De oorlog tegen voetbalhooligans

De Amsterdam Arena zal morgen bij de wedstrijd tussen Ajax en FC Utrecht zwaar worden bewaakt. Hier verhardt de strijd tegen de hooligans zich. In Duitsland lijkt men goede resultaten te boeken, in Engeland weer niet.

Is het nog leuk voor de modale voetballiefhebber om in Nederland naar een wedstrijd te gaan? Bij de wedstrijd morgen tussen Ajax en FC Utrecht dreigt de Arena een vesting te worden. Het zal wemelen van politie. Bezoekers worden gefouilleerd. Je kunt er geen biertje meer drinken. Rondom de vakken van de F-side worden netten gespannen om fanatieke supporters tegen te houden.

De samenleving moet een hoge prijs betalen voor de hooligans. Mishandelingen, kapotte winkelruiten, ontregeling van het treinverkeer en deze week kreeg Guus Hiddink, als derde trainer een dreigbrief met kogels.

Voor het CDA en de VVD is nu ook de maat vol. Beide regeringspartijen willen dat justitie zo snel mogelijk overgaat tot effectieve bestraffing van de vandalen. Een stadionverbod en een meldingsplicht zijn er al, maar nog weinig effectief.

,,Zo kan het niet langer'', meent Henk Groenevelt, hoofd van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) in Utrecht — een speciale afdeling van de politie die zich met voetbalgeweld bezighoudt.

Hij vindt het jammer dat supporters niet meer ongecompliceerd naar een voetbalwedstrijd kunnen. ,,Maar we kunnen ons niet permitteren dat er iets fout gaat. Je kunt je niet laten gijzelen door het geweld van een kleine groep''. En het voetbalgeweld wordt steeds harder, constateert hij.

Intussen rijzen de kosten van een partijtje voetbal voor clubs en de maatschappij de pan uit. Zo was de politie in het seizoen 2000/2001, dat 787 nationale en internationale wedstrijden telde, liefst 300.500 manuren kwijt aan het bewaken van de voetbalveiligheid. Kosten: 7,8 miljoen euro.

Het blad Binnenlands Bestuur berekende dat de gemeente Rotterdam het afgelopen voetbalseizoen zo'n 3 miljoen euro uitgaf aan veiligheidsmaatregelen rondom voetbalwedstrijden van Feyenoord. Daar zijn nog niet eens de kosten van de UEFA-bekerfinale tegen Borussia Dortmund bijgerekend. Bijna 2 miljoen euro ging op aan de kosten van politie-inzet. Dat is de helft meer dan tijdens het voetbalseizoen 2000-2001. Feyenoord zelf gaf zo'n 1,4 miljoen euro uit aan veiligheidsmaatregelen.

Alleen al voor de wedstrijd Feyenoord-Borussia werd 4.000 man politie opgetrommeld en de binnenstad van Rotterdam werd alsnog aan diggelen geslagen — al de vernielingen minder ernstig dan bij eerdere wedstrijden.

Maar zet Nederland niet te weinig politie in?

Opvallend is dat in Duitsland het afgelopen seizoen waarin 748 nationale en internationale wedstrijden werden gespeeld, 720.000 uren door de politie werden besteed aan het handhaven van de orde bij voetbal. De politie op treinperrons was nog eens 210.000 manuren kwijt aan het in toom houden van fans. En Michael Endler, hoofd van de Zentral Informationsstelle Sporteinsätze, de Duitse zusterorganisatie van het Nederlandse meldpunt voor vandalisme, spreekt ook nog van een succes.

Want in 1992 had de Duitse politie nog meer de handen vol aan het voetbalgeweld. Toen werden in Duitsland 1,3 miljoen uren door de politie besteed aan de veiligheid rond wedstrijden.

Met relatief minder uren is het resultaat ook nog beter, zegt Endler. Want het aantal voetbaldelicten — mishandeling, vernielingen en aansturen tot oproer — is de afgelopen vijf jaar in Duitsland gedaald van 3.300 tot 2.800.

Overigens vindt het meeste geweld allang niet meer plaats in de stadions, maar in de steden, treinen en op de snelweg. De vermindering van het voetbalgeweld heeft in Duitsland niet alleen te maken met draconische wetgeving. Zo nodig worden paspoorten in beslag genomen om bezoek aan wedstrijden in het buitenland te voorkomen. Ook de bouw van betere stadions, scheiding van supporters en het inzetten van stewards dragen bij aan daling van voetbaldelicten. Vooral de zogenaamde `Fan-coach'-benadering, die de meeste clubs de laatste jaren in praktijk brengen, werpt volgens Endler vruchten af. Sociaal werkers zijn actief en vrijwilligers, die potentiële voetbalvandalen voortdurend in de gaten houden en ze bij het clubleven proberen te betrekken. ,,We mogen het probleem van geweld niet alleen aan de politieknuppel overlaten'', zegt Endler.

Het opleggen van uitsluitend harde straffen is ontoereikend. Dat blijkt wel in Engeland, dat samen met België, een aparte voetbalwet kent met maatregelen tegen vandalisme.

Zo kunnen Britse voetbalsupporters langer uit stadions worden geweerd dan in Nederland. Zij lopen het risico van een banning order, een verbod op het betreden van elk terrein met het doel een wedstrijd bij te wonen. En net als in Duitsland kan het paspoort van supporters worden ingenomen. Toch blijkt uit cijfers van de National Criminal Intelligence Service, dat het aantal voetbaldelicten niet is gedaald maar is gestegen. Het aantal arrestaties dat met voetbalvandalisme te maken had steeg van 3.138 in 1999/2000 tot 3.391 in 2000/2001, een stijging van 8,1 procent. De zogenaamde English Disease is nog lang niet over. Premier Balkenende ziet dan ook weinig in de invoering van een voetbalwet à la Engeland. De Nederlandse wetgeving biedt volgens hem voldoende soelaas. Dat liet hij deze week de Tweede Kamer schriftelijk weten.

De opmars van het voetbalvandalisme heeft de populariteit van de sport niet aangetast. In het seizoen 1994-1995 trokken de eredivisieclubs 3,1 miljoen toeschouwers, in het seizoen 2000-2001 was dat 4,3 miljoen, een stijging van 40 procent.

Met medewerking van Jos Verlaan