Slechte tijden voor gematigde Hamas-vleugels

Hamas beraadslaagt over deelname aan een bestand dat aanslagen op burgers moet opschorten. De fundamentalische organisatie kan zich echter geen vrede veroorloven.

Doen ze het of doen ze het niet? En welke stroming binnen de Palestijnse fundamentalistische beweging Hamas is op dit moment dominant, de gematigde of de radicale? Dit zijn de vragen nu Hamas achter de schermen beraadslaagt over deelname aan een bestand waarin aanslagen op burgers binnen Israël worden opgeschort.

Wie Hamas bezig ziet, zou niet denken dat ze een gematigde tak hebben. Loop door Gaza-Stad en je ziet muurschilderingen van exploderende bussen, inclusief naar alle kanten opvliegende poppetjes met davidssterren erop. Begrafenissen door gemaskerde kerels met kalasjnikovs en kleine kinderen met groene hoofdbanden en plastic bommenriemen om hun middel. En woordvoerders die na een Israëlische aanslag op een hoge Hamasleider in slecht Engels op televisie voorspellen dat de straten van Tel Aviv bezaaid zullen zijn met lijken. In de strijd tegen Israël bedient de organisatie zich van alle denkbare middelen, inclusief het van dichtbij door het hoofd schieten van een slapende baby. Zodanig heeft Hamas de Israëliërs ontmenselijkt, dat Hamas-aanhangers na een dergelijke moordpartij de straat op gaan om elkaar te feliciteren.

Maar achter dit bloeddorstig ogend fanatisme gaat een organisatie schuil die intern verdeeld is over het einddoel: is de strijd tegen Israël een middel om de belangrijkste politieke beweging in een Palestijnse staat te worden, of is de strijd tegen Israël het doel op zich, tot de vernietiging van de joodse staat erop volgt, zoals de haviken binnen Hamas beweren?

Toen het vredesproces begin jaren negentig veelbelovend werd aangevat, was de gematigde tak binnen Hamas dominant. Geestelijk leider sjeik Yassin deed een voorstel tot een hudna, een bestand voor onbepaalde tijd waarbij werd aanvaard dat in de bezette gebieden een Palestijnse staat zou ontstaan, naast `de zionistische entiteit'. Het werd aan `de volgende generatie' overgelaten of deze de strijd wilde hervatten. Ondanks alle aanslagen door Hamas op burgers in Israël en Israëlische moordaanslagen op Hamas-leiders, zijn er nog steeds prominenten binnen Hamas die een dergelijke `wapenstilstand' voorstaan, zoals Ismail Abu Shanab. Overigens eisen ook de gematigden de terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen naar de huizen in Israël waaruit ze in 1948 of 1967 zijn gevlucht of verjaagd. Maar als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan staat niets een permanent vergelijk met Israël in de weg – zolang het maar niet zo wordt genoemd.

Zoals een mensenrechtenactivist in Gaza zegt: ,,Hamas beseft dat de meerderheid van de Palestijnen niet hun hele leven willen besteden aan oorlog tegen een militair superieur Israël. De meeste willen een volwaardige eigen staat naast Israël waarin ze in vrede en veiligheid kunnen leven. De meerderheid van de Palestijnen zal daarvoor kiezen wanneer het in zicht komt. Dit betekent voor Hamas dat ze zichzelf marginaliseren met hun programma ter vernietiging van Israël. Willen ze deelnemen aan het politieke leven in een Palestijnse staat dan zullen ze daarvoor een formule moeten vinden: vandaar de hudna.''

Drie weken geleden, op maandag 22 juli, leek een handreiking van Hamas nabij. De geestelijk leider sjeik Yassin begon te schermen met een eenzijdig staakt-het-vuren. Samen met de niet-fundamentalistische Palestijnse facties was men bereid de aanslagen op burgers in Israël op te schorten, in ruil voor terugkeer naar de situatie van vóór het uitbreken van de tweede intifadah. Er was zelfs al een artikel opgesteld, inclusief Engelse versie, waarin dit werd toegelicht. Maar een paar uur voordat het artikel zou worden verspreid onder Israëlische, buitenlandse en Arabische media, gooide Israël een bom van duizend kilo op het huis van de hoogste terroristenleider van Hamas. Deze liet het leven, evenals veertien burgers. De Palestijnen ontploften van woede, en de aanslagen werden hervat. Zo werd onder meer een aanslag op de Hebreeuwse Universiteit in het Israëlische deel van Jeruzalem gepleegd, waarbij zeven studenten werden gedood.

Dus waarom praat Hamas opnieuw over een bestand? Een antwoord op die vraag hebben alleen Allah, een paar Hamas-leiders en mogelijk de Israëlische geheime dienst, die naar verluidt overal afluisterapparatuur en verklikkers heeft zitten. Maar het is moeilijk te zien wat Hamas te winnen heeft bij een werkelijk bestand. Zo'n bestand zou immers moeten leiden tot hervatting van de vredesbesprekingen tussen de Palestijnse Autoriteit en Israël. De eerste eis van Israël zal dan zijn dat de Palestijnse Autoriteit alles wat met Hamas te maken heeft, ontmantelt en in de gevangenis gooit. Niet voor niets heeft Hamas herhaaldelijk een nakende politieke doorbraak de grond ingeboord met een bloedige aanslag. Zo bood de Arabische Liga in Beiroet eind maart Israël volledige vrede in ruil voor volledige terugtrekking uit de bezette gebieden. Die avond nog blies Hamas twintig Israëlische burgers op, waardoor ieder uitzicht op een diplomatiek offensief weer voor lange tijd was verkeken. Bovendien gaat dit bestand over opschorting van de aanslagen binnen Israël. Aanslagen op soldaten en kolonisten in de bezette gebieden zouden doorgaan. De Israëlische premier Sharon eist echter `totale rust' – naast een allengs groeiende lijst van andere zaken.

Het is waarschijnlijk dat Hamas' ogenschijnlijke handreiking tactisch van aard is. In Palestijnse kring wordt gecalculeerd dat Sharon zich, net zo min als Hamas, een bestand kan veroorloven. Dat zou immers moeten leiden tot hervatting van de vredesbesprekingen tussen de Palestijnse Autoriteit en Israël, en besprekingen zullen Sharon dwingen tot concessies, bijvoorbeeld een einde aan de bouw van nederzettingen. Een dergelijke concessie zal genoeg zijn om Sharons rechtse kabinet te laten vallen, verwachten Palestijnen, zeker nu de diepe economische crisis de verhoudingen binnen de coalitie steeds verder op scherp zet.

Niet voor niets, zeggen Palestijnen, heeft premier Sharon het afgelopen jaar al drie keer een `aanslagen-vrije' periode doorbroken met een moordaanslag op een dermate hoge Palestijn dat iedere kans op een diplomatiek offensief weer voor lange tijd was verkeken. Na 11 september overtuigde de Palestijnse leider Yasser Arafat Hamas ervan om de Palestijnse zaak niet te schaden met aanslagen. Dit de facto-bestand werd beëindigd toen Israël in november in Nablus twee hoge Hamas-leiders vermoordde, plus een aantal omstanders waaronder enkele kinderen. In januari wist Arafat opnieuw een aantal weken alle aanslagen tegen te houden. Toen vermoordde Israël een topman van de Aqsa-brigaders, Raed Karmi, waarna de aanslagen weer begonnen. De bom van duizend kilo op de Hamastopman op 23 juli past ook in dit rijtje.

Het ligt daarom voor de hand dat Hamas' aanbod vooral tactisch van aard is: de bedoeling is Sharons binnenlandse politiek in problemen te brengen. Want dat hebben Sharon en Hamas gemeen: geen van de twee kan zich in de gegeven politieke verhoudingen een betekenisvolle hervatting van het vredesproces veroorloven. Het zijn slechte tijden voor gematigde vleugels.