Zadel

Het zadel is de stoel van de fiets. Nou ja, stoel mag het eigenlijk niet heten. Echt lekker zit het niet. Kom bij de fiets niet om armsteunen of een rugleuning. Ontspannen is er niet bij. En het zitten op de fiets kun je nauwelijks zitten noemen. Het houdt ergens het midden tussen zitten en staan.

Veel van het comfort is opgeofferd. Allemaal ten dienste van het doel waarvoor je op de fiets zit: fietsen. Het zadel heeft een iets naar binnen gebogen driehoekige vorm. Zo kunnen de benen aan weerszijden nog makkelijk op en neer bewegen om de trappers rond te laten gaan.

Het zadel draagt op gewone fietsen bij aan de vering. Als je van achter tegen het zadel aankijkt zijn vaak twee grote spiraalveren zichtbaar. Die drukken iets in als je op de fiets gaat zitten. Tijdens de rit op de fiets dempen deze veren de schokken.

Gelukkig is het zadel niet de enige vering van de fiets. Ook de luchtbanden en de buigzame spaken dragen bij aan het opvangen van onregelmatigheden in het wegdek. Als dat niet zo zou zijn, dan zou je op een hobbelpad je stuur nauwelijks meer vast kunnen houden. Je handen zouden gewoon lostrillen.

Ouderwetse fietszadels waren van leer. Tegenwoordig zijn de meeste zadels van kunststof. De modernste zijn bovenop gevuld met een gel. De gel deukt in op de plaatsen waar het meeste druk komt, net als een waterbed. Dat voelt dus zacht aan en maakt het zitten op de fiets wat prettiger.

Maar toch, als je lang hebt gefietst dan voel je dat wel. Er is zelfs een officieel Nederlands woord voor: zadelpijn. Tijdens het fietsen steunt een groot deel van je gewicht op de twee zitbotjes in je heupen. Als je niet gewend bent om te fietsen, wordt het zitvlees wat beurs. Maar als je wat meer traint, heb je daar op den duur geen last meer van.

Overigens staan de zitbotjes van vrouwen wat verder uit elkaar dan die van mannen. Vrouwen hebben nu eenmaal bredere heupen. Dat lichamelijke verschil leidt er ook toe dan mannen en vrouwen heel anders op het zadel zitten. Let maar eens op. Mannen neigen ertoe naar het puntje van het zadel te kruipen, zodat zij maximale bewegingsvrijheid voor hun benen hebben. Vrouwen zitten daarentegen veel meer achterop het zadel, zodat het brede stuk van het zadel de zitbotjes beter ondersteunt.