Beurswolven

Tussen de Great Crash van 1929 en de huidige beurskrach bestaat één groot verschil. De huidige smeert zich over twee jaar al uit. Verder zijn er louter overeenkomsten. Treffende overeenkomsten, met als meest treffende, en minst verrassende: de hebzucht en oplichterij.

Crisis, welke crisis?

`In de hoogste Republikeinse kringen groeit het geloof dat op een of andere manier een gezamenlijke inspanning wordt ondernomen om de effectenbeurs als instrument te gebruiken om de regering in diskrediet te brengen. Iedere keer als een regeringsvertegenwoordiger zich optimistisch uitlaat over de economische vooruitzichten, daalt de markt direct.'

Als president Bush praat, dalen de koersen, is inmiddels de volkswijsheid op Wall Street. Maar Bush is niet de eerste Amerikaanse president die zich de minachting van de financiële markten moet laten welgevallen.

Het slachtoffer van het vermeende complot in bovenstaand citaat is een verre voorganger, Herbert Hoover, president en Republikein tijdens de Great Crash van 1929. De hartekreet van de toenmalige voorzitter van de Republikeinse partij, de partij die van oudsher de belangen van Wall Street en Main Street probeert te bundelen, hielp niet. In 1932 werd Hoover verpletterend verslagen door zijn Democratische uitdager, Franklin D. Roosevelt.

Het gevoel dat de aandelenmarkt langs slinkse wegen probeert de president in diskrediet te brengen is niet de enige opmerkelijke parallel die zich opdringt bij herlezing van het standaardwerk van John Kenneth Galbraith over de beurskrach van 1929.

Galbraith schreef de `Great Crash' in 1954. Hij was toen hoogleraar aan de Harvard-universiteit, zou later president Kennedy adviseren en diens ambassadeur in India worden.

Het boek was net uit toen hij door senator William Fulbright, een Democraat, werd gevraagd zijn visie te geven op de stijgende beurskoersen. Het beursplezier werd onderzocht door de Banking and Currency Committee, waarvan Fulbright voorzitter was. Centrale vraag van de commissie: de koerswinsten waren toch geen prelude voor een nieuwe krach? Generaties die hun spaargeld en dat van hun ouders hadden zien verdwijnen in de crash van 1929 en de depressie van de jaren dertig knepen 'm nog steeds.

Terwijl Galbraith op 8 maart 1955 zijn verhaal hield en vragen beantwoordde viel het hem op, zo schreef hij in het voorwoord van latere edities van de `Great Crash', dat geen van de senatoren wegliep uit de zitting, zoals gebruikelijk was. Steeds meer toeschouwers stapten naar binnen, fotografen, de mannen van de bioscoopjournaals. Na afloop van de sessie, tegen een uur of één 's middags, kwam nog een verslaggever van CBS, die de hoogleraar bijna smeekte een deel van zijn verhaal te herhalen. Galbraith voldeed aan het verzoek en speelde voor een inmiddels lege zaal. De aanleiding voor de plotselinge media-aandacht drong pas tot hem door toen iemand hem een middagkrant in zijn handen drukte. De beursgraadmeter was 7 punten gedaald, 3 miljard dollar aan aandelenwaarde bleek in rook opgegaan. De daaropvolgende dagen werd de econoom overstelpt met woedende brieven, een Republikeinse senator probeerde hem als communistenvriend te kijk te zetten.

De beurskrach van 1929 benam Amerikanen jarenlang de lust in aandelen te beleggen. Op de koersval volgde de zwaarste depressie in de westerse wereld in de vorige eeuw, al was de krach die op 24 oktober 1929 op gang kwam niet de meest directe aanleiding. De depressie hing nauw samen met onevenwichtige wisselkoersen, handelsbarrières, prijsdalingen, een landbouwcrisis en een archaïsch financieel systeem.

De overeenkomsten tussen de krach van 1929 en de beurskrach die zich over de afgelopen twee jaar uitstrekt, zijn frappant. In deze twee jaren zijn de mondiale beurskoersen gehalveerd.

De nieuwe economie van toen heette geen internet en (glasvezel)kabel, maar radio, verzendhuizen en, voor de meer conservatieve beleggers, houdstermaatschappijen met nutsbedrijven. De waan van de dag was toen de beursintroductie van nieuwe beleggingsfondsen, die met vette premies aan het publiek konden worden verkocht. De oprichters en nauw aan hen gelieerde partijen konden deze aandelen relatief goedkoop krijgen en direct met hoge winstmarges doorverkopen aan het beleggende publiek.

Oude trucs? Eind vorig jaar kreeg de zakenbank CSFB, dochter van de vooraanstaande Zwitserse bank Credit Suisse, een recordboete van 100 miljoen dollar omdat een groep handelaren in haar kantoor aan de Amerikaanse westkust grote bedragen verdiende met de manipulatie van beursintroducties. Klanten konden tegen een vriendenprijs aandelen kopen in `hete' beursintroducties van bedrijven en die effecten met tientallen procenten winst verkopen, mits zij bij CSFB ook aandelen verhandelden tegen provisies die ver boven het normale niveau lagen.

Galbraith verhaalt over diverse beleggingsfondsen die door Goldman Sachs waren gelanceerd, een zakenbank met een eersteklas reputatie. De beleggingsfondsen belegden niet alleen het geld van hun aandeelhouders, maar leenden ook zelf geld en belegden hun kapitaal ook in elkaar. Bij een van de fondsen, Shenandoah, steeg de koers in één dag van 17,50 dollar naar 36 dollar. Een van de commissarissen was een advocaat die in 1954, toen Galbraith' boek verscheen,was opgeklommen tot minister van Buitenlandse Zaken: John Foster Dulles. Medio 1932 was de waarde van het Shenandoah-beleggingsfonds geslonken tot vijftig dollarcent.

Oude affaires? President Bush en vice-president Cheney liggen al geruime tijd onder vuur wegens affaires met twijfelachtige aandelentransacties uit hun zakenverleden. Enron, de plotseling bankroete energiehandelaar, was een financier van Bush' verkiezingscampagne en een inspirator van diens energiebeleid.

Een promotor van aandelenbeleggingen, de voorzitter van de Democratische partij John Raskob, had in de zomer van 1929 een interessant plan. Konden kleine particuliere beleggers niet ook meedoen aan de beursbonanza van hun leven door een klein bedrag in te leggen voor aandelenaankopen en de rest van het geld te lenen en gedurende een paar jaar in kleine porties weer af te lossen. Ondertussen zou de koersstijging hen rijk maken. Het idee werd doorkruist door de Crash.

Oud idee? Raskobs plan doet onwillekeurig denken aan een vorm van aandelenlease, waarbij kleine beleggers met geleend geld aandelen kopen. Na de koersval van kortstondige steraandelen als KPN zitten sommige van hen met onverwachte schulden. Advocaten van duizenden gedupeerde klanten praten inmiddels met de huidige eigenaar van zakenbank Labouchere, de marktleider bij de verkoop van deze producten, over financiële genoegdoening.

In 1929 deed de financiële elite na het uitbreken van de beurspaniek pogingen de verkoopgolf van aandelen te keren. Aanvankelijk met succes. Machtige financiers zoals de firma Morgan boezemden nog vertrouwen in, al begon de grond onder hun voeten te schuiven. Uiteindelijk was het John D. Rockefeller, befaamd van de oliemaatschappij Standard Oil, die in een zeldzame publieke verklaring liet weten dat de fundamentele situatie van de economie gezond was en dat zijn zoon en hij al enkele dagen achtereen aandelen hadden gekocht.

Oud nieuws? Steeds meer Nederlandse topmanagers kopen als vertrouwensvotum aandelen in hun eigen onderneming, bij voorkeur na een winstwaarschuwing en/of bij een verpieterde beurskoers. De top van Buhrmann, verkoper van kantoorartikelen, deed het vorig jaar na een winstalarm, drie bestuurders en een commissaris van supermarktketen Ahold deden het twee maanden geleden na een langdurige koersdaling, topman C. van Lede van verf- en farmaconcern Akzo Nobel deed het onlangs na een winstalarm.

De meest pregnante overeenkomsten tussen toen en nu zijn hebzucht en oplichterij, de schaduwkanten van het ondernemerschap. Galbraith schetst de opkomst en ondergang van waarnemend beursvoorzitter Richard Whitney die, toen de Crash begon, namens het oude geld de markt probeerde te redden, maar in 1938 werd veroordeeld wegens oplichting en diefstal. Twee van New Yorks meest vooraanstaande bankiers deden op het oog prima zaken, tot hun activiteiten ontdekt werden. Albert Wiggin, voorzitter van Chase National Bank, leende aandelen van zijn eigen bank, verkocht de effecten en kocht de aandelen een paar weken later terug met een miljoenenlening van zijn eigen bank. Zijn timing was perfect, vlak vóór de Crash. Hij verdiende 4.008.538 dollar met de speculatie dat de koers van zijn bank zou instorten.

Zijn tegenvoeter bij de First National Bank of New York, Charles Mitchell, leende miljoenen van de bankiersfirma Morgan in een poging de koers van de aandelen van zijn bank op peil te houden. Dat mislukte. Toen had hij een tweede keer pech: zijn inkomsten over voorgaande jaren bleken zo hoog, dat hij een belastingaftrek zocht. Hij verkocht met grote verliezen aandelen aan zijn echtgenote. Mitchell werd vrijgesproken van belastingontduiking, maar ontkwam niet aan een schikking met de fiscus. Wiggin van Chase National Bank vertrok vrijwillig in 1932, al kreeg hij wel de toezegging van een jaarlijkse, levenslange toelage van 100.000 dollar. Dat was, bleek later, zijn eigen idee, en toen ook dat uitkwam en zijn opvolger de toelage een grote fout noemde, zag hij maar van het incasseren van zijn toelage af.

Oude boeven? De foto's van de gearresteerde topmanagers van kabeltv-bedrijf Adelphia en die van telefoonbedrijf Worldcom, tevens wereldkampioen creatief boekhouden, spreken voor zich. De directeuren van tot voor kort vooraanstaande bedrijven kijken strak, maar zij zeiden niets toen ze de afgelopen maanden aan de tand werden gevoeld door vergelijkbare Congrescommissies als waarvoor Galbraith in 1955 optrad.

Zaken doen met je eigen bedrijf beleefde eind jaren negentig een ongekende populariteit. Bernie Ebbers, gangmaker van telefoonbedrijf Worldcom, kreeg van zijn commissarissen het fiat voor leningen van dan wel gegarandeerd door Worldcom, ter waarde van meer dan 400 miljoen euro. Hij kocht aandelen van zijn eigen bedrijf, die in waarde verschrompelden – bij zijn vertrek was de gouden handdruk een jaarlijkse uitkering van 1,5 miljoen dollar.

Na de krach komen de schandalen. De beschuldigingen en veroordelingen wegens fraude en diefstal zijn de windvanen van een plotselinge omslag in het maatschappelijk klimaat. De Financial Times becijferde dat de toplui van de 25 grootste bedrijfsdebacles van de afgelopen twee jaar samen 3,3 miljard dollar hadden opgestreken met verkoop van hun eigen aandelen, gouden handdrukken en andere extraatjes.

Galbraith: ,,In goede tijden zijn mensen goed van vertrouwen en geld is ruimschoots beschikbaar. Maar ook al is geld geen probleem, toch zijn er steeds meer mensen die meer geld willen hebben. Het tempo van de oplichtingspraktijken versnelt, de pakkans daalt en de buit groeit rap. In een depressie gebeurt het tegenovergestelde. Geld wordt met samengeknepen, argwanende ogen gevolgd. De man die het geld beheert, wordt als oneerlijk beschouwd totdat hij het tegendeel heeft bewezen. Financiële onderzoeken zijn diepgaand en uitgebreid. De commerciële moraal wordt enorm verbeterd. De buit krimpt.''

Oud leed? Afgelopen week moest de fine fleur van het Amerikaanse bedrijfsleven persoonlijk tekenen voor de betrouwbaarheid van haar gerapporteerde winsten.