Wel geld geen durf

Traditie, daar gaat het allemaal om. In de Londense Whitechapel Art Gallery is op dit moment de tentoonstelling Early One Morning te zien, waarop werk wordt getoond van vijf jonge Engelse installatiebouwers. Het is geen goede tentoonstelling. De meeste installaties zijn flauwe samenklonteringen van materialen, waaruit zelden een overtuigend verband opdoemt. Postmoderne spiegeltjes en kraaltjes. En toch, toen ik er rondliep kon ik een steek van jaloezie niet onderdrukken.

Een onderdeel van Early One Morning is namelijk wel intrigerend: de band met het verleden. Het werk van de vijf deelnemers is krachtig geworteld in de Engelse kunstgeschiedenis, in het bijzonder het werk van oude beeldhouwers als Anthony Caro, Philip King en William Tucker. En hé, dat werk is tegelijkertijd te zien in de hal van Tate Britain. Datzelfde museum biedt trouwens een overzicht van Lucian Freud, een van de belangrijkste na-oorlogse Britse schilders. Tegelijk toont de Serpentine Gallery de `Dirty Words Pictures' van Gilbert & George, een serie uit 1977 die schrijnend actueel is. En de Victoria Miro Gallery geeft Chris Ofili alle ruimte om een oogverblindende installatie in te richten die de verworvenheden van de Britse traditie prachtig vermengt met zijn Afrikaanse achtergrond - zijn Upper Room is een meesterwerk van multiculturalisme. Al deze tentoonstellingen worden druk bezocht. Verwijzen naar elkaar. Wie in Groot-Brittannië een museum bezoekt krijgt zomaar de indruk dat de beeldende kunst onderdeel is van een levende cultuur. Zo rustig. En zelfverzekerd.

Die zelfverzekerdheid is in Nederland ver te zoeken. Net als de traditie. Traditie, identiteit zijn in Nederland suspecte begrippen, behalve als je er wat mee kunt verkopen. Dat leidt tot de pijnlijke situatie dat de Mondriaanstichting jaarlijks miljoenen euro's uittrekt om `Nederlandse kunst' in het buitenland te promoten, terwijl niemand in Nederland weet wat er met 'Nederlandse kunst' wordt bedoeld. In Nederlandse musea zul je het ook niet leren. Daar wordt Nederlandse kunst zelden in een groter verband getoond. Verwijzen naar voorgangers of generatiegenoten is trouwens sowieso verdacht - voor je het weet zit je weer in een of andere ruzie - Amsterdam versus Rotterdam, Ateliers versus Rijksacademie, Randstad versus `provincie'.

Het gevolg daarvan is dat er jaren voorbij gaan waarin de toonaangevende Nederlandse kunstenaars niet in Nederland zijn te zien. Wat doet Jan Dibbets als-ie 65 wordt? Dan brengt-ie zijn belangrijke, klassieke werken naar New York. Een groot, allesomvattend overzicht van Ger van Elk? Jaren geleden. Tegelijk lijkt het of geen museum beseft- dat Dibbets' en Van Elks overleden generatiegenoot Bas Jan Ader in het buitenland al jaren als de invloedrijkste Nederlandse kunstenaar van de laatste decennia wordt beschouwd. De hoogste eer die Ader de afgelopen jaren in eigen land ten deel viel was een overzicht in Sittard. Een tentoonstelling over zijn invloed, over zijn nawerking? Nergens.

Dat gelonk naar het buitenland is typisch voor de cultuur die de boventoon voert in de Nederlandse beeldende kunst. Beeldende kunst is in Nederland niet iets dat je maakt als onderdeel van je cultuur, maar een paspoort voor het buitenland. De museumdirecteuren en -conservatoren geven het voorbeeld. Als die een nieuwe tentoonstelling willen maken reizen ze ook zo snel mogelijk naar het buitenland. En waar komen ze mee thuis? Met kunst uit landen en culturen die wél weten wat ze willen. Amerikanen. Duitsers. En Engelsen. Op dit moment is er in het Amsterdamse Stedelijk bijvoorbeeld een overzicht te zien van de Engelse keramist Grayson Perry. Begin dit jaar hadden we daar al Sam Taylor-Wood. Dit najaar wordt ze gevolgd door Tracey Emin. Tegelijkertijd exposeren in Groningen Jake & Dinos Chapman. Allemaal jonge kunstenaars die zich in eigen land konden ontwikkelden, zelfvertrouwen opbouwen en zich nu, als gevestigde kunstenaars in het buitenland presenteren. En de Nederlandse kunst? Om nog wat aandacht te krijgen wappert die met z'n goedgevulde portefeuille. De grote jongens kijken hem grinnikend aan, proppen zijn geld in hun zakken. En stoppen snel hun oren dicht.