Asfaltmensen kennen de `favelas' niet

Kregen de deelnemers aan eerste grote milieutop van de VN in 1992 nog een sloppenwijkloos Rio de Janeiro voorgeschoteld, nu tieren de favelas weer welig.

Roberto Euzébio klemt de handen om zijn stuur. Hij heeft de raampjes van zijn taxi potdicht gedraaid, omdat de stank van de baai vandaag weer niet te harden is. Rechts van de weg borrelt en walmt de zompige zeearm. Links schurken de sloppenwijken tegen de snelweg aan. Een onafzienbare zee verveloze huisjes van hout, steen en golfplaat die langzaam tegen de heuvels opklimt. ,,Er is iets mis'', zegt Euzébio. Kijk maar. Het licht in de sloppenwijken langs de weg is uitgegaan. Dat betekent dat er weer geschoten gaat worden, zegt hij. Een inval van de politie in de sloppenwijk. Of de drugsbendes, die de sloppenwijken beheersen, zijn weer met elkaar in oorlog. Euzébio heeft het al vaker meegemaakt. ,,Dan wordt de Linha Vermelha één grote schietbaan.''

De Linha Vermelha, letterlijk `rode lijn', werd precies tien jaar geleden aangelegd, speciaal voor de milieutop in Rio. De snelweg was de asfaltloper, uitgerold om de genodigden van het vliegveld naar de stad te brengen. Genietend van het uitzicht over de baai van Guanabara zeilden zij toen nog door een sloppenwijkloos landschap een stad binnen. Straatkinderen, zwervers en bedelaars waren opgepakt en extra politie zorgde ervoor dat de gasten ook verder niets te duchten hadden van de bijkomstigheden van de armoede.

,,Ik peins er niet over'', zegt Euzébio nu op mijn verzoek om even te stoppen. ,,Je bent beroofd voordat je het weet.'' Acht rijen de dik staat de opstopping. Er klinkt getoeter, en het geloei van een ambulance. Ik wil graag even uitstappen om onder de weg kijken. Een klein jaar geleden voltrok zich hier een ramp die wekenlang het nieuws beheerste: `Linha Vermelha gesmolten door brand'.

Wat bleek? Niet alleen naast, maar ook ónder de snelweg hadden zich sloppenwijken genesteld. Meer dan 450 gezinnen hadden hier hun provisorische hutjes gebouwd in de betonnen krochten van de pijlers van de snelweg gebouwd. Daar leefden ze samen met 300 varkens en enkele tientallen kippen. Niemand die het besefte. En niemand die het iets kon schelen ook. Totdat er die dag in september in een van de hutjes een kookstel omviel, twee meisjes (van 2 en 11) levend verbrandden en vele anderen alles kwijtraakten wat ze hadden. Maar wat hier veel belangrijker was: toen stortte door de hitte de snelweg in. `Files van meer dan 60 kilometer' luidden de krantenkoppen, en `Linha Vermelha drie maanden gesloten'.

De armoede had het verkeer gestremd. En pas toen ontstond de discussie. Over de wildgroei, de indrukwekkende toename van het aantal favelas. Meer dan een miljoen mensen in de 604 sloppenwijken van Rio. En elke dag komen er 400 nieuwe mensen bij. De gemeente lanceerde toen het plan van de zogeheten `ecolimieten': hekken om de favelas heen, zodat ze niet verder kunnen groeien, en de natuur wordt beschermd.

Inmiddels trekt het verkeer op de Linha Vermelha weer op. Euzébio is nog steeds nerveus. Het is dan ook prime time voor de autodiefstal. Tussen zes en tien uur 's avonds, berekende de krant O Globo gisteren nog. En de meeste diefstallen hier, op de Linha Vermelha: drie per avond. Dan word je klemgereden door de bandieten, die onveranderlijk een pistool op je hoofd zetten. ,,Het duurde misschien tien seconden'', vertelde Marcelo Uchoa die al twee keer zijn auto op deze weg is kwijtgeraakt aan O Globo. ,,Vier mannen met geweren dwongen ons uit te stappen, en riepen: wegwezen!'' Zijn auto's bleken later door de drugsbazen van de sloppenwijken te zijn gebruikt voor drugs- en wapentransporten.

Opnieuw kijk ik naar de favelas links van ons. Ik zie hoeveel huisjes bezig zijn aan hun tweede, en zelfs derde verdieping: dé manier om de `ecolimiet' te omzeilen. ,,Zolang de verpaupering op het platteland doorgaat zullen de mensen naar de stad blijven komen'', zei Sebastião Santos van de burgerorganisatie Viva Rio. Santos komt zelf uit de sloppenwijk, en leidt het project `Viva Favela'. Het grote probleem, zegt Santos, is dat de overheid de favelas als niemandsland en vijandig gebied beschouwen. ,,Je kunt er hekken omheen bouwen en politie-invallen doen. Maar zolang de bewoners niet als burgers worden beschouwd, zullen de problemen alleen blijven toenemen.''

Neem favelas langs de Linha Vermelha. De meeste hebben geen drinkwater, riolering en vuilnisophaal. Dus lozen de mensen hun afval direct in de baai. ,,Ecologie begint bij schoon drinkwater, en een wc voor iedereen'', herhaalt Santos maar weer eens het motto van de top in Rio tien jaar geleden.

Die avond loop ik door één van de sloppenwijken van de Complexo do Alemão, achter de Linha Vermelha. Stinkend rioolwater sijpelt langs de onverharde paden omlaag. Een paar jongens, niet ouder dan achttien, lopen met grote geweren over hun schouder rond. Het zijn de `soldaten' van de drugsdealer die hier de wijk controleert. Begin juni werd in deze wijk de Braziliaanse journalist Tim Lopes vermoord. Ontvoerd, gemarteld, en verbrand op het clandestiene kerkhof waar de drugsbazen ook hun andere slachtoffers naartoe brengen. De `magnetron' heet die plaats in de wijk. Maar pas nu ging er een schok door het land. Omdat nu niet één van de armen, maar een man van het `asfalt', zoals de rijken hier heten, het slachtoffer was.

,,De parallelle staat'' en ,,de republiek van de drugsbazen'' schreven de kranten nu de over sloppenwijken van Rio. Want in de favelas werft de drugsbaas zijn soldaten, daar verstopt hij zijn drugs, en daar zijn ook de verkooppunten voor de rijke `asfalt'-jongeren die de drugs gebruiken. Niet de overheid, maar de drugsbazen bepalen wat er gebeurt. Winkelsluitingstijden, uitgaansuren, zelfs de vraag wie er in de wijk mag wonen. Elk beslissing is in hun handen. Zoals ook `voorzieningen' als water en licht door de drugsbazen worden beheerd. Om de simpele reden dat zij ze hebben aangelegd, omdat alweer – de overheid het niet doet.

En toch bruist ook hier het leven. Misschien wel meer dan waar ook. In een met neon verlicht barretje is vanavond de oude garde van de sambaschool bijeen. Het gaat over vroegere carnavalsoptochten, en oude samba's. Mannen en vrouwen zingen de liederen aan elkaar voor. ,,De asfaltmensen kennen ons niet'', zegt Marlene (54), die al veertig jaar haar boterham met het schoonmaken van hun huizen verdient. Met brede armen staat ze te dansen. ,,Ze denken dat we allemaal bandieten zijn'', lacht Marlene. ,,Terwijl we gewoon mensen zijn.''