De engel van Oost

Dit is het verhaal dat mij is verteld. Er valt uit te leren dat je geen moed nodig hebt en zelfs geen initiatief of plan om iets bijzonders te doen. Een impuls is genoeg.

De impuls om omhoog te kijken. Want dat was wat Karim deed op die zomerdag, niet zo heel lang geleden. Achteraf kon hij zelf ook niet verklaren waarom hij juist op dat moment omhoog keek, terwijl hij door een straat liep in Amsterdam-Oost. Hoe het ook zij, die middag in de zomer, de zon scheen, keek Karim omhoog en zag hij een kind naar beneden vallen. Hij stak zijn armen uit. En dat was precies genoeg voor een engelachtige daad, die eigenlijk geen daad was. De driejarige Cynthia had op het balkon gespeeld. Haar moeder was bezig in de keuken en ging net kijken wat haar jongste dochter aan het uitvoeren was. Ze liep de kamer in en zag een leeg balkon. Dat wil zeggen, ze zag van alles: een doos met knijpers, een witte sproeier. In een vlaag van pijnigend inzicht zag ze ook de grote, hoge plantenpot die ze de vorige dag buiten had gezet.

De kleine Cynthia had de pot naar de rand van het balkon gesleept, bij een hoek van het spijlenhek, en was erop geklommen. Ze was over het hek gaan leunen. Verder, steeds verder. Ze zag een jongen de straat oversteken en in de richting van hun huis lopen. Cynthia leunde nog verder, om de jongen te zien die nu bijna langs hun voordeur liep. En toen viel ze.

Waar denken kleine meisjes aan als ze van driehoog naar beneden vallen? Net toen ze besef had gekregen van een naderende, ongehoorde klap, een klap waarbij iedere valpartij uit haar jonge leven in het niets zou verzinken, precies op dat moment had ze iets gevoeld dat veel zachter en meegaander was dan de harde stenen waarop ze had gerekend. Cynthia viel in de uitgestoken armen van Karim, die daarvoor zelfs geen stap of halve stap opzij, naar voren of naar achteren hoefde te doen. Het was natuurlijk geen zachtzinnige bedoening. Als een jongen van 15 jaar een meisje opvangt dat 7,5 meter naar beneden is gevallen, dan gebeurt er wel het een en ander.

Karim moest al zijn kracht en behendigheid aanwenden. Hij viel zelf bijna, ging door zijn knieën, dreigde Cynthia uit zijn armen te laten vallen, maar slaagde er toch in het meisje vast te houden. Tenslotte lag Karim ruggelings op straat en Cynthia boven op hem. Ze mankeerde niets. Karim voelde nog geen pijn aan zijn armen, dat zou pas de dagen daarna komen. Maar hij voelde wel al een vreugde zoals hij nog nooit eerder gevoeld had.

De moeder van Cynthia keek over het hek van het balkon en gilde. Karim, die nog op zijn rug lag, zag de vrouw. Hij riep: ,,Het is goed, het is goed!'' Onwaarschijnlijk snel was de moeder beneden. Cynthia, al weer op haar voeten, rende naar haar toe. Karim riep: ,,Ik heb d'r opgevangen!'' Het eerste dat Cynthia's moeder zei, was: ,,Je bent een engel!''

De moeder van Cynthia stond erop dat Karim mee naar boven ging. Ze haalde de grote plantenpot naar binnen, sloot de balkondeuren en begon te bellen. In een mum van tijd was het huis vol met familieleden en vrienden. Cynthia zat op een stoel, omringd door mensen die haar even wilden aanraken. Karim werd door de een na de ander de hand geschud, hij werd omarmd, gekust, geprezen; onversneden liefde omhulde hem als een cocon.

Cynthia's moeder vertelde het verhaal telkens weer en spaarde zichzelf daarbij niet: ,,Ik had de grote pot buiten gezet en daar is ze opgeklommen. Ik ben zo stom, ik verdien niet om te leven! Maar deze engel kwam voorbij en heeft alles goed gemaakt en mijn vreselijke fout uitgewist. God heeft een engel gestuurd om mijn kind, mijn godskind, te redden.'' ,,Hij is een engel'', vielen dan een paar mensen in. De volgende dag stond er een stukje in een plaatselijke krant over de daad van Karim waarin hij `De engel van Oost' werd genoemd.

Sinds die dag, toen hij als door een wonder het leven van een kind redde, ging Karim met een nog opgeruimder gemoed door het leven dan voorheen. Zelfs het ademhalen viel hem lichter. Voor zover we weten heeft Karim daarna geen kinderen meer het leven gered.