.'' Van Oenen verwacht voorlopig geen verbetering. ,,Er is iets losgemaakt dat heel sterk aanwezig was in de maatschappij. De geest is uit de fles en die krijg je er voorlopig niet meer in. Ik denk dat mensen met een dienstverlenend beroep het heel moeilijk gaan krijgen. Die zullen steeds ruwer worden bejegend.''

Trambestuurder Driesse gaat binnenkort weer aan het werk. Hij houdt van zijn werk. ,,Ik heb er een goeie opleiding voor gehad. En het is leuk werk.'' Dan is het moeilijk om 's avonds met een onbevredigd gevoel naar huis te gaan en nog uren in je bed te liggen woelen. Dus als je het hem eerlijk vraagt dan zou hij, als het zou kunnen, toch liever wat anders gaan doen. ,,Op deze manier werken, dat hou je niet een leven lang vol.''

Dit is de achtste aflevering van een serie over de rechtse omslag. Eerdere afleveringen verschenen op 13, 15, 18, 24, 30 juli, 1, 5 en 8 augustus en zijn te lezen op www.nrc.nl.