Nooit weet je wat ze dachten

Nadat de Britse schrijfster A.S Byatt in 1990 haar succesroman Possession had gepubliceerd, leek het onvermijdelijk dat het schrijven over zoektochten naar een fictief verleden navolging zou vinden. In Possession ontraadselen twee jonge historici de geheime liefde tussen twee Victoriaanse dichters. Het levert een complex verhaal op, gedeeltelijk gebaseerd op verzonnen historische bronnen en voor het andere deel het verslag van een ontdekkingsreis van de hedendaagse onderzoekers naar hun eigen geschiedenis en drijfveren.

In de handen van een duivelskunstenares als Byatt, die eveneens de volgens een soortgelijk procédé geschreven roman The biographer's tale publiceerde, is dit genre een goudmijn. Maar niet iedere schrijver is in staat in één boek zoveel registers tegelijk te bespelen en dat is misschien de reden dat brede navolging tot dusver uitbleef. Er is lef voor nodig, een uitgebreide historische kennis, verteltalent en heel veel inlevingsvermogen.

Niet verbazingwekkend is het dat in Nederland Nelleke Noordervliet in de voetsporen van Byatt probeert te treden. Vrijwel al haar romans geven blijk van haar belangstelling voor geschiedenis. Ze debuteerde in 1987 met een knappe vie romancée over Multatuli's echtgenote Tine van Wijnbergen, in de vorm van een prachtig geschreven gefingeerd dagboek. Haar romanpersonages beschikken niet zelden over een sterk ontwikkeld historisch bewustzijn, zoals Augusta de Wit in De naam van de vader, waarin en passant alle hoogte- en dieptepunten van de Europese twintigste-eeuwse geschiedenis de revue passeren.

Haar naar het recept van A.S Byatt geschreven nieuwe roman, Pelican Bay, heeft de geschiedenis van de slavernij en de doorwerking daarvan in het heden tot onderwerp. Hoofdpersoon Ada van de Wetering, geboren in 1962 (tijdens de Cubacrisis zoals haar linkse ouders haar tot vervelens toe hebben ingeprent) is romanschrijfster en reist in 2000 naar een Caraïbisch eiland waar haar `betoverachteroudoom' eind achttiende eeuw als slavenhouder regeerde over de suikerrietplantage Pelican Bay. Deze Jacob Rivers was getrouwd met de Britse actrice Fanny Fenwick die op een dag op gruwelijke wijze vermoord werd gevonden in haar kraambed: hals en buik waren opengesneden en ook het voldragen kind was dood.

Adoptiefbroer

Ada heeft twee missies op het eiland: ze wil de geschiedenis van de slavendrijvende oom en zijn vermoorde vrouw ontraadselen en haar vijf jaar jongere adoptiefbroer Antonio opsporen. Hij is op het eiland geboren en er na zijn achttiende verjaardag teruggekeerd zonder ooit nog iets van zich te hebben laten horen. Met Antonio wil Ada haar eigen geschiedenis doornemen, de verhouding met haar recent gestorven vader evalueren, haar aandeel achterhalen in de mislukking van het huwelijk van haar ouders en de op een fiasco uitgelopen adoptie. Deze missie levert boeiende inzichten op over de onbetrouwbaarheid van het geheugen en over de vrijwel onmogelijke opgave om zelfs maar je eigen geschiedenis te reconstrueren, laat staan die van historische figuren.

De gesprekken tussen Ada en haar broer over hun ontwortelde jeugd in de jaren zestig en zeventig monden uit in een verhaal dat een moderne variant moet voorstellen van de geschiedenis van Jacob. Maar wat houdt diens geschiedenis precies in? Ada beschikt maar over één bron die ze met de lezers deelt: een ongedateerde brief van Jacob aan zijn broer in Vlissingen waarin hij over de moord op zijn vrouw zegt: `Het is alsof ik het zelf heb gedaan'. Op het eiland gaat het verhaal, gebaseerd op een oud versje, dat de verkeerde is gehangen voor de moord. Huisslaaf Plato die een verhouding zou hebben gehad met Fanny is als schuldige aangewezen, maar de echte dader was de bedrogen echtgenoot Jacob. Andere feitelijke gegegevens worden niet verstrekt.

Van een historische roman mag je verwachten dat er een min of meer realistisch tijdsbeeld in wordt opgeroepen. Zo zou het bestaan van een liefdesrelatie tussen slaaf en meesteres aannemelijk of op zijn minst geloofwaardig moeten worden gemaakt, wat Noordervliet niet eens probeert. Op mij maken de hoofdstukken waarin slavenhouder Jacob centraal staat zelfs de indruk van een anachronistische soap, maar dat kan Noordervliets bedoeling zijn geweest. Ada komt tijdens gesprekken met een oud joods echtpaar, amateur-historici die over bronnenmateriaal beschikken, immers niet voor niets tot het inzicht dat er honderden verhalen te construeren zijn op basis van de schaarse feiten over Jacob, maar dat het ware verhaal met geen mogelijkheid te achterhalen valt. `Mijn voorstelling van de gang van zaken (rond Jacob en Fanny) is met alle kennis en relativering die ik erin stop, een fantasie', betoogt ze.

Merkwaardigerwijs komt de lezer aanzienlijk meer over Jacobs leven te weten dan Ada tijdens haar speurtocht achterhaalt of bij elkaar verzint. De hoofdstukken waarin zij in de ik-vorm verslag doet van haar weinig productieve onderzoekingen op het eiland worden namelijk afgewisseld met hoofdstukken waarin Jacobs complete levensverhaal aan bod komt. Onduidelijk is – en ik denk dat dit aan een constructiefout van Noordervliet ligt – of deze historische roman-in-de-roman nu wel of niet het werk is van Noordervliets hoofdpersoon Ada, geschreven op basis van fictief bronnenmateriaal. Het is een, hoe moet je het noemen, binnenroman, maar wel een veel zwakkere dan de buitenroman over Ada. Vermoedelijk zou Pelican Bay overtuigender zijn geweest als Noordervliet de Jacob-geschiedenis uitdrukkelijk had gepresenteerd als product van Ada's naspeuringen en rijke fantasie.

Materiaal

Noordervliet laat haar personages intelligent commentaar leveren op geschiedtheoretische problemen, zoals de vraag of je op grond van hedendaagse maatstaven morele oordelen kunt vellen over het verleden en of je – zelfs als er betrouwbare geschreven bronnen beschikbaar zijn – ooit te weten kunt komen hoe iemand denkt. Ada, geen historica, is daar pessimistisch over: dat kan `Nooit. Nooit, nooit', meent ze. Erg zit ze daar niet mee in haar maag, als romanschrijfster is het haar om iets heel anders te doen. `Hoe de werkelijkheid van Jacob Rivers er ook mocht hebben uitgezien: het was materiaal. Niets was te goed of niet goed genoeg voor een roman. Alleen een schrijver kan niet goed genoeg zijn.'

Belangrijker dan het achterhalen van een historische waarheid is volgens Ada `de kunst van het schrijven', die bestaat uit het `onopzettelijk meeweven van het geheim' in het verhaal. Dat is mooi gezegd en zeker van toepassing op de kracht van fictie. Helaas is onopzettelijkheid niet de grootste kracht van Noordervliets schrijverschap. Evenals in haar vorige romans zijn ook in Pelican Bay bedoelingen en betekenissen vet aangezet en worden stereotiepen niet geschuwd. Een slaaf die Plato heet, bedrijft de liefde met zijn blanke meesteres natuurlijk in een grot. Plato's grot, moet de lezer vreugdevol over zoveel diepzinnigheid bedenken. Op het eiland begint Ada een verhouding met ene Marcus die ze in één adem noemt met haar broer Antonio: Marcus Antonio. Voor wie het dan nog niet begrepen heeft voegt ze er ook Caesar nog aan toe. De clichématig geportretteerde joodse amateurhistorici heten Kuifje en Bobbie, zodat wij noodgedwongen een humoristisch verband met de hedendaagse cartooncultuur moeten leggen.

Karikaturaal is Noordervliets schildering van de jaren zestig en zeventig: Ada's ouders adopteerden een zwart kind om hun solidariteit met de Derde Wereld te demonstreren tegenover hun progressieve kennissen. Op de nudistencamping in Frankrijk (eerder beschreven in Houellebecqs Elementaire deeltjes, wat was dat toch voor camping?) en in de sleutelclub thuis ging het er losbandig aan toe, dus van de kinderen kon niets terecht komen. Ada is een slachtoffer van de geschiedenis, die er ondanks al haar inspanningen niet in slaagt op die geschiedenis greep te krijgen.

Noordervliet heeft hiermee een ongetwijfeld interessant thema te pakken, mooi `materiaal', maar zowel op literair als historisch gebied is het haar niet gelukt dit materiaal leven in te blazen. Niet omdat het ongeschikt zou zijn, Ada merkt terecht op dat elk materiaal in principe goed genoeg is voor een roman, maar omdat de historische romanpassages onscherp zijn. Als de schaduwen in Plato's grot, zal ik maar zeggen.

Nelleke Noordervliet: Pelican Bay. Augustus, 409 blz.

€30,– (geb)/€24,95 (pbk)