Strafjarenbudget

,,Het hoeft allemaal niet zo perfect en we lossen er veel problemen mee op.'' Dat was acht jaar geleden het antwoord van de ambtelijke topman Van Dinter (Justitie) – overigens pas ná zijn afscheid van het ministerie - op de bezwaren tegen het plaatsen van twee gedetineerden in één cel. Dat is in Nederland bij herhaling voorgesteld om de getalsmatige druk op het gevangeniswezen te verzachten. De bezwaren liggen in de humanitaire sfeer, extra agressie in de inrichting, extra belasting voor het personeel.

Het motto van Van Dinter is stilaan toch bezig school te maken. De president van de Haagse rechtbank heeft een protest afgewezen van enkele bolletjesslikkers tegen de noodwet die voorziet in groepsgewijze opsluiting. Hij vindt dat niet is aangetoond dat deze noodmaatregel in strijd is met internationaal geldende minimumnormen voor de behandeling van gedetineerden. Wie in Europa om zich heen kijkt, kan dat ook moeilijk volhouden.

De noodwet is tijdelijk en de grote vraag is hoe het straks verder moet. Het cellentekort blijft nijpen. Niet alleen bij een plotselinge piek zoals met de bolletjesslikkers. De meermanscel vormde dan ook al een van de aanbevelingen in een externe analyse door professor Eduard Bomhoff van het onderzoeksbureau Nyfer voor de vorige minister van Justitie, Korthals. Inmiddels is de auteur gepromoveerd tot vice-premier van het nieuwe kabinet.

Volgens zijn analyse moet het gevangeniswezen eigenlijk een capaciteitsmarge van 13 procent aanhouden. Een half zo grote buffer was Korthals al te veel. Hij halveerde zo ongeveer de buffer van 6,8 procent die hij als minister aantrof. Hij deed dat vanuit bezuinigingsoverwegingen en onder het motto ,,dat aanbod de vraag stimuleert''. ,,Hoeveel gevangenissen men er ook bijbouwt, ze raken uiteindelijk allemaal vol'', zei hij vorig jaar oktober in een verhit Kamerdebat over de bolletjescrisis. Daarin kwam hij met zijn filosofische benadering politiek wél compleet klem te zitten.

Zal het nieuwe kabinet de lering trekken dat het gevangeniswezen het niet kan stellen zonder enige ademruimte? De budgettaire situatie maakt het niet waarschijnlijk. Een recept van verder afknijpen van het gevangeniswezen hangt in de lucht. Het was opmerkelijk dat voorzitter De Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal bij de presentatie van het jongste jaarverslag van het openbaar ministerie een lans brak voor versobering. Voor kortgestraften is wat hij noemde geen ,,vierstercel'' nodig; zij kunnen het best stellen met een ,,éénstercel''. Toch was juist afgesproken om het sobere regiem als breed toegepaste methode af te schaffen. Men kan gedetineerden wel de televisie in de cel afpakken, maar of dat mu zo'n bijdrage vormt aan hun beoogde wederaanpassing aan de samenleving valt te betwijfelen.

Bomhoff dacht in zijn externe analyse ook aan wat hij betitelde als ,,een stevige beïnvloeding'' van de straftoemeting door de rechterlijke macht. Deze moet de strafmaat aanpassen aan piektijden. In Nederland gaat bij zo'n suggestie direct het alarmlicht van de rechterlijke onafhankelijkheid knipperen. Zeker na de onbesuisde uitval van Bomhoffs politieke vriend, het LPF-Kamerlid Hoogendijk, naar een rechter in het proces tegen Volkert van der G.

Een politiek vraagstuk als de celcapaciteit hoort niet thuis bij de onafhankelijke rechterlijke macht, die geen democratische verantwoording verschuldigd is. Dat hoeft ook niet. Er bestaat reeds een constitutioneel onberispelijke sturingsmogelijkheid: het requireerbeleid van het openbaar ministerie. Dit orgaan kan als intermediair tussen regering en rechter het element van de cellennood in zijn eisen verdisconteren. Daar kan het OM zich beter op concentreren dan op de inrichting van cellen.

Jaren geleden is al eens voorgesteld iedere officier van justitie een `strafjarenbudget' te geven waarmee hij maar moet zien uit te komen. Dat was nog niet zo'n gekke gedachte.