Loungen met Leni

De geschiedenis, zegt men, herhaalt zich twee keer: eerst als een eerbetoon, daarna als een verzamel-cd van Arcade. Elvis is dood, al vijfentwintig jaar, en Leni Riefenstahl wordt volgende week honderd. Elvis wordt opnieuw in de markt gezet door de Vlaamse charmezanger Helmut Lotti (gisteravond bij de ARD, vanavond op Nederland 2). Maar Hitlers favoriete regisseur maakte zelf een nieuwe film en bij haar jubileum krijgt zij dus respect.

Tijdens de Olympische Spelen van Berlijn liet Riefenstahl de zwemwedstrijden van onderaf filmen, door vensters in de bodem van het bad. Spectaculair idee, voor die tijd, maar het leverde een film op die al net zo saai was als haar beroemde verslag van de Rijkspartijdag. Voor Impressionen unter Wasser is de nog altijd hoogblonde bejaarde nu zelf onder de waterspiegel afgedaald en zoals bekend wordt daar door allerhande diersoorten kleurrijk gezweefd, gefladderd en gezwommen in diverse uniformen. Soms eten de grote vissen de kleine op. Dat kregen we dus allemaal te zien, met elektronische muziek van Giorgio Moroder. Niet minder, maar vooral ook niet meer. Een levend schilderij, net wat u zegt. Iets om bij weg te dromen. Loungen met Leni. Maar ik moest wakker blijven omdat Arte na deze première nog een vraaggesprek met haar had.

Net als bij eerdere gelegenheden bleek ze daarin volkomen leeg en volkomen onaantastbaar. Het geheim van haar succes. Ze was nu eenmaal nooit zo'n beterweter geweest die de tijdgeest trachtte te veranderen. Politiek: dat waren de omstandigheden. Dat haar tijdgenote Marlene Dietrich tegen de nazi's koos, kon zij dus alleen maar verklaren uit de omstandigheid dat die nu eenmaal veel joodse vrienden had, niet uit een morele overweging. Bij deze houding paste ook de nuchtere conlusie over haar eigen leven: ze had eigenlijk in 1939 moeten overlijden. Tot dat jaar was het steeds aufwärts gegaan, daarna had de neergang ingezet.

Arte vertoonde aansluitend haar speelfilm Das blaue Licht (uit 1932), maar die heb ik niet meer gehaald. Want zelfs het Frans-Duitse cultuurkanaal heeft de neiging om de degelijke kost ver over het middernachtelijk uur heen te tillen. Jammer, maar in ieder geval ís er in de landen om ons heen nog aandacht voor dit soort serieuze programmering op televisie. Wie nog eens goed het aanbod van de Nederlandse zenders bestudeert (en dat heb ik deze week gedaan) ziet hoe eenvormig het vroeger om zijn diversiteit geroemde publieke bestel bij ons is geworden. Hele programmacategorieën zijn tot onvindbaarheid gemarginaliseerd of zelfs volstrekt verdwenen: het uitvoerige gesprek, de artistieke speelfilm, documentatie zoals die het fenomeen Riefenstahl ten deel viel. Het is het gevolg van de mislukte netprofilering, waarin alle zenders gedwongen zijn te voldoen aan de smaak van een gemiddeld publiek omdat daarmee nu eenmaal de hoogste kijkcijfers kunnen worden gehaald. De tijdgeest trotseren, daar zien omroepbestuurders al even weinig in als de nieuwste generatie in de politiek.

Nova bracht een gesprek met Hilbrand Nawijn, de minister van uitzettingszaken. Die man heeft er zin in! Daarom liet hij zich ter inleiding met zijn echtgenote filmen aan het ontbijt, terwijl de dienstauto buiten al het woonerf versperde. De heer en mevrouw Nawijn bleken de ochtendmaaltijd te gebruiken rond een enorm bloemstuk, dat bijna de hele tafel bedekte. Eitje en sapje stonden verscholen tussen de uitlopers van het loof. Een feestelijke manier om jezelf eraan te herinneren dat Nederland vol is. Margriet Vroomans – kan die ook niet naar het Journaal? – fileerde hem daarna even kundig als later op de avond Sandra Maischberger het met Leni Riefenstahl zou doen. En ook hier kwam niets te voorschijn, behalve een praktische energie die zich tracht te onttrekken aan maatstaven van goed en kwaad. Als dit het is, als er niets anders voorhanden is in deze tijd, dan zou ik in het komende televisieseizoen ten minste veel archiefbeelden willen zien, van dode dichters en dode zangers bijvoorbeeld, om ons te troosten, desnoods 's avonds laat.

Dit is de laatste bijdrage van schrijver H.M. van den Brink over de programma's van de Nederlandse televisie.